Het college keurde op 27 mei 2016 (jaarnummer 4220) de richtnota voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) 'Contactzone Noorderlaan' goed. De Europese richtlijn 2001/42/EG bepaalt dat alle ruimtelijke uitvoeringsplannen aan een milieueffectrapportage (MER) onderworpen moeten worden. De doelstellingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan 'Contactzone Noorderlaan' vallen onder het toepassingsgebied van de milieueffectrapportage. Dit wordt bepaald in het 'Decreet houdende algemene bepalingen milieubeleid' van 5 april 1995 met betrekking tot de 'Milieueffectrapportage over plannen en programma's'. De opmaak van een plan-milieueffectenrapport (plan-MER) is dus noodzakelijk.
Het college besliste op 27 mei 2016 om de opmaak van een plan-MER voor RUP Contactzone Noorderlaan te gunnen aan Sweco binnen het raamcontract GAC/2015/3065 (jaarnummer 4220).
Een plan-MER is een informatief instrument en geen beslissingsinstrument. Het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan' onderzoekt milieueffecten en alternatieven. De stad Antwerpen beslist dus na de procedure plan-MER 'RUP Contactzone Noorderlaan' over het al dan niet toelaten of vaststellen van het RUP Contactzone Noorderlaan. Bij deze beslissing houdt de stad Antwerpen niet enkel rekening met het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan', maar ook met andere sectoren (sociale, economische en technische belangen) en met openbare inspraak.
De eerste stap in de opmaak van het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan' is de opmaak van een kennisgevingsnota. In deze nota geven de MER-deskundigen aan welke onderzoeken zij noodzakelijk achten om de milieueffecten van een plan te kunnen inschatten.De doelstellingen van deze kennisgeving zijn de volgende:
Verschaffen van voldoende informatie omtrent het plan en de te bestuderen effecten zodat de burger en de administraties (tijdens de terinzagelegging) kunnen nagaan wat er zal bestudeerd worden en of de geplande MER-studie de te verwachten effecten voldoende zal bestuderen.
Voldoende duidelijk aangeven wat de intenties van de MER-studie zijn (welke effecten zullen bestudeerd worden en op welke manier?), zodat de kennisgeving bij de beoordeling kan gebruikt worden als controlemiddel (zijn alle effecten wel degelijk bestudeerd en beschreven zoals aangegeven in de kennisgevingsnota en dit volgens de voorgestelde methodologie?).
Het doel van de terinzagelegging van de kennisgevingsnota is ten eerste om de betrokken huidige eigenaars en gebruikers van het plangebied en de inwoners van de stad op de hoogte te stellen van het voorgenomen plan en haar mogelijke gevolgen op de omgeving. Ten tweede is het de bedoeling om concrete, zinvolle reacties uit te lokken waarmee de dienst MER rekening kan houden bij de opmaak van richtlijnen.
Voor het plangebied van de Contactzone Noorderlaan wordt ervoor geopteerd om maximaal vanuit de bestaande invulling en de huidige aanwezige functies te vertrekken. Verder blijkt uit het vooronderzoek (Mober 2013) dat een bijkomend programma aan grootschalige detailhandel van 20.789 m² bruto vloeroppervlakte (BVO) mogelijk is.
Gezien het plan-MER het basisprogramma niet als een vaststaand gegeven beschouwt, maar eerder als een vertrekpunt, een werkhypothese van waaruit de concrete randvoorwaarden en vrijheidsgraden voor het plan bepaald worden aan de hand van, wordt er voor geopteerd om de restcapaciteit aan grootschalige detailhandel voor het basisprogramma af te ronden naar 20.000 m².
Het basisprogramma bestaat zodoende uit:
Voor de bijkomende oppervlakte aan grootschalige detailhandel worden twee mogelijke projectlocaties in beschouwing genomen, die afzonderlijk of gebundeld in aanmerking kunnen komen:
1. Projectlocatie parking hoek Groenendaallaan-Noorderlaan;
2. Projectlocatie Noord-Center
Naast het basisprogramma beoogt het RUP, indien de draagkracht van de omgeving dit toelaat, ook ruimere ontwikkelingsmogelijkheden en een grote mate van flexibiliteit voor de invulling van het plangebied te behouden. Om hierop in te spelen zal worden nagegaan in welke mate er vrijheidsgraden mogelijk zijn op het basisprogramma. In het plan-MER wordt dit meegenomen onder de vorm van onderzoeksvragen aanvullend op het basisprogramma.
De onderzoeksvragen met betrekking tot het programma kunnen als volgt geformuleerd worden:
Deze onderzoeksvraag bekijkt de marge die nog op het basisprogramma zit, ingegeven vanuit het aspect mobiliteit. Indien er bovenop het basisprogramma vanuit mobiliteitsoogpunt (verkeersafwikkeling) ontwikkelingen mogelijk blijken, dan wordt nagegaan wat dit kan betekenen naar verbreding en/of verdichting.
Het MER onderzoekt of het plangebied een geschikte locatie is voor wonen. Gezien de ruimtelijke vorm van het projectgebied, de nabijheid van Sevesobedrijven en de haven wordt hiervoor voornamelijk de zone ten zuiden van de Michiganstraat in rekening gebracht.
Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER
Procedure voor de opmaak van het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan' (volgens decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid):
Het college keurt de kennisgevingsnota van het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan' goed.