De gemeenteraad stelde op 28 april 2014 (jaarnummer 377) de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Bouwcode' definitief vast. Op 9 oktober 2014 keurde de deputatie van de provincie Antwerpen deze verordening goed. De verordening trad in werking op 25 oktober 2014, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (C-2014/36568).
Het college keurde op 27 maart 2015 (jaarnummer 2614) de 'Beleidsrichtlijn Parkeren - Berekening parkeerbehoefte bij nieuwbouw, vernieuwbouw met uitbreiding en functiewijzigingen' goed.
Deze Beleidsrichtlijn Parkeren maakt de bepalingen in verband met parkeernormen van de bouwcode van toepassing op alle ontwikkelingen, dus ook deze die niet vallen onder artikel 30 van de bouwcode (woningen smaller dan 8 meter). Daarnaast werden in de Beleidsrichtlijn Parkeren enkele bijstellingen opgenomen op de berekening van het aantal parkeerplaatsen volgens de parkeernorm.
Artikel 30 van de bouwcode zal op korte termijn worden herzien en zullen de principes van de Beleidsrichtlijn Parkeren mee verankerd worden in de Bouwcode. In afwachting hiervan is het aangewezen om de Beleidsrichtlijn Parkeren reeds te evalueren en actualiseren. In de argumentatie worden in de praktische toepassing van de beleidslijn enkele bijsturingen gedaan. Deze bijsturingen worden ingevoerd zodoende er een eenvormigere berekening van de parkeernorm inzake het poetprincipe (parkeren op eigen terrein) kan gebeuren.
In de huidige bouwcode is er een kader waarbinnen door de bouwheer gemotiveerd kan worden waarom hij minder parkeerplaatsen realiseert. De vergunningverlenende overheid oordeelt hierover en bevestigt of geeft tegenargumenten in de behandeling van het bouwdossier. Daar waar de realisatie niet verleend wordt door het college, en de belasting in voege treedt, wensen we onderstaande aanpassing in de beoordeling en opbouw van de vergunning door te voeren. Zo zullen voorgaand vergunde of vergund geachte parkeerplaatsen voor de toenmalige functie, die niet op eigen terrein gerealiseerd waren, en dus afgewenteld werden op het openbaar domein, in mindering van de parkeernorm gebracht kunnen worden aangezien deze parkeerplaatsen de facto reeds een belasting op het openbaar domein betekenden voorgaand aan het bouwdossier. Vanzelfsprekend is deze regeling enkel mogelijk als fysieke realisatie niet mogelijk is. Deze beoordeling valt onder de bevoegdheid van het college die de voorliggende bouwdossiers in zijn geheel beoordeelt/motiveert zoals vastgesteld in de VCRO inzake de goede ruimtelijke ordening.
Daarnaast wordt in de geactualiseerde versie van de Beleidsrichtlijn Parkeren een compensatieregeling opgenomen voor het verdwijnen van bestaande gerealiseerde parkeerplaatsen. Door het wegnemen van bestaande parkeerplaatsen neemt immers evenzeer de parkeerdruk op het openbaar domein toe zodat hiervoor logischerwijze ook een compensatie verschuldigd is.
Het college keurt de aangepaste Beleidsrichtlijn Parkeren goed.