Artikelen 201 tot 204 van het Gemeentedecreet bepalen de randvoorwaarden en procedure voor het behandelen van een verzoekschrift aan de organen van de gemeente.
De heer Geert Van Espen richtte op 22 februari 2016 een verzoekschrift aan de gemeenteraad. De heer Van Espen vroeg hierbij aan de gemeenteraad om de formulering van artikel 6 van het reglement gemeentelijke parkeervergunningen (goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2013, jaarnummer 810) aan te passen.
De gemeenteraad keurde op 21 maart 2016 (jaarnummer 194) het antwoord aan de verzoeker goed. Er werd geen gevolg gegeven aan het verzoek.
De heer Geert Van Espen richtte op 23 september 2016 opnieuw een verzoekschrift aan de gemeenteraad.
De heer Van Espen vraagt hierbij aan de gemeenteraad om volgende passage aan artikel 6 van het reglement gemeentelijke parkeervergunningen (goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2013, jaarnummer 810) toe te voegen.
'Het college van burgemeester en schepenen kan evenwel ontheffing verlenen voor de beperkende opsomming "personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen", indien de aanvrager daar een goede reden voor heeft, bijvoorbeeld in geval van dagelijks gebruik van het voertuig.'
Op 30 september 2016 (jaarnummer 8530) nam het college kennis van het nieuwe verzoekschrift van de heer Geert Van Espen. Het verzoekschrift voldoet aan de voorwaarden van artikel 109 §§ 2 en 3 van het basisreglement bestuurlijke organisatie stad Antwerpen. Het college verklaarde het verzoekschrift ontvankelijk.
Artikelen 109 tot en met 112 van het basisreglement bestuurlijke organisatie regelen de procedure van de verzoekschriften aan de raad. Het college dient het verzoekschrift ontvankelijk te verklaren, en legt een ontwerpantwoord ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor.
Het college beslist om het ontwerpantwoord aan de verzoeker ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.