Terug

2016_CBS_10151 - Milieuvergunningen Vlarem tijdelijke klasse 2 - Mindmover bvba, Groenplaats zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/456/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 25/11/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_10151 - Milieuvergunningen Vlarem tijdelijke klasse 2 - Mindmover bvba, Groenplaats zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/456/PV - Goedkeuring 2016_CBS_10151 - Milieuvergunningen Vlarem tijdelijke klasse 2 - Mindmover bvba, Groenplaats zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/456/PV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Mindmover bvba - Culliganlaan 1B - 1831 Diegem. De aanvraag omvat de exploitatie van een tijdelijke ijspiste.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Mindmover bvba, gevestigd Culliganlaan 1b, 1831 Diegem, om op de locatie Groenplaats zn, 2000 Antwerpen, een ijspiste te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de exploitant de algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven.

Artikel 3

Het college wijst erop dat volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:

- Bijzondere voorwaarden:

1) bevoorrading van de technische installaties mag niet gebeuren tijdens de openingsuren van de inrichting;

2) het gemiddelde geproduceerde geluidsniveau afkomstig van de elektronisch versterkte muziek (gemeten als LAeq,15min) mag niet hoger zijn dan 85 dB(A). Het maximum geproduceerde geluidsniveau (gemeten als LAmax,slow) mag niet hoger zijn dan 92 dB(A). Het aandeel van zware bastonen gemeten op 1 meter voor de luidsprekers dient zodanig beperkt dat de waarde “LCeq – LAeq” steeds kleiner blijft dan 10 dB.

De organisator/initiatiefnemer zorgt ervoor dat tijdens de muziekactiviteit steeds een verantwoordelijke, die in staat is het geproduceerde geluid te wijzigen op aanduiding van de toezichthoudende ambtenaren of politie, steeds telefonisch bereikbaar is. De gegevens betreffende deze verantwoordelijke, zoals naam en gsm-nummer, worden vooraf bezorgd aan de toezichthouders.

Het meetpunt wordt bepaald door de toezichthouder in overleg met de exploitant.

Het verdient aanbeveling dat de exploitant beschikt over een eigen degelijke geluidsmeter;

3) de organisator/initiatiefnemer dient zich strikt te houden aan de onderrichtingen van de toezichthouders of politie, in geval van overlast kunnen deze steeds strengere normen opleggen.

- Brandweervoorwaarden:

  • B1

onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

  •  S1                   

er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht;

  •  S23

snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;

  • H2

muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant  (volgens de norm  NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn;

  • H3

één bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien. De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 25 november 2016 en eindigt op 18 januari 2017.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.