Terug

2016_CBS_10520 - Plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan', district Wilrijk - Kennisgevingsnota plan-MER - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 02/12/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_10520 - Plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan', district Wilrijk - Kennisgevingsnota plan-MER - Goedkeuring 2016_CBS_10520 - Plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan', district Wilrijk - Kennisgevingsnota plan-MER - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

De stad Antwerpen wenst enerzijds een RUP op te stellen voor het gebied langs de Boomsesteenweg (A12) dat verder omsloten wordt door de Moerelei en de Oudebaan, benoemd als het RUP Oudebaan.
Anderzijds wenst de stad een RUP op te maken voor het gebied Ter Beke Zuid, iets ten zuiden van Oudebaan gelegen met verschillende planonderdelen, zijnde Hof ter Beke, detailhandelzaken langsheen de Boomsesteenweg, de terreinen van een autohandelaar, een trailerparking en een gedeelte akkerland. Zowel in het deelgebied Oudebaan als het deelgebied Ter Beke Zuid komt hoofdzakelijk grootschalige detailhandel voor, wat niet in overeenstemming is met de huidige planologische bestemming.

Beide RUP’s hebben als doel om de (her)ontwikkeling van het plangebied af te stemmen op de bestaande beleidscontext. Meer concreet om de (her)ontwikkeling met grootschalige detailhandel (respectievelijk als thematische retailzone en autogeoriënteerde retail) planologisch te verankeren. In eerste instantie betekent dit het behoud van het huidig gebruik van beide deelgebieden. Daarnaast zal ook worden onderzocht in welke mate bijkomende ontwikkelingen (welke functies in welke hoeveelheid) in het plangebied mogelijk zijn.

Dit voornemen wordt getoetst op de impact op het milieu. Omwille van de nabije ligging van beide deelgebieden en de mogelijke interferentie tussen beide werd besloten om de milieueffecten in één gezamenlijk plan-MER te onderzoeken.

Het college keurde op 18 juli 2014 (jaarnummer 7568) de richtnota voor het RUP 'Oudebaan' goed. De richtnota voor het RUP ‘Ter Beke Zuid’ wordt gelijktijdig met deze kennisgevingsnota ter goedkeuring voorgelegd. 

Het college besliste op 25 maart 2016 (jaarnummer 2601) om de opmaak van het plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan' (toen Ter Beke genoemd) te gunnen aan Sweco binnen het raamcontract GAC/2015/3065 (jaarnummer 0480, college 22 januari 2016).

Argumentatie

Milieueffectrapportage (kortweg m.e.r.) is een juridisch-administratieve procedure waarbij, voordat een activiteit of ingreep plaatsvindt, de milieugevolgen worden bestudeerd, besproken en geëvalueerd. Via het milieuonderzoek wordt getracht om de voor het milieu mogelijk negatieve effecten in een vroeg stadium van de besluitvorming te kennen zodat ze kunnen worden voorkomen of gemilderd. Op die wijze kan het voorliggend project of plan worden bijgestuurd. Het milieueffectrapport vormt bijgevolg een belangrijk instrument in de besluitvorming. Het is een belangrijk hulpmiddel voor de overheid om te beslissen of een bepaald project of plan toegelaten of vergund zal worden en onder welke voorwaarden.

Het basisprogramma dat onderzocht wordt omvat het behoud van de bestaande functionele invulling van beide plangebieden, de vergunde situatie voor het Hof ter Beke (restauratie van het kasteel Hof ter Beke en de uitbreiding ervan in functie van de herbestemming tot congres- en feestzalencomplex, taverne en een conciërgewoning) en de bijkomende retail van ongeveer 75 pae tijdens het drukste spitsuur.

Naast het basisprogramma beogen de RUP’s, indien de draagkracht van de omgeving dit toelaat, ook ruimere ontwikkelingsmogelijkheden en een mate van flexibiliteit voor de invulling van het plangebied te behouden. Daarom zal worden nagegaan in welke mate er vrijheidsgraden op het basisprogramma mogelijk zijn. In het plan-MER wordt dit meegenomen als een onderzoeksvraag aanvullend op het basisprogramma: In welke mate is inwisselbaarheid, verbreding, concentratie en verdichting van functies mogelijk en wat is de impact hiervan? De algemene onderzoeksvraag speelt op verschillende schaalniveaus binnen het plangebied een rol:

  • inwisselbaarheid binnen het deelgebied Oudebaan;
  • inwisselbaarheid binnen het deelgebied Ter Beke Zuid;
  • inwisselbaarheid tussen beide deelgebieden;
  • inwisselbaarheid van functies onderling.

Een bijkomende specifieke functie die zal bekeken worden is de impact op het mobiliteitsprofiel van de toevoeging van een vrachtwagenparking voor een 50 tal vrachtwagens ter hoogte van het deelgebied Ter Beke Zuid.

Een plan-MER is een informatief instrument en geen beslissingsinstrument. Het plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan' onderzoekt milieueffecten en alternatieven.

De eerste stap in de opmaak van het plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan' is de opmaak van een kennisgevingsnota. In deze nota geven de MER-deskundigen aan welke onderzoeken zij noodzakelijk achten om de milieueffecten van een plan te kunnen inschatten. De doelstellingen van deze kennisgeving zijn de volgende:

  • Verschaffen van voldoende informatie omtrent het plan en de te bestuderen effecten zodat de burger en de administraties (tijdens de terinzagelegging) kunnen nagaan wat er zal bestudeerd worden en of de geplande MER-studie de te verwachten effecten voldoende zal bestuderen.
  • Voldoende duidelijk aangeven wat de intenties van de MER-studie zijn (welke effecten zullen bestudeerd worden en op welke manier?), zodat de kennisgeving bij de beoordeling kan gebruikt worden als controlemiddel (zijn alle effecten wel degelijk bestudeerd en beschreven zoals aangegeven in de kennisgevingsnota en dit volgens de voorgestelde methodologie?).

Het doel van de terinzagelegging van de kennisgevingsnota is ten eerste om de betrokken huidige eigenaars en gebruikers van het plangebied en de inwoners van de stad op de hoogte te stellen van het voorgenomen plan en haar mogelijke gevolgen op de omgeving. Ten tweede is het de bedoeling om concrete, zinvolle reacties uit te lokken waarmee de dienst MER rekening kan houden bij de opmaak van richtlijnen. 

Juridische grond

Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.

Fasering

Procedure voor de opmaak van het plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan'  (volgens decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid):

  • opmaak kennisgevingsnota;
  • volledigverklaring van kennisgevingsnota;
  • terinzagelegging gedurende 30 dagen in de stad Antwerpen. Mogelijkheid tot opmerkingen en aanvullingen;
  • bundeling (door de dienst MER) van eventuele vragen en opmerkingen geformuleerd tijdens het ter inzage leggen;
  • bespreking in een overlegvergadering van de kennisgevingsnota/ontwerprapport en van eventueel geformuleerde inspraakreacties en adviezen met de bevoegde administraties, de erkende MER-deskundigen en de initiatiefnemer;
  • opstellen van richtlijnen door de dienst MER. Deze hebben betrekking op de inhoudsafbakening van het MER. De ontvangen inspraakreacties en adviezen worden hierin meegenomen. De dienst MER maakt binnen de 20 dagen na het beëindigen van de terinzagelegging (termijn van orde) een verslag op dat de richtlijnen voor het MER bevat; deze richtlijnen zijn een openbaar document en elke burger kan ze bij de stad opvragen;
  • opmaken van het definitief MER door de deskundigen, rekening houdend met de richtlijnen en de opmerkingen op het ontwerprapport geformuleerd tijdens de overlegvergadering;
  • goedkeuringsonderzoek door de dienst MER. De dienst MER beslist binnen een termijn van vijftig dagen (termijn van orde) na ontvangst van het plan-MER over de goed- of afkeuring ervan. Het definitief plan-MER maakt deel uit van het RUP en volgt verder dezelfde procedure als het RUP.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1SWN02 - Wonen, economische functies en publieke voorzieningen zijn gevarieerd, nabij en bereikbaar in elk buurt- en districtscentrum
1SWN0204 - De ruimtelijke planningsprocessen zijn goed onderbouwd en hebben maatschappelijk draagvlak
1SWN020402 - De mogelijkheden van elke plek zijn onderzocht in functie van ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en draagkracht

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de kennisgevingsnota van het plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan' goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • Kennisgevingsnota_MER_Oudebaan_Ter Beke Zuid_def