Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet dat een gemeente een erkenning kan krijgen als onroerenderfgoedgemeente op voorwaarde dat zij een beleid rond onroerend erfgoed uitbouwt, aanvullend aan dat van de Vlaamse overheid. Als gevolg van deze erkenning neemt de stad een aantal bevoegdheden van het agentschap Onroerend Erfgoed over.
Het college keurde op 8 juli 2016 (jaarnummer 6173) goed dat de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed een aanvraagdossier voorbereidt en een voorstel opmaakt voor de oprichting van een stedelijke adviesraad onroerend erfgoed.
Om te voldoen aan de voorwaarden tot erkenning als onroerenderfgoedgemeente, meer bepaald artikel 3.2.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, dient de stad over een door de gemeenteraad erkende adviesraad te beschikken die betrokken wordt bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk onroerenderfgoedbeleid.
De stad Antwerpen is in haar bestuursakkoord duidelijk over de ambitie die ze heeft om het onroerend erfgoed duurzaam te behouden, te beheren en wanneer nodig te restaureren. In de doelstelling '1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling' werd het principe om de stad te laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente ingeschreven.
Artikel 3.2.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 bepaalt de voorwaarden voor de erkenning als onroerenderfgoedgemeente. Als een gemeente voldoet aan de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het onroerenderfgoedbeleid, voldoet de gemeente ook aan de voorwaarden om te worden erkend als onroerenderfgoedgemeente. Eén van de voorwaarden tot erkenning stelt dat de gemeente een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, betrekt bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid.
Het actueel onroerenderfgoedbeleid van de stad is geformaliseerd in de doelstelling '1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling'. Deze doelstelling streeft nu reeds in belangrijke mate de doelstelling na die door de Vlaamse overheid beoogd wordt met een erkenning als onroerenderfgoedgemeente. Van de formele voorwaarden om erkend te worden ontbreekt op dit moment enkel de aanstelling van een door de gemeenteraad erkende adviesraad zoals hierboven omschreven.
Om tegemoet te komen aan de vereisten tot erkenning als onroerenderfgoedgemeente stelt de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed voor om een stedelijke adviesraad onroerend erfgoed op te richten. Deze adviesraad adviseert het college en functioneert conform de voorwaarden opgenomen in artikel 3.2.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, zoals hierboven aangegeven. Voor deze adviesraad werd een ontwerp van statuten voorbereid, dat als bijlage bij dit besluit gevoegd is. De krachtlijnen worden hieronder samengevat.
De stedelijke adviesraad onroerend erfgoed heeft volgende taken:
De adviesraad bestaat uit vijf stemgerechtigde leden die voor een periode van zes jaar worden aangesteld, gelijklopend met de gemeentelijke bestuursperiode. De leden beschikken over deskundigheid of ervaring met betrekking tot onroerend erfgoed en onroerend erfgoedzorg in brede zin en hebben bij voorkeur een goede kennis van de stad Antwerpen. De leden zijn extern aan de stad en het hoofd van de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed, of diens vervanger, en de stadsbouwmeester, of diens vervanger, nemen deel aan de vergaderingen maar zijn niet stemgerechtigd.
Het secretariaat van de adviesraad wordt verzorgd door de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed en omvat zowel de materiële organisatie als de verslaggeving en opvolging van de vergaderingen.
De adviesraad vergadert minimaal vier en maximaal 20 keer per jaar. De adviesraad kan in geval van dwingende adviestermijnen per correspondentie vergaderen. De adviezen worden door de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed aan het stadsbestuur overgemaakt. De leden van de adviesraad hebben recht op een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen.
Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014.
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 200 § 1 bepaalt dat alleen de gemeenteraad kan overgaan tot de organisatie van raden en overlegstructuren die tot opdracht hebben op regelmatige en systematische wijze het gemeentebestuur te adviseren. Artikel 200 § 2 bepaalt dat ten hoogste twee derde van de leden van hier bedoelde raden van hetzelfde geslacht mogen zijn, zoniet kan niet op rechtsgeldige wijze advies worden uitgebracht. In uitvoering van artikel 200 § 3 stelt de gemeenteraad de nadere voorwaarden vast voor de representativiteit en regelt de samenstelling, de werkwijze en de procedures van de hier bedoelde raden en overlegstructuren. Daarbij wordt uitdrukkelijk bepaald op welke wijze het gevolg dat aan de adviezen zal worden gegegven, zal worden meegedeeld. De gemeenteraad waakt erover dat de nodige middelen ter beschikking worden gesteld voor de vervulling van de adviesopdracht. De verslagen en einddocumenten van de hier bedoelde raden worden meegedeeld aan de gemeenteraad. Artikel 200 § 4 bepaalt dat gemeenteraadsleden en leden van het college van burgemeester en schepenen geen stemgerechtigd lid kunnen zijn van de hier bedoelde raden en overlegstructuren.
De gemeenteraad keurt de oprichting van een stedelijke adviesraad onroerend erfgoed goed.
De gemeenteraad keurt de statuten van de stedelijke adviesraad onroerend erfgoed goed.