Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 9 maart 2016 vraagt Henri Verboven, wonende te Sint-Bernardsstraat 95, 2531 Vremde-Boechout, om het pand, gelegen Vleerakkerstraat 74/76 district Deurne, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hierbij worden de volgende documenten ter staving toegevoegd:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Vleerakkerstraat 74/76 district Deurne, is kadastraal gekend als 'HUIS' met vier woongelegenheden en kadastrale ligging 31ste afdeling, sectie B, nummer 0381 A2.
Voor dit pand werd de volgende vergunning verleend:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
2. Bestaande feitelijke toestand
De constructie bestaat momenteel uit drie bouwlagen onder plat dak. Op de gelijkvloerse verdieping werden vier garageplaatsen ingericht met achteraan links een bureel en bergplaats en rechts een studio. Op de eerste en tweede verdieping bevinden zich links en rechts appartementen. In totaal werden vijf woongelegenheden ingericht.
3. Overtredingen
Er werd geen proces-verbaal van overtreding teruggevonden.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van het gebouw en de vijf woningen niet in aanmerking komen voor opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert de ingebruikneming van het gebouw vanaf 1976.
Het gebruik van dit pand werd in de loop der jaren gewijzigd van vier appartementen naar vijf appartementen zonder voorafgaande vergunning.
Als bewijsstuk werden plannen ingediend waaruit blijkt dat het bureau en de berging werden omgevormd tot leefruimte met een interne spiltrap naar het appartement op de eerste verdieping. In de verkoopovereenkomst wordt de flatwoning omschreven als ‘gelegen op de eerste verdieping, rechts en studio gelijkvloers’. De spiltrap verbindt intern de gelijkvloerse leefruimte met het rechts gelegen appartement op de eerste verdieping waaruit kan worden geconcludeerd dat het om één woongelegenheid ging, ingericht op gelijkvloerse en eerste verdieping, rechterkant.
Uit de bevolkingsgegevens blijkt eveneens dat, voor de datum van het gewestplan (9 november 1979), er slechts vier gezinnen tegelijkertijd waren ingeschreven.
Voorgaande bewijst onvoldoende dat de huidige toestand van vijf woongelegenheden dateert van voor de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962) of wel van voor het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979) maar na de inwerkingtreding van de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962). De studio op het gelijkvloers wordt als onderdeel beschouwd van het bovenliggende appartement.
Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw met vier woongelegenheden op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college beslist dat het pand Vleerakkerstraat 74/76, district Deurne, inclusief de vier woongelegenheden, wordt opgenomen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, als gebouwd tussen 1962 en 1979.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan SL/ST/PT voor eventueel verder gevolg. |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan DL/huisnummering voor eventuele aanpassing van de gegevens. |