Terug

2016_CBS_07774 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning - Bijzondere procedure - Zaak van de wegen - 20153015 - district Deurne - Vaartdijk zn - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 09/09/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_07774 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning - Bijzondere procedure - Zaak van de wegen - 20153015 - district Deurne - Vaartdijk zn - Goedkeuring 2016_CBS_07774 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning - Bijzondere procedure - Zaak van de wegen - 20153015 - district Deurne - Vaartdijk zn - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

De aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning werd openbaar gemaakt van 26 januari 2016 tot 25 februari 2016.

Het proces-verbaal van openbaar onderzoek werd opgesteld op datum van 10 maart 2016.

Inventaris van de bezwaarschriften

Er werden twee bezwaarschriften ingediend handelend over volgende punten:

1. Verloop van het openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek liep van 17 december 2015 tot 16 januari 2016. De aanplakking vond plaats op 29 december 2015 waardoor bezwaarindieners een kortere termijn had om bezwaren te formuleren. Door de laattijdige aanplakking is de regelmatigheid van het openbaar onderzoek aangetast.

Beoordeling bezwaar:
Het openbaar onderzoek werd heropgestart, en is verlopen zonder onregelmatigheden van 26 januari 2016 tot 25 februari 2016.
Het bezwaar is niet gegrond.

2. Onverenigbaarheid planologische bestemming

De uit te voeren aan het Albertkanaal zijn gelegen binnen de bestemmingszone 'industriegebied' en de aanwijzing 'hoofdverkeersvoorziening' op het gewestplan. De wijziging van de breedte van de waterweg waardoor lijninfrastructuur wordt ingeperkt ten voordele van een hoofdverkeersvoorziening, leidt tot een wijziging van het gewestplan. Voorafgaand aan de aanvraag diende een RUP te worden opgesteld. 

De noodzaak tot opmaak van een RUP blijkt ook uit de goedkeuringsbeslissing van de plan-MER. Hierin wordt volgende gesteld 'Gezien de verbreding van het Albertkanaal gepaard zal gaan met bestemmingswijzigingen, is voor deze ingreep een gewestelijk RUP nodig'. Ook in de ontheffingsaanvraag tot de project-MER-ontheffing wordt verwezen naar de noodzaak tot opmaak van een RUP 'In het kader van verbreding van het Albertkanaal over het tracé tussen Straatsburgdok en Houtlaanbrug zal een RUP opgemaakt worden nadat een plan-MER afgewerkt is.'

Het is niet toegelaten af te wijken van de vigerende stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan. Bij de verbreding van het Albertkanaal is er geen sprake van een handeling van algemeen belang met ruimtelijk beperkte impact zoals voorzien in art. 4.4.7 §2 VCRO.

Om gebruik te maken van de uitzonderingsmaatregel dient dit uitdrukkelijk in de aanvraag te worden voorzien. Noch de ontheffingsaanvraag van de project-MER, noch de beschrijvende nota bevatten argumenten over de reden waarom een deel van een bedrijventerrein wordt ingenomen en waarbij een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd, een ruimtelijk beperkte impact zou hebben.

De geplande werken beschouwen als werken met beperkte ruimtelijk impact zou het redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel miskennen.

Beoordeling bezwaar:
Binnen het havengebied werden sommige infrastructuurwerken aangeduid op het gewestplan en andere niet. Het is vrijwel onmogelijk al deze voorzieningen binnen een dergelijk dynamisch gebied op voorhand te plannen. De aanduidingen als industriegebied voor het havengebied moet dan ook toelaten dat steeds alle waterbouwkundige, infrastructuur- en uitrustingswerken mogelijk zijn. Het was echter juridisch onmogelijk dat voor het havengebied een bijzonder planologisch voorschrift werd ingevoerd, qua bodembestemming.
Het bezwaar is niet gegrond. 

3. Gebrekkige naleving project-MER reglementering / onzorgvuldige beoordeling compenserende en milderende maatregelen

De verbreding van het Albertkanaal kadert binnen categorie 11 en 28 van bijlage I van het Project MER-besluit waardoor verplicht en voorafgaandelijk een project-MER nodig is. Voor dergelijke aanvraag behorende tot bijlage I en II van het project-MER besluit volstaat een ontheffing voor werken van categorie 10h) bijlage II niet. De vergunningsaanvraag is onvolledig en onontvankelijk.

In de beschrijvende nota bij de aanvraag wordt verwezen naar overleg met de verschillende concessiehouders en duidelijke afspraken over de fasering der werken. Dergelijk overleg werd niet opgezet. Door de uitvoering van de aangevraagde werken wordt de aanvoer van grondstoffen naar de site van bezwaarindiener onmogelijk gemaakt. Een vergunning zou tot gevolg hebben dat de bedrijfsvoering van bezwaarindiener tijdens en na de werken onmogelijk wordt gemaakt.

Het is onmogelijk om een voorwaarde aan de vergunning te koppelen die afhankelijk is van een nog op te maken akkoord of overeenkomst inzake alternatieve ontsluiting van de bedrijssites. De vaststelling dat geen rekening wordt gehouden met de milderende maatregelen voor de omliggende bedrijvigheid die in de MER-ontheffing aanbod komt, leidt tot de verplichting de vergunning te weigeren.

Beoordeling bezwaar:
Als voorwaarde zal worden opgelegd dat milderende maatregelen moeten getroffen worden zodat de economische bedrijvigheid geen blijvend nadeel ondervindt van de geplande werken. Deze maatregelen hoeven niet noodzakelijk onderwerp uit te maken van een overeenkomst tussen de aanvrager en een derde partij, waardoor ze als voorwaarde kunnen opgelegd worden.
Wat betreft de volledigheid van het dossier, is het aan de vergunningverlenende overheid hierover een standpunt in te nemen. Deze heeft het dossier op 25 november 2015 volledig en ontvankelijk verklaard.
Het bezwaar is deels gegrond. 

4. Gebrekkige anticipatie op watertoets aangaande afvoer van oppervlaktewater

Uit de aanvraag blijkt dat over een lengte van 375 meter geen individuele buffering of infiltratie kan voorzien worden. Door de inkokering zou een buffering of een natuurlijke infiltratie via een infiltratiegoot niet mogelijk zijn. Er is geen plaats voor de aanleg van een riolering waardoor wateroverlast dreigt. Door gebrek aan natuurlijke buffering ontstaat bijkomend wateroverlast bij regenval op de aanpalende terreinen. Het gebied is onderhevig aan zeer reëel overstromingsgevaar. Er wordt in vage en algemene termen verwezen naar mogelijke milderende maatregelen.

De aanvraag biedt onvoldoende garanties voor de afvoer van hemelwater ter plaatse.

Beoordeling bezwaar:
Het bezwaar is gegrond, in die zin dat het dossier onvoldoende gegevens bevat. Dit hangt evenwel samen met andere lopende aanvragen. Als voorwaarde zal worden opgelegd dat milderende maatregelen moeten getroffen worden zodat de hemelwaterafvoer gegarandeerd is. 

5. Onverenigbaarheid goede ruimtelijke ordening / stedenbouwkundige hinder

Om te voldoen aan de eisen van goede ruimtelijke ordening dient rekening gehouden te worden met de eigenheden van de bestaande omgeving.

De uitvoering van de aanvraag zou de staking van de productie van de bestande bedrijvigheid van de NV Beduco betekenen. Dergelijke ruimtelijke hinder is disproportioneel. Zonder garanties onver de fasering van de werken, zodat het vrachtverkeer de site van de N.V. Beduco nog kan bereiken, de lading kan lossen met een normale draaicirkel van de vrachtwagens en het vrachtverkeer de site kan verlaten, is de aanvraag onverenigbaar met de goede ruimtelijke ordening. Uit de plannen blijkt dat de vrachtwagens met bulk de bestande stortput niet meer kunnen bereiken via de kade (tijdens en na de werken). Tijdens de werken wordt de enige toegangsweg afgesloten. Na de werken is de draaicirkel van de vernieuwde kade niet meer groot genoeg.

De uitvoering van de aanvraag maakt het onmogelijk om op de bedrijfssite van Voeders Depré N.V. op deugdelijke wijze het laden en lossen van grondstoffen en afgewerkte producten uit te voeren.

De veroorzaakte schadelijke effecten staan niet in verhouding tot de geplande verbeteringen.

Beoordeling bezwaar:
Het bezwaar is gegrond. Als voorwaarde zal worden opgelegd dat milderende maatregelen moeten getroffen worden zodat de economische bedrijvigheid geen blijvend nadeel ondervindt van de geplande werken.

Regelgeving: bevoegdheid

In toepassing van artikel 4.7.26 § 4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient het college advies uit te brengen aan het Vlaamse gewest over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Artikel 4.2.25. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat indien de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, dan neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning ingediend bij het Departement Ruimte Vlaanderen, afdeling Antwerpen, in toepassing van de bijzondere procedure van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar verzoekt het college om:

  • een openbaar onderzoek te organiseren;
  • een advies uit te brengen over de aanvraag;
  • de zaak van de wegen aan de gemeenteraad voor te leggen.

AanvragerDe Scheepvaart nv, Havenstraat 44, 3500 Hasselt
Ligging van het perceelVaartdijk ZN, 2100 Deurne (Antwerpen)
Kadastrale gegevens: (afd. 27) sectie A 0
De aanvraag omvat: vernieuwen en moderniseren van de linkeroevervan het Albertkanaal ter hoogte van Schoten
Ontvangst adviesvraag: 25 november 2015
Dossiernummer: 20153015
Dossiernummer RWO: 8.00/11000/145.3

Argumentatie

Het college is van oordeel dat op basis van het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag, de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning met voorwaardelijk gunstig advies kan worden bezorgd aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.

Voorafgaand neemt de gemeenteraad eveneens kennis van het stedenbouwkundig verslag, het volledige aanvraagdossier en inzonderheid volgende plannen:

  • Plan_1_BT_Bestaande_Toestand;
  • Plan_3_NT_Nieuwe_Toestand;
  • Plan_4_Lengteprofielen;
  • Plan_5_Dwarsprofielen.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad neemt kennis van het aanvraagdossier, het stedenbouwkundig verslag voor wat betreft de 'zaak van de wegen' en inzonderheid volgende plannen:

  • Plan_1_BT_Bestaande_Toestand;
  • Plan_3_NT_Nieuwe_Toestand;
  • Plan_4_Lengteprofielen;
  • Plan_5_Dwarsprofielen.

Artikel 2

De gemeenteraad beslist de bezwaren inzake het nieuwe wegtracé vermeld onder de punten 3 (deels), 4 en 5 als gegrond te aanvaarden en hiervoor milderende maatregelen voor te stellen om door de vergunningverlenende overheid op te leggen in de vergunning en de overige bezwaren als ongegrond te verwerpen op basis van het stedenbouwkundig verslag wat betreft de bespreking van deze bezwaren en de beoordeling ervan tot zijn eigen standpunt te maken.

Artikel 3

De gemeenteraad beslist om zich aan te sluiten bij de argumentatie in het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag en dit tot zijn eigen standpunt te maken.

Artikel 4

De gemeenteraad beslist zijn goedkeuring te hechten aan het tracé en de uitrusting van de nieuwe weg, onder volgende voorwaarden:

  • milderende maatregelen zijn te treffen, waaronder een fasering der werken, waardoor de hinder voor de aanwezige economische bedrijvigheid tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt tijdens de duur van de werken, en ongehinderd kunnen blijven bestaan na uitvoering van de werken;
  • milderende maatregelen zijn te treffen op het vlak van regenwaterhuishouding, zodat de regenwaterafvoer gegarandeerd is.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen