Terug

2016_CBS_10524 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Contactzone Noorderlaan, district Antwerpen - Kennisgevingsnota plan-MER - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 02/12/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_10524 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Contactzone Noorderlaan, district Antwerpen - Kennisgevingsnota plan-MER - Goedkeuring 2016_CBS_10524 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Contactzone Noorderlaan, district Antwerpen - Kennisgevingsnota plan-MER - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Het college keurde op 27 mei 2016 (jaarnummer 4220) de richtnota voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) 'Contactzone Noorderlaan' goed. De Europese richtlijn 2001/42/EG bepaalt dat alle ruimtelijke uitvoeringsplannen aan een milieueffectrapportage (MER) onderworpen moeten worden. De doelstellingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan 'Contactzone Noorderlaan' vallen onder het toepassingsgebied van de milieueffectrapportage. Dit wordt bepaald in het 'Decreet houdende algemene bepalingen milieubeleid' van 5 april 1995 met betrekking tot de 'Milieueffectrapportage over plannen en programma's'. De opmaak van een plan-milieueffectenrapport (plan-MER) is dus noodzakelijk.

Het college besliste op 27 mei 2016 om de opmaak van een plan-MER voor RUP Contactzone Noorderlaan te gunnen aan Sweco binnen het raamcontract GAC/2015/3065 (jaarnummer 4220).

Een plan-MER is een informatief instrument en geen beslissingsinstrument. Het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan' onderzoekt milieueffecten en alternatieven. De stad Antwerpen beslist dus na de procedure plan-MER 'RUP Contactzone Noorderlaan' over het al dan niet toelaten of vaststellen van het RUP Contactzone Noorderlaan. Bij deze beslissing houdt de stad Antwerpen niet enkel rekening met het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan', maar ook met andere sectoren (sociale, economische en technische belangen) en met openbare inspraak.

Argumentatie

De eerste stap in de opmaak van het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan' is de opmaak van een kennisgevingsnota. In deze nota geven de MER-deskundigen aan welke onderzoeken zij noodzakelijk achten om de milieueffecten van een plan te kunnen inschatten.De doelstellingen van deze kennisgeving zijn de volgende:

Verschaffen van voldoende informatie omtrent het plan en de te bestuderen effecten zodat de burger en de administraties (tijdens de terinzagelegging) kunnen nagaan wat er zal bestudeerd worden en of de geplande MER-studie de te verwachten effecten voldoende zal bestuderen.

Voldoende duidelijk aangeven wat de intenties van de MER-studie zijn (welke effecten zullen bestudeerd worden en op welke manier?), zodat de kennisgeving bij de beoordeling kan gebruikt worden als controlemiddel (zijn alle effecten wel degelijk bestudeerd en beschreven zoals aangegeven in de kennisgevingsnota en dit volgens de voorgestelde methodologie?).

Het doel van de terinzagelegging van de kennisgevingsnota is ten eerste om de betrokken huidige eigenaars en gebruikers van het plangebied en de inwoners van de stad op de hoogte te stellen van het voorgenomen plan en haar mogelijke gevolgen op de omgeving. Ten tweede is het de bedoeling om concrete, zinvolle reacties uit te lokken waarmee de dienst MER rekening kan houden bij de opmaak van richtlijnen.

Voor het plangebied van de Contactzone Noorderlaan wordt ervoor geopteerd om maximaal vanuit de bestaande invulling en de huidige aanwezige functies te vertrekken. Verder blijkt uit het vooronderzoek (Mober 2013) dat een bijkomend programma aan grootschalige detailhandel van 20.789 m² bruto vloeroppervlakte (BVO) mogelijk is.

Gezien het plan-MER het basisprogramma niet als een vaststaand gegeven beschouwt, maar eerder als een vertrekpunt, een werkhypothese van waaruit de concrete randvoorwaarden en vrijheidsgraden voor het plan bepaald worden aan de hand van, wordt er voor geopteerd om de restcapaciteit aan grootschalige detailhandel voor het basisprogramma af te ronden naar 20.000 m².         

Het basisprogramma bestaat zodoende uit:

  • de bestaande functionele invulling: de bestaande functionele invulling omvat de huidige toestand in het plangebied (november 2016) incl. vergunde activiteiten;
  • een bijkomend programma aan grootschalige detailhandel van 20.000 m² bruto vloeroppervlakte (BVO), waarbij voor de units een minimum van 1.000 m² netto en 1.500 m³ bruto-vloeroppervlakte gehanteerd wordt.

Voor de bijkomende oppervlakte aan grootschalige detailhandel worden twee mogelijke projectlocaties in beschouwing genomen, die afzonderlijk of gebundeld in aanmerking kunnen komen:

1. Projectlocatie parking hoek Groenendaallaan-Noorderlaan;

2. Projectlocatie Noord-Center

Naast het basisprogramma beoogt het RUP, indien de draagkracht van de omgeving dit toelaat, ook ruimere ontwikkelingsmogelijkheden en een grote mate van flexibiliteit voor de invulling van het plangebied te behouden. Om hierop in te spelen zal worden nagegaan in welke mate er vrijheidsgraden mogelijk zijn op het basisprogramma. In het plan-MER wordt dit meegenomen onder de vorm van onderzoeksvragen aanvullend op het basisprogramma.

De onderzoeksvragen met betrekking tot het programma kunnen als volgt geformuleerd worden:

  • In welke mate is het basisprogramma inwisselbaar?
    • Er wordt bekeken hoeveel van de ene functie in het gebied kan ontwikkeld worden als een bepaalde hoeveelheid van een andere functie verdwijnt;
    • Daarnaast wordt ook inwisselbaarheid qua locatie in rekening gebracht. Dit geldt voornamelijk voor de bijkomende 20.000 m² aan grootschalige detailhandel. Hierbij wordt nagegaan wat de impact is van de toebedeling van de functie aan een specifieke locatie;
  • In welke mate is er functionele verbreding en/of verdichting mogelijk?

Deze onderzoeksvraag bekijkt de marge die nog op het basisprogramma zit, ingegeven vanuit het aspect mobiliteit. Indien er bovenop het basisprogramma vanuit mobiliteitsoogpunt (verkeersafwikkeling) ontwikkelingen mogelijk blijken, dan wordt nagegaan wat dit kan betekenen naar verbreding en/of verdichting.

  • Verbreding slaat op ‘aanvullende functies’. Indien er nog rek zit op het basisprogramma wordt aldus bekeken in welke mate die ‘rek’ door aanvullende functies ten opzichte van het basisprogramma kan worden ingevuld. Het gaat hier dus om nieuwe functies die momenteel niet tot het basisprogramma behoren;
  • Verdichting slaat op een toename van de oppervlakte aan functies die reeds deel uitmaken van het basisprogramma (onder andere KMO, industrie, logistiek, groothandel);
  • In welke mate is het plangebied ten zuiden van de Michiganstraat geschikt voor een woonfunctie?

Het MER onderzoekt of het plangebied een geschikte locatie is voor wonen. Gezien de ruimtelijke vorm van het projectgebied, de nabijheid van Sevesobedrijven en de haven wordt hiervoor voornamelijk de zone ten zuiden van de Michiganstraat in rekening gebracht.

Juridische grond

Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER

Fasering

Procedure voor de opmaak van het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan' (volgens decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid):

  • opmaak kennisgevingsnota;
  • volledigverklaring van kennisgevingsnota;
  • terinzagelegging gedurende 30 dagen in de stad Antwerpen. Mogelijkheid tot opmerkingen en aanvullingen;
  • bundeling (door de dienst MER) van eventuele vragen en opmerkingen geformuleerd tijdens het ter inzage leggen;
  • bespreking in een overlegvergadering van de kennisgevingsnota/ontwerprapport en van eventueel geformuleerde inspraakreacties en adviezen met de bevoegde administraties, de erkende MER-deskundigen en de initiatiefnemer;
  • opstellen van richtlijnen door de dienst MER. Deze hebben betrekking op de inhoudsafbakening van het MER. De ontvangen inspraakreacties en adviezen worden hierin meegenomen. De dienst MER maakt binnen de 20 dagen na het beëindigen van de terinzagelegging (termijn van orde) een verslag op dat de richtlijnen voor het MER bevat; deze richtlijnen zijn een openbaar document en elke burger kan ze bij de stad opvragen;
  • opmaken van het definitief MER door de deskundigen, rekening houdend met de richtlijnen en de opmerkingen op het ontwerprapport geformuleerd tijdens de overlegvergadering;
  • goedkeuringsonderzoek door de dienst MER. De dienst MER beslist binnen een termijn van vijftig dagen (termijn van orde) na ontvangst van het plan-MER over de goed- of afkeuring ervan. Het definitief plan-MER maakt deel uit van het RUP en volgt verder dezelfde procedure als het RUP.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1SWN02 - Wonen, economische functies en publieke voorzieningen zijn gevarieerd, nabij en bereikbaar in elk buurt- en districtscentrum
1SWN0202 - De ruimtelijke structuur, identiteit en kwaliteit op het niveau van de districten, wijken en buurten zijn versterkt
1SWN020202 - Ruimtelijke kaders voor wijken en buurten voor nieuwe ontwikkelingen zijn gemaakt
1SWN020202P03718 - RUP Contactzone Noorderla

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de kennisgevingsnota van het plan-MER RUP 'Contactzone Noorderlaan' goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • Kennisgevingsnota