Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 20 mei 2016 vraagt Thierry Bleecks, De Comptoir NV, Adriaan Sanderslei 28, 2630 Aartselaar, om het pand, gelegen Cederlaan 64 district Wilrijk, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hierbij worden de volgende documenten ter staving toegevoegd:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Cederlaan 64 district Willrijk, is kadastraal gekend als 'HANDEL/HUIS' met kadastrale ligging 42ste afdeling, sectie B, nummer 145 X 4.
Voor dit pand werd de volgende vergunning verleend:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
2. Bestaande feitelijke toestand
Omschrijving van de bestaande toestand:
een gesloten horecaconstructie in de voortuinzone.
3. Overtredingen
Er kan geen proces-verbaal van overtreding worden teruggevonden.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van de gesloten horecaconstructie in aanmerking komt voor opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
De bewijsvoering
Uit de tekeningen in het vergunningsdossier voor reclame uit 1973 en uit de bijhorende foto’s blijkt dat de gesloten horecaconstructie in de voortuinstrook zeker was voltooid in 1973.
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige toestand dateert van voor het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979) en na de inwerkingtreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, de gesloten horecaconstructie op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college beslist om de opname van het pand Cederlaan 64, district Willrijk, in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, goed te keuren als gebouwd tussen 1962 en 1979.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan SL/ST/PT voor eventueel verder gevolg. |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan DL/huisnummering voor eventuele aanpassing van de gegevens. |