Samenstelling
Aanwezig
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Trees Quaegebeur, waarnemend stadssecretaris
Afwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Fons Duchateau, schepen;
Serge Muyters, korpschef;
Roel Verhaert, stadssecretaris
2016_CBS_07023 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen vzw, Brusselstraat 43-45, 2018 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/170/AV - Goedkeuring
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanleiding en context
Aanvrager: Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen vzw - Brusselstraat 45 - 2018 Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een gebouwencomplex "Campus-zuid".
Argumentatie
Het college beslist op basis van het advies van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen vzw, Brusselstraat 45, 2018 Antwerpen, voor de exploitatie van een gebouwencomplex "Campus-zuid", gelegen te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 43-45.
Artikel 2
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen
|
hoofdstuk 4.1;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid
|
hoofdstuk 4.5;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater
|
hoofdstuk 4.2;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht
|
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – licht
|
hoofdstuk 4.6;
|
|
elektriciteit
|
hoofdstuk 5.12;
|
|
gassen – algemeen
|
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1;
|
|
gassen – compressoren en koelinrichtingen
|
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3;
|
|
motoren met inwendige verbranding
|
hoofdstuk 5.31;
|
|
stookinstallaties – algemene bepalingen
|
hoofdstuk 5.43, afdeling 5.43.1;
|
|
stookinstallaties – kleine en middelgrote installaties
|
hoofdstuk 5.43, afdeling 5.43.2.
|
Artikel 3
Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:
- B1
onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
- S23
snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.
In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;
- S9
een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine;
- H1
muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
Artikel 4
Het college beslist dat milieuvergunning ingaat op 12 augustus 2016 en eindigt op 12 augustus 2036.
Artikel 5
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.