De terugstorting van 50% van de stedelijke restmiddelen (2.608.304,45 EUR) zal verwerkt worden in de budgetopmaak 2017.
Op 13 maart 2015 (jaarnummer 2125) keurde het college het principe van een transitiefonds goed met het oog op het realiseren van investeringen om exploitatiekosten in de toekomst te kunnen verminderen en dat de gerealiseerde voordelen dankzij de inzet van het transitiefonds (exclusief eventuele verkopen van patrimonium) terugvloeien naar het transitiefonds.
Het college keurde eveneens goed om de toekomstige reële besparingen via een 50/50-regeling te borgen, waarbij 50% wordt gestort in het transitiefonds en 50% mag worden herbesteed binnen dezelfde beleidsdoelstelling.
Op 29 mei 2015 (jaarnummer 4453) keurde het college de verdere uitwerking en principes goed voor het algemeen en de specifieke transitiefondsen. Het college keurde onder andere goed dat de autonome gemeentebedrijven en EVA-vzw's 50% van de restmiddelen kunnen inzetten voor nieuw beleid, mits goedkeuring van de herbestemming door het college. De overige 50% wordt toegevoegd aan het algemeen transitiefonds.
Ook in de beheers- en samenwerkingsovereenkomsten met de stedelijke autonome gemeentebedrijven en EVA-vzw's is opgenomen dat het agentschap elke herbestemming van reserves en overschotten of de terugbetaling van het niet-bestede deel van de stedelijke dotatie voorafgaandelijk ter goedkeuring voorlegt aan het college.
Op 12 juni 2015 gaf het college opdracht aan inspectie financiën (2015061201) om, in verband met het transitiefonds, de restmiddelen van alle betrokken entiteiten jaarlijks objectief te bepalen. Alle betrokken entiteiten dienen daarom jaarlijks hun cijfers zo snel als mogelijk ter beschikking te stellen aan inspectie financiën.
Op 8 januari 2016 (jaarnummer 10593) keurde het college de aanpak, werkwijze en planning goed zoals beschreven in de nota van inspectie financiën met betrekking tot het transitiefonds.
Op 4 maart 2016 (jaarnummer 1771) nam het college kennis van het uitstel van de vastlegging van de jaarrekening 2015 van het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen (AG SO) naar september 2016 (raad van bestuur) en oktober 2016 (gemeenteraad). Als gevolg van dit uitstel zal de verwerking van het budgettair resultaat van 2015, inclusief de verwerking van de stedelijke restmiddelen, gebeuren bij budgetopmaak 2017, in plaats van bij budgetwijziging 2016.
Op basis van de (voorlopige) cijfers over het boekjaar 2015 van het AG SO blijken stedelijke restmiddelen voor een bedrag van 5.216.608,89 EUR.
Een bedrag van 2.608.304,45 EUR, zijnde 50% van deze stedelijke restmiddelen zal bij budgetopmaak 2017 van AG SO opgenomen worden als een terug te betalen bedrag aan de stad Antwerpen.
De overige 50% van de stedelijke restmiddelen, zijnde 2.608.304,45 EUR, wordt binnen het AG SO ingezet voor volgende extra projecten van het masterplan patrimonium van het AG SO:
Het college neemt kennis van de stedelijke restmiddelen van het AG Stedelijk Onderwijs Antwerpen met betrekking tot boekjaar 2015 voor een bedrag van 5.216.608,89 EUR.
Het college beslist dat 50% van deze stedelijke restmiddelen, zijnde 2.608.304,45 EUR, zal teruggestort worden aan de stad.
Het college keurt goed dat de overige 50% van de stedelijke restmiddelen, eveneens een bedrag van 2.608.304,45 EUR, door AG Stedelijk Onderwijs Antwerpen ingezet worden voor volgende extra projecten van het masterplan onderwijspatrimonium:
De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Terugstorting 50% stedelijke restmiddelen door AG SO | 2.608.304,45 EUR | budgetplaats: 5175510000 budgetpositie: 746 functiegebied: 1TSB100205A00000 subsidie: sub_nr fonds: intern begrotingsprogramma: 1SA070114 budgetperiode: 1700 |
nvt |