Terug

2016_CBS_08354 - District Berchem - Willem Van Laarstraat 26 - 201651 - Vraag tot opname vergunningsregister wegens vermoeden vergunning - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 30/09/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_08354 - District Berchem - Willem Van Laarstraat 26 - 201651 - Vraag tot opname vergunningsregister wegens vermoeden vergunning - Kennisneming 2016_CBS_08354 - District Berchem - Willem Van Laarstraat 26 - 201651 - Vraag tot opname vergunningsregister wegens vermoeden vergunning - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).

Aanleiding en context

Op datum van 17 mei 2016 vraagt Benjamin Verhees, Willem Van Laarstraat 26, 2600 Berchem, om het pand, gelegen Willem Van Laarstraat 26 district Berchem, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hierbij worden de volgende documenten ter staving toegevoegd:

  • plannen van de huidige toestand 2012 en 2016;
  • foto’s van de huidige toestand;
  • attest bevolking;
  • volgende archiefstukken: plannen stadsarchief 1275#781 (1931).

1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Willem Van Laarstraat 26 district Berchem, is kadastraal gekend als 'HUIS' met drie woongelegenheden en kadastrale ligging 21ste afdeling, sectie B, nummer 54 N 6.

Het is onduidelijk of voor dit pand ooit een vergunning werd verleend.

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

2. Bestaande feitelijke toestand
Het pand betreft een rijwoning met op het gelijkvloers een dokterspraktijk met achterliggende duplexwoning, een appartement op de eerste verdieping en een appartement op de tweede verdieping.

3. Overtredingen
Er werd geen proces-verbaal van overtreding teruggevonden.

Argumentatie

Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de constructie van het gebouw zoals opgegeven op de plannen van 2012 met drie woningen in aanmerking komen voor opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt bovendien dat de huidige constructie van het gebouw afwijkt ten opzichte van de constructie zoals opgetekend bij de aankoop in 2012. De vergunningplichtige wijzigingen kunnen enkel via een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning (uitgebreide dossiersamenstelling met architect) worden geregulariseerd.

De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert de ingebruikneming van het gebouw van voor 1900 en bevat het pand drie woongelegenheden vanaf de oprichting.
Uit de bevolkingsgegevens blijkt dat, voor de inwerkingtreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962), drie gezinnen tegelijkertijd waren ingeschreven.
Voorgaande bewijst voldoende dat de toestand van de constructie uit 2012 met drie woongelegenheden dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).

Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw, met drie woongelegenheden op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning met uitsluiting van de wijzigingen gemaakt na 2012 (toestand na renovatie).

Juridische grond

Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van het feit dat het pand Willem Van Laarstraat 26, district Berchem, inclusief de drie woonentiteiten maar met uitsluiting van de wijzigingen gemaakt na 2012, wordt opgenomen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, als gebouwd voor 1962.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/V/SV een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens.
SW/V/SV een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan SL/ST/PT voor eventueel verder gevolg.
SW/V/SV een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan DL/huisnummering voor eventuele aanpassing van de gegevens.

 

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.