Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 15 september 2015 vraagt PNG, Florent Geversstraat 39, 2650 Edegem aan om zijn eigendom, gelegen Frans Van Dunlaan 149, 2610 Wilrijk, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hij voegt hierbij de volgende documenten ter staving toe:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Frans Van Dunlaan 149 te Wilrijk, is kadastraal gekend als “Hand/Huis” met gegevens 42 afdeling, sectie C, nummer 0237 M 8.
In het archief van de stad Antwerpen is 1 bouwdossier terug te vinden voor het huidige gebouw:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestplan in woongebied.
2.Bestaande feitelijke toestand
Het betreft een gesloten bebouwing met twee bouwlagen en een plat dak. Het pand bestaat momenteel uit een garage met werkplaats op de gelijkvloerse verdieping en twee bovenliggende appartementen. Het volledige perceel werd bebouwd.
Naar aanleiding van een controle bouw in het kader van een uitbatingsvergunning werd het pand gecontroleerd op 26 januari 2015 en een proces-verbaal opgesteld ( WI/2015/VPV/0085) voor het volledig dichtbouwen van het perceel.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van het gebouw en de twee appartementen in aanmerking komen voor opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
De veranda en aansluitende luifel aan de achtergevel van de eerste verdieping zijn duidelijk een latere toevoeging. Hiervoor werd er onvoldoende bewijsmateriaal voor het vermoeden van vergunning aangevoerd. De veranda en de luifel worden uitgesloten van het vermoeden van vergunning. Hiervoor dient een regularisatieaanvraag ingediend te worden.
De bewijsvoering
In het archief werden bouwplannen teruggevonden uit 1959. De historische luchtfoto’s bewijzen dat de woning en de werkplaats in hun huidige vorm werden uitgevoerd voor 1971.
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige toestand dateert van voor de inwerktreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, met uitsluiting van de uitbouw aan de achtergevel (veranda en luifel).
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat het pand Frans van Dunlaan 149 , district Wilrijk, in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, wordt opgenomen als gebouwd voor 1962, mits uitsluiting van de veranda en de luifel op de verdieping.
Het college geeft opdracht aan
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |