Op basis van de subsidiebelofte en de ondertekening van de subsidieovereenkomst zal een subsidiefiche worden opgemaakt, op basis waarvan de ontvangsten en uitgaven die met dit project gepaard gaan, in het meerjarenbudget worden ingeschreven. Dit zal kunnen gebeuren bij budgetwijziging 2017.
Op 25 september 2015 (jaarnummer 7894) keurde het college de deelname aan het projectvoorstel CONFINE goed. CONFINE is het acroniem voor 'Towards operational cooperation on local administrative financial investigations in the fight against human trafficking' (vrij te vertalen als 'Naar operationele samenwerking inzake lokale administratieve financiële onderzoeken in de strijd tegen mensenhandel en -smokkel'), en werd ingediend binnen de Europese ISF-oproep (Internal Security Fund) inzake mensenhandel en -smokkel. Eén van de prioriteiten van deze oproep is de versterking van operationale samenwerking inzake financiële onderzoeken naar malafide personen en/of praktijken gelinkt aan mensenhandel en -smokkel. In overeenstemming met deze prioriteit focust CONFINE op financiële screening door lokale besturen van verdachte personen en/of praktijken.
In juli 2016 werd stad Genk (coördinator van het projectvoorstel) door de Europese Commissie ingelicht dat CONFINE weerhouden wordt voor subsidiëring. Aan Vlaamse zijde nemen stad Antwerpen (afdeling bestuurlijke handhaving binnen bedrijfseenheid Samen Leven) en KULeuven (Onderzoekseenheid Strafrecht en Criminologie) deel als partner. Aan Nederlandse zijde vervoegt het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) van Brabant het consortium.
Het project is erop gericht volgende vragen te beantwoorden:
Omdat de doelstelling van CONFINE erin bestaat de operationele samenwerking (tussen overheidsdiensten en netwerken) te versterken, zullen volgende organisaties het project mee te ondersteunen: Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten, provincie Antwerpen, provincie Limburg, lokale politie Antwerpen, lokale politiezone MidLim, federale politie (cel mensenhandel), procureurs-generaal Antwerpen-Limburg (via Parket-generaal), federale overheidsdienst Financiën, federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken, en het Nederlands Ministerie van Veiligheid en Justitie. Door middel van workshops en seminaries zullen deze ondersteunende organisaties bij de projectactiviteiten betrokken worden.
Lokale en vooral stedelijke overheden worden op hun grondgebied geconfronteerd met aanwijzingen van mensenhandel en -smokkel, zowel wat betreft seksuele uitbuiting (in horecasectoren, massagesalons, seksinrichtingen, panden voor raamprostitutie), economische uitbuiting (in carwashes, nachtwinkels, wedkantoren, panden voor huisvesting van vreemde werkkrachten) als bedelarij (op de openbare weg). Deze aanwijzingen komen van buurtwerkers, politie, burgers en stadsdiensten, en vloeien voort uit meldingen van verstoring van openbare orde met inbegrip van overlast ten gevolge van overbewoning, matrassenverhuur, vaststellingen van tewerkstelling van illegale werknemers, al dan niet verdoken vormen van prostitutie, enzovoort.
Sommige van deze exploitaties worden door de lokale overheden onderworpen aan een verplichte exploitatievergunning, waaraan onderzoeken zoals brandveiligheid van het pand, moraliteit van de exploitant en financieel onderzoek voorafgaan. Het financieel onderzoek blijft echter veelal beperkt tot het nazicht van alle verschuldigde niet-betwiste vorderingen bij de lokale overheden zelf, wat niet steeds leidt tot detectie van criminele activiteiten en mogelijke weigering van de exploitatievergunning. Overlastpanden worden onderworpen aan een kadastraal onderzoek en onderzoek naar de woonkwaliteit. Ook hier blijft het financieel onderzoek beperkt tot nazicht van ander vastgoed van de eigenaar volgens de lokaal beschikbare kadastergegevens. Mensenhandelaars kunnen op die manier gebruik maken van legale economie voor de verderzetting van hun illegale activiteiten.
Zowel in de fase van het verlenen van de vergunning, als tijdens de uitoefening van voormelde activiteiten kan een diepgaande administratieve screening over financiële gegevens, met inbegrip van onderzoek naar juridische vennootschapsconstructies, onderzoek naar vermogens, geldstromen op bankrekeningen, de aanwijzingen van mensenhandel blootleggen. Immers, overlastmeldingen, huisjesmelkerij en dergelijke praktijken zijn niet altijd gerelateerd met mensenhandel, maar kunnen dit na diepgaander onderzoek wel zijn.
Het is de ambitie van CONFINE om de voormelde sectoren administratief te kunnen screenen op financiële criteria die indicatief zijn voor mensenhandel, zodat mensenhandelaars niet de kans krijgen hun illegale praktijken te ontwikkelen of zodat mensenhandel minstens in een vroeg stadium kan gedetecteerd en/of gestopt worden. In België kan de burgemeester immers bij ernstige aanwijzingen van mensenhandel in een inrichting, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke instanties en na betrokkenen te hebben gehoord, deze inrichting sluiten.
De projectpartners worden gevraagd een mandaat te ondertekenen, op basis waarvan de coördinator de subsidieovereenkomst met de Europese Commissie kan afsluiten. Het mandaat (originele Engelstalige versie en vrije vertaling naar het Nederlands) gaat als bijlage bij dit besluit. Na afsluiting van de subsidieovereenkomst zal het project 2 jaar lopen. Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 90%, en aldus is er nood om minimaal 10% van de projectkost met eigen middelen te cofinancieren. De totale projectkost voor CONFINE bedraagt 493.264,52 euro, waarvan 443.938,67 euro gesubsidieerd wordt. Voor stad Antwerpen bedraagt de projectkost 85.984,56 euro (personeel, deelname aan projectmeetings, organisatie van slotconferentie, en overheadkosten), waarvan 72.673,17 euro subsidie. De cofinanciering vanuit de stad bedraagt aldus 13.311,39 euro, en wordt voorzien door de inzet van bestaand personeel (inclusief forfaitaire overhead).
Het project zal vanuit de stad worden opgevolgd door de afdeling bestuurlijke handhaving van bedrijfseenheid Samen Leven. De deelname aan het project sluit aan bij de stedelijke doelstelling om de openbare orde te waarborgen en overlast te voorkomen, verminderen of bestrijden. De stedelijke Eurodesk (dienst strategisch coördinator) zorgt voor de nodige ondersteuning bij de verwerving van de subsidie en de opstart van het project. Het college wordt gevraagd de deelname aan het project goed te keuren, en hiertoe het vereiste mandaat te ondertekenen.
Het college keurt de deelname aan het ISF-project CONFINE goed, en ondertekent hiertoe het vereiste mandaat.