Op 10 juli 2015 (jaarnummer 6015) keurde het college de samenwerkingsovereenkomst met nv Artim goed en besliste om Grontmij Vlaanderen nv te belasten met de opmaak en projectregie van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Ter Beke Zuid.
Op 1 juli 2016 ontvingen het kabinet voor ruimtelijke ordening, de afdelingen stedenbouwkundige vergunningen, ruimte en mobiliteit, het eindrapport 'Haalbaarheidsstudie Leidingstraat Antwerpen-Ruhrgebied' van Ruimte Vlaanderen.
Einde april 2016 is de haalbaarheidsstudie voor de inplanting van een ondergrondse leidingenstrook tussen de zeehaven van Antwerpen en het Ruhrgebied afgerond. Binnen deze studie is ook de sectie op de grens van Wilrijk en Aartselaar onderzocht (plan 193_11002_11001). De stad Antwerpen heeft in deze omgeving met collegebesluit van 10 juli 2015 (jaarnummer 6015) het initiatief genomen om het RUP ‘Ter Beke Zuid’ op te maken.
Uit het haalbaarheidsonderzoek blijkt dat gestreefd wordt naar een breedte van de leidingenstrook van 70m (onderzoek naar de ruimtelijke mogelijkheden voor inplanting van een leidingstraat tussen de zeehaven van Antwerpen en het Ruhrgebied, Antea Belgium nv in opdracht van het Departement Ruimte Vlaanderen, p. 13). Binnen het plangebied van het RUP is de reservatiestrook op het gewestplan momenteel ongeveer 200m breed. Deze breedte belemmert een optimale benutting van het plangebied en de zoektocht binnen het RUP naar een goede ruimtelijke ordening van het gebied. Leidingenstroken zijn noodzakelijk, maar de reservatiestrook kan best enkel de noodzakelijke breedte beslaan.
Daarom is het opportuun om, conform de haalbaarheidsstudie, en binnen de opmaak van het RUP, de reservatiestrook te beperken tot de noodzakelijke 70m.
Met een collegiale brief aan de Vlaamse minister voor ruimtelijke ordening wordt gevraagd om de bevoegdheid rond de leidingenstrook te delegeren aan de stad Antwerpen. Uiteraard zal de verdere uitwerking in nauw overleg met de betrokken Vlaamse diensten worden uitgewerkt.
De delegatie wordt verleend door de Vlaamse Regering, de deputatie, respectievelijk het college van burgemeester en schepenen. Ze wordt schriftelijk gegeven, uiterlijk op of naar aanleiding van de plenaire vergadering over het plan waarvoor de delegatie vereist is. Het delegatiebesluit bevat een omschrijving van het te plannen onderwerp en van het gebied waarop het plan of planonderdeel betrekking heeft.
Het college keurt de collegiale brief aan de Vlaamse minister voor Ruimtelijke ordening goed.