Terug

2016_CBS_07021 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Woodtex nv, Planetariumlaan 23, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/152/IB - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 12/08/2016 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Trees Quaegebeur, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Fons Duchateau, schepen; Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris
2016_CBS_07021 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Woodtex nv, Planetariumlaan 23, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/152/IB - Goedkeuring 2016_CBS_07021 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Woodtex nv, Planetariumlaan 23, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/152/IB - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Woodtex nv - Planetariumlaan 23 - 2610 Wilrijk - Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een groothandel in hout.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Woodtex nv, Boomsesteenweg 680-682, 2610 Wilrijk - Antwerpen, voor de exploitatie van een groothandel in hout, gelegen te 2160 Wilrijk - Antwerpen, Planetariumlaan 23.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
algemene milieuvoorwaarden – geluid hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;
hout – algemeen afdeling 5.19.1.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

 

1. om hinder van verkeer in de woonzone te vermijden mag de toegang in de Planetariumlaan niet gebruikt worden voor het leveren door leveranciers of het afhalen door klanten van handelsgoederen;

 

2. potentieel geluidshinderlijke activiteiten op het open terrein in de Planetariumlaan mogen niet plaatsvinden voor 09.00 uur ’s morgens.

 

3. het perceel dient ingericht en gebruikt te worden conform de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen.

 

Brandbestrijdingsmiddelen:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het  milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

 

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 meter dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

 

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

 

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

 

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

 

Bovengrondse hydrant

Eén bovengrondse hydrant BR 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH100 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van de inrichting.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 12 augustus 2016 en eindigt op 12 augustus 2036.

Artikel 5

Het college beslist dat de vergunde inrichting dient in gebruik te worden genomen binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze milieuvergunning, zoniet vervalt deze milieuvergunning van rechtswege.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.