Terug

2016_CBS_08148 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Westerlund Bulk Terminals nv, Boerinnestraat 100, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/235/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/09/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_08148 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Westerlund Bulk Terminals nv, Boerinnestraat 100, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/235/AVG - Goedkeuring 2016_CBS_08148 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Westerlund Bulk Terminals nv, Boerinnestraat 100, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/235/AVG - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Westerlund Bulk Terminals nv, Land van Waaslaan 5 9130 Kallo (Kieldrecht). De aanvraag omvat: een hernieuwing van een inrichting voor de op- en overslag van minerale producten en meststoffen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Westerlund Bulk Terminals nv, Land van Waaslaan 5, 9130 Kallo, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Boerinnestraat 100, een inrichting voor de op- en overslag van minerale producten en meststoffen te hernieuwen. 

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht - hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10

algemene milieuvoorwaarden, licht – hoofdstuk 4.6.

Sectorale milieuvoorwaarden:

brandstoffen en brandbare vloeistoffen

afdeling 5.6.1

brandstofverdeelinstallaties

afdeling 5.6.1

elektriciteit

hoofdstuk 5.12

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor voertuigen

hoofdstuk 5.15

fysisch behandelen van gassen

afdeling 5.16.3

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.17.1

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen

afdeling 5.17.4.1

bouwmaterialen en minerale producten

hoofdstuk 5.30

doorvoeropslagplaatsen in zeehavengebieden

hoofdstuk 5.48

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • de kaaioppervlakte moet in alle omstandigheden proper worden gehouden;

  • bij de belading via vultrechters dienen alle maatregelen worden getroffen om stofemissies tot een minimum te herleiden. Dit houdt onder andere het systematisch gebruik maken van de reeds aanwezig sproei-installatie op de hopper, uiteraard afgestemd op het type stuivende stof of de eigenschappen ervan;

  • inpandige werken en operaties worden met gesloten poorten uitgevoerd

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 23 september 2016 en eindigt op 23 september 2036.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.