Terug

2016_CBS_10043 - Duurzame stad - Financiering lokaal klimaatbeleid. Collegiale brieven aan Vlaamse ministers - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 18/11/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_10043 - Duurzame stad - Financiering lokaal klimaatbeleid. Collegiale brieven aan Vlaamse ministers - Goedkeuring 2016_CBS_10043 - Duurzame stad - Financiering lokaal klimaatbeleid. Collegiale brieven aan Vlaamse ministers - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Het college gaf op 14 februari 2014 (jaarnummer 1630) opdracht aan Tractebel Engineering International en SuMa Consulting om een financieringsmodel te ontwikkelen dat een antwoord biedt aan de financieringsbehoeften van de belangrijkste maatregelen uit het stedelijke klimaatplan. De stad Gent gaf aan Technum en SuMa Consulting dezelfde opdracht. Op basis van het onderzoek bij deze steden groeide de wens om de krachtlijnen uit de studies te valideren. Door de potentiële omvang van het beoogde financieringsinstrument werden bijkomende partners gezocht. Leuven, Sint-Niklaas, Kruibeke, de opdrachthoudende vereniging Intergemeentelijke vereniging voor ontwikkeling van het Gewest Mechelen en Omgeving (IGEMO), de provincies West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, het Vlaamse departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) en de bank KBC sloten aan.

In het Antwerpse klimaatplan werd het ontwikkelen van een financieringsoplossing voor de uitvoering van het klimaatplan verankerd in de maatregel "MA.02 Oprichten van een financieel instrument". De Antwerpse gemeenteraad keurde het Antwerpse klimaatplan op 26 oktober 2015 (jaarnummer 541) eenparig goed. 

Met het oog op intensere samenwerking met Vlaanderen en naar aanleiding van de Vlaamse Klimaattop keurde het college op 1 april 2016 (jaarnummer 2826) de collegiale brieven goed die samen met de hiervoor genoemde partners aan minister-president Bourgeois, minister Homans, minister Schauvliege en minister Turtelboom verzonden werden. De lokale besturen vroegen in de brief om de financieringsoplossing  toe te kunnen lichten aan de hogergenoemde ministers en tevens met hen mogelijke samenwerkingsverbanden te bespreken. 

Het college keurde op 30 september (jaarnummer 8494) de deelname aan een onderzoek naar de gepaste samenwerkingsstructuur voor de verdere uitwerking van de financiering van lokale klilmaatplannen goed.

Argumentatie

Antwerpen en andere steden en gemeenten hebben ambitieuze lokale actieplannen. De realisatie veronderstelt een lange periode van omvangrijke investeringen. Doordat de benodigde investeringen meteen ook een investering in de Vlaamse economie betekenen, kunnen deze plannen een motor van krachtige, langdurige economische relance zijn. De meeste plannen missen echter een sluitend financieringsluik. Zonder aangepaste financiering zal geen sprake zijn van de realisatie van de lokale klimaatdoelstellingen of van economische relance.

Om maximaal het ecologische en economische potentieel van de  klimaatplannen te valoriseren hebben  Antwerpen, Gent, Kruibeke, Leuven, de opdrachthoudende vereniging IGEMO, de provincies West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, het Vlaamse departement Leefmilieu, Natuur en Energie in samenwerking met de private partners Technum, KBC en SuMa Consulting een samenwerking opgezet. Dit resulteerde in de ontwikkeling van een model voor de financiering van lokale klimaatplannen waarbij lokale klimaatplannen met in hoofdzaak private middelen worden gefinancierd.

Om dit model verder uit te werken en aan de praktijk te toetsen is een pilootproject in 3 fasen opgezet:

  1. Fase 1 beschrijft het concept en het businessplan op hoofdlijnen. Komen aan bod: het financieringsmodel zelf, de financieringsdynamiek, cashflowplanning, beheer en risico’s. Drie maatregelenclusters omtrent lokale renovatie van wooneenheden, energie-efficiëntie bij KMO’s en vergroenen van mobiliteit valideren de hoofdlijnen;
  2. Fase 2 kent twee onderdelen. Fase 2a valideert een aantal assumpties uit fase 1 op het terrein en bereidt de start van de operationele activiteiten van fase 2b voor. Fase 2a wordt afgesloten met een due diligence-onderzoek  door een derde onafhankelijke partij. Indien dit onderzoek een gunstige afloop kent, wordt de operationele fase 2b gestart. Middelen worden in de markt opgehaald en deze worden geïnvesteerd in concrete projecten uit de drie voormelde clusters;
  3. Fase 3 schaalt fase 2 op in volume van investeringen en maatregelenclusters. 

Fase 1 is inmiddels afgewerkt. Antwerpen en de andere lokale publieke partners wensen fase 2, mits er financiële middelen gevonden worden, op te starten. De uitvoering van fase 2 heeft dan ook nood aan een doorgedreven samenwerking met Vlaanderen. De lokale partners vragen in de collegiale brief om samen aan fase 2 te werken. De collegiale brieven worden verzonden aan de ministers Schauvliege, Tommelein en Muyters. De lokale besturen vragen om Participatiemaatschappij Vlaanderen nv (PMV) te betrekken voor een evaluatie van de output van fase 1 en, indien gunstig, voor suggesties over een eventuele toekomstige rol van Vlaanderen in de uitwerking van het financieringsinstrument.

Met dit collegebesluit sluit Antwerpen zich aan bij de andere lokale overheden die over dit onderwerp schrijven. De andere overheden zijn Gent, Leuven, Sint-Niklaas, Kruibeke, de opdrachthoudende vereniging IGEMO en de provincies West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1HWN01 - Antwerpen is een duurzame stad
1HWN0101 - De ecologische duurzaamheidsambities zijn maximaal gerealiseerd met het oog op een hoge levenskwaliteit voor iedereen en economische waardecreatie
1HWN010101 - Met een lager energieverbruik, duurzaam geproduceerde energie en schone technologie evolueren we naar klimaatneutraliteit in 2050

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de collegiale brieven aan minister Tommelein, minister Schauvliege, minister Muyters betreffende de creatie van een instrument voor financiering van lokaal klimaatbeleid goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen