Terug

2016_CBS_02102 - Onroerenderfgoeddepot - Erkenningsaanvraag - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
do 10/03/2016 - 14:00 Digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_02102 - Onroerenderfgoeddepot - Erkenningsaanvraag - Goedkeuring 2016_CBS_02102 - Onroerenderfgoeddepot - Erkenningsaanvraag - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Het decreet betreffende het onroerend erfgoed van 12 juli 2013 voorziet de mogelijkheid om een archeologisch depot te laten erkennen als onroerenderfgoeddepot. Het doel van deze erkenning beoogt garanties te bieden voor een professioneel en duurzaam beheer van opgravingsvondsten en archeologisch archief.

Argumentatie

Het decreet betreffende het onroerend erfgoed definieert een onroerenderfgoeddepot als volgt: een bewaarplaats met een onderzoeksruimte waar in gecontroleerde omstandigheden archeologische ensembles, archeologische artefacten of onderdelen van beschermd erfgoed, afkomstig uit het Vlaamse Gewest, worden bewaard en beheerd.

Door haar jarenlange actieve opgravingsactiviteit heeft de stad Antwerpen de voorbije zes decennia een rijke en gevarieerde collectie archaeologica opgebouwd met het daarbij horend opgravingsarchief. Het depot bevat één van de belangrijkste collecties in Vlaanderen. Het gros van de collectie bevindt zich in de kelderverdieping van blok E van het Luchtbalcomplex, Havanastraat 1-3, 2030 Antwerpen. Grote en weinig kwetsbare stukken, vooral in natuursteen, evenals allerhande bouwhistorische elementen, worden bewaard in het magazijn Klaproosstraat 51, 2610 Wilrijk.

De doelstelling van de huidige bestuursperiode voor het beleidsdomein onroerend erfgoed omvat een actieplan met als omschrijving 'de stad geeft het goede voorbeeld als onroerend erfgoedzorger'. Als operationele doelstelling binnen dit actieplan wordt het professioneel beheer van de archeologische collectie naar voor geschoven. Door de aanvraag voor de erkenning als onroerenderfgoeddepot in te dienen, wordt deze doelstelling in belangrijke mate gerealiseerd. Vermits er binnen de huidige werking kan voldaan worden aan de basisvoorwaarden is de dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/archeologie van mening dat het archeologiedepot van de stad Antwerpen voor erkenning in aanmerking komt.

In geval van erkenning als onroerenderfgoeddepot engageert de stad zich de voorwaarden die gesteld worden in het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het bijhorend onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 na te leven. In het kader van de opvolging van de erkende onroerenderfgoeddepots gaat de stad akkoord om:

  • alle wijzigingen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden onmiddellijk aan het agentschap Onroerend Erfgoed te melden;
  • altijd tewerk te gaan volgens de wettelijke en decretale voorschriften voor de tijdelijke en permanente opslag van onroerend goed, en volgens de internationaal aanvaarde standaarden;
  • jaarlijks een inhoudelijk verslag over de inhoudelijke werking van het onroerenderfgoeddepot op te stellen en aan het agentschap Onroerend Erfgoed te bezorgen.

Aan de aanvraag tot erkenning als onroerenderfgoeddepot zijn op dit moment geen financiële consequenties verbonden. Enkel wanneer een bovengemeentelijke samenwerking met minstens twee andere gemeenten wordt aangegaan kan het onroerenderfgoeddepot ook gesubsidieerd worden door de Vlaamse overheid. De dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/archeologie neemt zich voor de nodige stappen te ondernemen om een dergelijke samenwerking tot stand te brengen. Door nu al een aanvraag in te dienen geeft de stad te kennen het beheer van haar archeologisch erfgoed ernstig te nemen en bij de voortrekkers ter zake te willen horen.

Het college besliste reeds op 13 maart 2015, jaarnummer 2105, om de aanvraag voor de erkenning van het archeologiedepot als onroerenderfgoeddepot van en voor de stad Antwerpen bij het agentschap Onroerend Erfgoed in te dienen. De aanvraag werd met een ministerieel besluit van 1 juli 2015 echter geweigerd, omdat deze niet voldeed aan de erkenningsvoorwaarden van artikel 3.4.2., 1° en artikel 3.4.2., 3° van het onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 om volgende redenen:

  • het depot beschikt niet over een geïmplementeerd digitaal registratiesysteem;
  • het depot hanteert geen opvolgbare gescheiden opslag van het vondstmateriaal, waardoor de principes van gescheiden opslag met gecontroleerde bewaaromstandigheden niet toepasbaar zijn.

 Het agentschap Onroerend Erfgoed signaleerde in haar advies ook een aantal aandachtspunten die evenwel geen breekpunt voor de erkenning vormen.

Naar aanleiding van de weigering heeft de dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/archeologie de nodige stappen ondernomen om tegemoet te komen aan de redenen tot weigering van de oorspronkelijke aanvraag. Het collectieregistratiesysteem Adlib Museum 4.4 is ondertussen geïmplementeerd. Daardoor is het ook mogelijk geworden om tegemoet te komen aan de tweede fundamentele opmerking om de principes van gescheiden opslag met gecontroleerde bewaaromstandigheden toe te passen. De dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/archeologie is van mening dat nu wel voldaan wordt aan de voorwaarden tot erkenning als onroerenderfgoeddepot en stelt voor om opnieuw een aanvraag in te dienen.

In bijlage aan dit besluit is de aangevulde en geactualiseerde aanvraag voor de erkenning als onroerenderfgoeddepot toegevoegd, inclusief alle vereiste bijlagen.

Een aanvraag tot erkenning kan jaarlijks ingediend worden, uiterlijk op 15 maart. In voorkomend geval kan een erkend onroerenderfgoeddepot zelf te kennen geven niet meer erkend te willen zijn. Het agentschap Onroerend Erfgoed kan in dat geval een voorstel van beslissing formuleren over de intrekking van de erkenning, waarover de minister daarna een beslissing neemt.

Juridische grond

Het artikel 3.4.1 van het decreet betreffende het onroerend erfgoed van 12 juli 2013 en de artikels 3.4.1. en 3.4.2. van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet.

Beleidsdoelstellingen

5 - Bruisende stad
1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling
1SBR0403 - De stad geeft het goede voorbeeld als onroerend erfgoedzorger
1SBR040303 - De archeologische collectie is op een professionele manier beheerd

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist om de aanvraag voor de erkenning van het archeologiedepot als onroerenderfgoeddepot van en voor de stad Antwerpen goed te keuren en deze aanvraag bij het agentschap Onroerend Erfgoed in te dienen.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • 20160303_aanvraag_onroerenderfgoeddepot.pdf