Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 15 januari 2016 vraagt Mertens Eline per e-mail om haar eigendom, gelegen Frans Baetenstraat 7, district Deurne, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Zij voegt hierbij de volgende documenten ter staving toe:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Frans Baetenstraat 7, district Deurne, is kadastraal gekend als drie appartementen met gegevens 32e afdeling, sectie B, nummer 1016/G/5.
Voor dit pand werd op 31 oktober 1935 vergunning verleend voor drie woongelegenheden, enkel de tuinberging wordt in de plannen van deze vergunning niet vermeld.
Voor de regularisatie van de voortuin werd op 21 mei 2010 een vergunning is verleend.
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
2.Bestaande feitelijke toestand
Het pand met drie bouwlagen onder een plat dak bestaat momenteel uit drie appartementen en een tuinberging/bureau achteraan in de tuinzone.
Naar aanleiding van een klacht werd het pand gecontroleerd op 16 oktober 2009, er werd geen proces-verbaal opgesteld, wel een verslag. Na volledig onderzoek bleek enkel de verharde voortuin niet vergund, over de tuinberging was er geen duidelijkheid. De voortuin werd in 2010 geregulariseerd.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van het hoofdgebouw en de tuinberging in aanmerking komen voor opname als geacht vergund.
De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert de ingebruikneming vanaf 1935.
Het gebruik van dit pand werd in de loop der jaren niet gewijzigd.
Uit de kadastergegevens en uit het originele bouwplan en vergunning blijkt dat, het hoofdgebouw dateert van voor de inwerktreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Uit de luchtfoto's blijkt dat de tuinberging constructie zeker was voltooid voor het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979).
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige constructie van het hoofdvolume dateert van voor de inwerktreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Voorgaande bewijst voldoende dat de tuinberging dateert van voor het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979) en na de inwerktreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw, de tuinberging en de drie woongelegenheden op te nemen in het vergunningenregister als geacht vergund.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat de aanvraag tot opname in het vergunningenregister wegens onweerlegbaar vermoeden van vergunning voor wat betreft het hoofdgebouw, de tuinberging en de drie woonentiteiten, van het pand Frans Baetenstraat 7 te Deurne, als ‘vergund geacht’ kan worden beschouwd.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | Een duplicaat van de beslissing te bezorgen aan het kadaster voor aanpassing van de kadastrale gegevens. |