Terug

2016_CBS_08228 - Principebesluit. Leerwerkplekken. Duaal Leren - Overeenkomst van alternerende opleiding en stageovereenkomst alternerende opleiding - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/09/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_08228 - Principebesluit. Leerwerkplekken. Duaal Leren - Overeenkomst van alternerende opleiding en stageovereenkomst alternerende opleiding - Goedkeuring 2016_CBS_08228 - Principebesluit. Leerwerkplekken. Duaal Leren - Overeenkomst van alternerende opleiding en stageovereenkomst alternerende opleiding - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiƫle opmerkingen

De leervergoeding voor jongeren tewerkgesteld met een beroepsinlevingsovereenkomst in het kader van een alternerende opleiding bedroeg maximum 766,00 euro. Vanaf 1 september 2016 bedraagt de leervergoeding voor jongeren aangeworven via de overeenkomst alternerende opleiding maximum 528,60 euro. De financiële gevolgen voor de aanwervingen via deze overeenkomsten zullen in afzonderlijke besluiten geagendeerd worden.

Aanleiding en context

Op 11 maart 2011 (jaarnummer 469) besliste de stadssecretaris om te werken met beroepsinlevingsovereenkomsten voor jongeren uit het deeltijds onderwijs en volwassenen die een beroepsopleiding volgen (bijvoorbeeld bij Syntra) om hen deeltijds tewerk te stellen bij de stad.

Op 20 april 2012 (jaarnummer 3953) keurde het college een principebeslissing over de aanvullende voordelen in het kader van een beroepsinlevingsovereenkomst goed en op 17 december 2015 (jaarnummer 1368) keurde de stadssecretaris de uitvoeringsmodaliteiten van deze principebeslissing goed.

Op 7 maart 2014 (jaarnummer 2451) keurde het college een principebeslissing over de aanvullende voordelen in het kader van een leerovereenkomst goed.

Argumentatie

Naar aanleiding van de zesde staatshervorming werd de bevoegdheid van de federale overheid omtrent leerovereenkomsten (leren en werken) naar de Vlaamse overheid overgeheveld. In 2015 koos de Vlaamse regering resoluut om een nieuw stelsel van deeltijds leren en werken te ontwikkelen met name Duaal Leren, als kwaliteitsvol en volwaardig alternatief naast de bestaande klassieke onderwijsstelsels. Ook de bestaande vormen van deeltijds leren en werken (zoals de beroepsinlevingsovereenkomst en de leerovereenkomst) wil de Vlaamse regering meer waarde geven, vereenvoudigen en samenbrengen in Duaal Leren.

Als eerste vereenvoudiging, voor het project Duaal Leren, voerde de decreetgever met ingang van 1 september 2016 alternerend leren met de overeenkomst alternerende opleiding en de stageovereenkomst alternerende opleiding in. 34 scholen en 5 Syntralesplaatsen gaan aan de slag met alternerend leren voor 1 van 7 onderstaande studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs (so), het deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso) of de leertijd (Syntra).

  • Elektromechanische Technieken (so);
  • Elektrische Installaties (so, dbso, leertijd);
  • Chemische Procestechnieken (so);
  • Haarverzorging (so, dbso, leertijd);
  • Zorgkundige (so, dbso, leertijd);
  • Groen- en Tuinbeheer (so);
  • Ruwbouw (so, dbso, leertijd).

De overeenkomst alternerende opleiding geldt voor alle jongeren die minstens 20 uur per week opleiding op de werkvloer van een bedrijf volgen in de huidige stelsels leren en werken. De decreetgever heeft voorzien dat jongeren met een overeenkomst alternerende opleiding recht hebben op:

  • een leervergoeding, vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering;
  • betaalde vakantiedagen, die niet mogen worden opgenomen tijdens lesdagen of op dagen met activiteiten die met lessen gelijkgesteld zijn;
  • vakantiegeld;
  • behoud van de leervergoeding ingeval van schorsing voorzien in de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten (onder meer gewaarborgd inkomen bij ziekte, omstandigheidsverlof, ...);
  • twintig onbetaalde vakantiedagen op te nemen in de schoolvakanties.

Jongeren die minder dan 20 uur per week opleiding bij een bedrijf volgen, krijgen een stageovereenkomst alternerende opleiding: de modaliteiten zijn gelijklopend als bij de overeenkomst alternerende opleiding, met uitzondering van de vakantiedagen en de leervergoeding. De decreetgever heeft namelijk voor de stageovereenkomst alternerende opleiding geen vakantiedagen, vakantiegeld en leervergoeding voorzien.

Met dit besluit beslist de stad om:

  • zich als organisatie te engageren als leerbedrijf, leerwerkplekken uit te bouwen voor jongeren en in te stappen in het project Duaal Leren; 
  • de aanvullende voordelen en de modaliteiten van de voordelen voor de overeenkomst alternerende opleiding en stageovereenkomst alternerende opleiding vast te leggen. Deze arbeidsvoorwaarden sluiten aan bij de oorspronkelijke principebeslissing van het college van 7 maart 2014 (jaarnummer 2451). Enkel zal er geen  gevarentoelage, toelage voor nacht- en zaterdag- of zondagwerk, verstoringstoelage en permanentietoelage worden toegekend, indien de jongere verklaart afstand te doen van deze toelagen omwille van behoud van kinderbijslag.

Juridische grond

  • decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen;
  • besluit van de Vlaamse regering houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het principe van leerwerkplekken bij de stad Antwerpen goed.

Artikel 2

Het college beslist dat er met een overeenkomst van alternerende opleiding en een stageovereenkomst alternerende opleiding kan gewerkt worden bij de stad.

Artikel 3

Het college beslist om aan jongeren met een overeenkomst van alternerende opleiding en een stageovereenkomst alternerende opleiding:

  • volgende voordelen toe te kennen:
    - compensatieverlof na overuren (behoudens ingeval van werken met flexrooster);
    - (onkosten)vergoeding tijdens dienstreis.
  • en volgende voordelen niet toe te kennen:
    - opbouw tweede pensioenpijler;
    - anciënniteitsopbouw;
    - begrafenisvergoeding;
    - functionerings- en eindejaarstoelage;
    - haard- en standplaatstoelage;
    - kabinetstoelage;
    - toelage voor hogere functie of opdrachthouderschap;
    - hospitalisatieverzekering en verzekering gewaarborgd inkomen.

Artikel 4

Het college beslist om aan jongeren met een overeenkomst van alternerende opleiding ook

  • volgende voordelen toe te kennen:
    - 20 jaarlijkse vakantiedagen pro rata hun tewerkstellingspercentage en -periode;
    - 10 feestdagen (1 januari, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaart, pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1 november, 11 november en 25 december); 
    - klein verlet zoals bepaald in Koninklijk Besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden en de bedienden voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten;
    - maaltijdcheques;
    - terugbetaling woon-werkverkeer;
    - gevarentoelage, toelage voor nacht- en zaterdag- of zondagwerk, verstorings- en permanentietoelage. Tenzij de jongeren verklaren om afstand te doen van deze toelagen, omwille van behoud van kinderbijslag.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.