Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 11 mei 2016 vraagt Meert Sophie om het pand gelegen Mechelsesteenweg 212 district Antwerpen, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hierbij worden de volgende documenten ter staving toegevoegd:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Mechelsesteenweg 212 district Antwerpen, is kadastraal gekend als APPARTEMENTSGEBOUW en kadastrale ligging 10e afdeling, sectie K, nummer 1543 X 29.
Voor dit pand werden de volgende vergunningen verleend:
Het is onduidelijk of voor dit pand ooit een vergunning werd verleend.
Geldende bestemmingsplannen
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
2.Bestaande feitelijke toestand
Omschrijving van de bestaande toestand:
Het pand bestaat momenteel uit verschillende appartementen, waarvan één in het souterrain (voormalige conciërgewoning) hetwelke het onderwerp van deze aanvraag betreft.
Overtredingen
Er werd geen proces-verbaal van overtreding teruggevonden.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van het gebouw en het appartement (voormalige conciërgewoning) in het souterrain in aanmerking komen voor opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert de ingebruikneming van het gebouw vanaf van voor 1930.
Uit de basisakte blijkt dat, voor de inwerkingtreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962), een conciërgewoning bestond in het souterrain.
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige toestand dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat het pand Mechelsesteenweg 212, district Antwerpen, inclusief de woonentiteit in het souterrain , wordt opgenomen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning als gebouwd voor 1962.
Het college geeft opdracht aan
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |