Om de stad Antwerpen en bij uitbreiding de stadsregio bereikbaar te houden, dringt een bovenlokale samenwerking zich op. Zeker in het kader van de infrastructuurprojecten en bijhorende flankerende maatregelen die zich de komende jaren aandienen, en die een grote invloed zullen uitoefenen op de verkeersstromen van en naar de stad. Maar ook andere projecten en intiatieven die op stapel staan, zoals de uitwerking door de NMBS van een Antwerps voorstadsnet en een goedgekeurde nota door de Vlaamse Regering betreffende 'basisbereikbaarheid', nopen tot een stadsregionale visie en samenwerking.
In functie van de uitvoering van het Masterplan 2020, starten de komende jaren een aantal grootschalige ingrijpende infrastructuurwerken op, evenals bijhorende flankerende milderende maatregelen in het kader van ‘Slim naar Antwerpen’. Maar ook andere gemeenten in de Antwerpse regio zullen infrastructuurwerken uitvoeren, die in mindere of meerdere mate invloed zullen hebben op de bereikbaarheid en de verkeersstromen in de regio. Het is dus meer dan ooit nodig om elkaar hierover goed te informeren.
Daarnaast wachten ook nog andere uitdagingen en kansen. De reikwijdte van de fiets verhoogt, mede dankzij de opmars van elektrisch fietsen. Dit maakt de noodzaak voor sterke bovenlokale routes en fietssnelwegen urgenter. De NMBS werkt een voorstel uit voor een Antwerps voorstadsnet (het 'A-GEN'). Nieuwe autodeelconcepten kunnen een bijdrage leveren aan een mobiliteit op maat, zeker voor de verplaatsingen tussen de stad en de regio. Sinds het wegvallen van het weekendnachtnet van De Lijn in juli 2015, werden er nog steeds geen alternatieve voorstellen uitgewerkt om een oplossing aan deze vervoersvraag te bieden. In december 2015 besprak de Vlaamse Regering een conceptnota over ‘basisbereikbaarheid’, waarbij een efficiëntere openbaar vervoerorganisatie niet langer vertrekt vanuit een aanbodsmodel (de ‘basismobiliteit’), maar vanuit een effectieve openbaarvervoervraag en een ‘bottom-up’-organisatie waarbij gemeenten een grotere rol toebedeeld zouden krijgen.
Dit zijn maar enkele voorbeelden waarvoor een stadsregionale visie en samenwerking een grote toegevoegde waarde zouden betekenen.
De stad Antwerpen wenst dan ook werk te maken van een stadsregionale samenwerking over het thema mobiliteit en zal daarvoor gemeenten uit de Antwerpse vervoersregio uitnodigen. Een eerste overleg zal voornamelijk oriënterend zijn en als doel hebben om te bespreken in welke mate en op welke manier samengewerkt kan worden.
Volgende gemeentebesturen ontvangen een uitnodiging:
Aartselaar, Berlaar, Beveren, Boechout, Boom, Bornem, Borsbeek, Brasschaat, Brecht, Edegem, Essen, Grobbendonk, Hemiksem, Herentals, Herenthout, Hove, Kalmthout, Kapellen, Kontich, Kruibeke, Lier, Lint, Malle, Mortsel, Niel, Nijlen, Olen, Puurs, Ranst, Rumst, Schelle, Schilde, Schoten, Sint-Amands, Stabroek, Westerlo, Wijnegem, Wommelgem, Wuustwezel, Zandhoven, Zoersel, Zwijndrecht.
De stad Antwerpen zal een eerste overleg organiseren op 11 maart 2016 en nodigt één vertegenwoordiger uit van het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente.
Het college beslist een overleg over een stadregionale samenwerking met als thema mobiliteit op te starten en nodigt daarvoor een vertegenwoordiger van het college van volgende gemeentebesturen uit: Aartselaar, Berlaar, Beveren, Boechout, Boom, Bornem, Borsbeek, Brasschaat, Brecht, Edegem, Essen, Grobbendonk, Hemiksem, Herentals, Herenthout, Hove, Kalmthout, Kapellen, Kontich, Kruibeke, Lier, Lint, Malle, Mortsel, Niel, Nijlen, Olen, Puurs, Ranst, Rumst, Schelle, Schilde, Schoten, Sint-Amands, Stabroek, Westerlo, Wijnegem, Wommelgem, Wuustwezel, Zandhoven, Zoersel, Zwijndrecht.
Het college keurt de collegiale brief over de stadsregionale samenwerking mobiliteit goed.