OVAM vraagt advies aan het college over een bodemsaneringsproject met als opdrachtgever Immo Valo nv - Botermelkbaan 57 - 2900 Schoten (kenmerk BIB-BOS-FC-20160573713 (dossiernummer: 63904)).
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; het besluit van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en bodembescherming.
Het college beslist het voorwaardelijk gunstige advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren onder volgende algemene en sectorale voorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4 |
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht |
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10; |
|
lozen van bedrijfsafvalwater |
afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2; |
|
winning van grondwater |
hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1. |
Het college beslist het voorwaardelijk gunstige advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren onder volgende bijzondere voorwaarden:
1. bij onttrekking van het grondwater mag, in afwijking van de algemene en sectorale bepalingen, de concentratie voor de volgende verontreinigende gevaarlijke stoffen in het geloosde afvalwater niet hoger zijn dan:
2. het afvalwater moet worden geloosd via een controle-inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde water te controleren;
3. het debiet van het opgevangen grondwater moet worden geregistreerd;
4. de installaties voor het bodemsaneringsproject moeten ontoegankelijk zijn voor onbevoegden;
5. het aansluiten op de openbare riolering dient te gebeuren na overleg en met het akkoord van de bevoegde diensten;
6. indien buiten de bodemsaneringszone abnormale hinderlijke geuren worden waargenomen, worden onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen om de emissies te beperken;
7. alle voorzieningen worden getroffen teneinde bevuiling van de openbare weg door het transport van de vuile grond te voorkomen. De wielen en buitenzijde van de vrachtwagens en van het werfmateriaal dienen indien nodig ter plaatse gereinigd te worden. De vervuilde grond wordt onmiddellijk afgevoerd naar een erkend verwerker. De vrachtwagens dienen te beschikken over vloeistofdichte en afdekbare laadruimtes;
8. de saneringsverantwoordelijke nodigt op de eerste voorbereidende werfvergadering de betrokken stadsdiensten uit om de nodige praktische afspraken te maken rond werfinrichting, het gebruik van het openbaar domein en dergelijke. U meldt dit aan SW/O&U (Els Proost: 0492/74 84 43 en SW/B&O (tel: 03/259 24 50 of sw.werkennuts@stad.antwerpen.be);
9. de aanvangsdatum en einddatum van de saneringswerken moeten worden meegedeeld aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be) met vermelding van de naam en telefoonnummer van de saneringsverantwoordelijke;
10. na afloop van de saneringswerken dient een exemplaar van het evaluatierapport worden overgemaakt aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
11. gezien de risico’s die uitgaan van de verontreiniging, dient de sanering opgestart te worden binnen de maximale termijn van 3 jaar naar analogie met de Vlarem-wetgeving waarin gesteld wordt dat een vergunde inrichting in gebruik moet worden genomen binnen deze maximale termijn, op straffe van verval van de vergunning. Bovendien zorgt deze voorwaarde voor een aanvaardbare periode tussen de bekendmaking van de noodzaak tot bodemsanering en de werkelijke uitvoering hiervan.
Het college geeft opdracht aan:
| dienst | taak |
| stadsontwikkeling/vergunningen/milieuvergunningen | het advies over te maken aan OVAM |