Terug

2016_CBS_08854 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Sany Logistics nv, Lageweg 363, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/281/VS - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 14/10/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Nabilla Ait Daoud, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_08854 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Sany Logistics nv, Lageweg 363, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/281/VS - Goedkeuring 2016_CBS_08854 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Sany Logistics nv, Lageweg 363, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/281/VS - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Sany Logistics nv - Zagerijstraat 17 - 2960 Brecht. De aanvraag omvat de exploitatie na verandering door wijziging en uitbreiding van een opslagmagazijn.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Sany Logistics nv, Zagerijstraat 17, 2960 Brecht, om op het perceel gelegen te 2660 Hoboken-Antwerpen, Lageweg 363 een opslagmagazijn te exploiteren na verandering door wijziging en uitbreiding.

Artikel 2

Het college wijst erop dat volgende bijzondere en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:

bijzondere voorwaarden:

  1. alle verpakkingen, die gevaarlijke stoffen bevatten, moeten voorzien zijn van de gepaste gevaarsymbolen. Alleen op die manier kan het personeel op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren;
  2. de containers, waarin de lijmen opgeslagen worden, moeten voorzien zijn van een waarschuwingssymbool;
  3. het is strikt verboden om het grondwater uit grondwaterwinning (GWW) 2 en GWW 3 te gebruiken voor andere toepassingen dan bluswater. Aangezien deze winningen enkel gebruikt worden voor bluswater wordt hier geen jaardebiet toegekend. Wanneer de putten gebruikt worden voor testdebiet dient wel een teller aanwezig te zijn;
  4. GWW 1 wordt vergund voor een debiet van 1 m³/dag en maximaal 70 m³/jaar;
  5. binnen de 2 jaar na de vergunningverlening wordt een alternatieve waterbron gebruikt voor de sanitaire toepassingen. Bij voorkeur wordt er gekozen voor hemelwater. Een bewijs wordt binnengebracht bij dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be).

brandweervoorwaarden:


Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

  • S1

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kgpoeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

  •  S2

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kgpoeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

  • H1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

  • H3  

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.


Artikel 3

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 14 oktober 2016 en eindigt op 12 december 2028.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.