De uitrol van spoor 1 heeft geen financiële gevolgen. Voor de uitrol van de sporen 2 en 3 heeft het college op 1 juli 2016 een bedrag van 15.000.000,00 EUR voorzien voor de komende vier jaar (jaarnummer 5918). In de begroting 2017 wordt voor spoor 2 in totaal 500.000,00 EUR voorzien. Voor spoor 3 is een bedrag van 2.500.000,00 EUR gebudgetteerd.
De financiële gevolgen voor de verschillende projecten worden binnen de voorgestelde sporen voorgelegd aan het college.
| Datum | Jaarnummer | Beslissing |
| 24 september 2010 | De Vlaamse regering keurt het Masterplan 2020 goed. Hiermee beslist de Vlaamse regering om de Antwerpse Ring te sluiten met een reeks tunnels in plaats van met het Lange Wapperviaduct. | |
| 4 oktober 2010 | 12314 | Het college beslist akkoord te gaan met de beslissing van de Vlaamse regering. |
| 18 november 2011 | 15513 | Het college keurt de stadsbrede samenwerking rond het Masterplan 2020 goed en voorziet hierbinnen het communicatieteam Masterplan 2020. |
| 18 oktober 2013 | 10421 | Het college beslist het meerjarenplan 2014-2019 aan de gemeenteraad voor te leggen. |
| 15 november 2013 | 11496 | Het college keurt goed dat de stad Antwerpen haar rol als trekker en coördinator van de communicatie over het project Brabo 2 ook tijdens de uitvoeringsfase voortzet. |
| 19 november 2013 | 655 | De gemeenteraad keurt de budgetopmaak 2014 en het meerjarenplan 2014-2019 goed. |
| 2 maart 2015 | 113 | Het college keurt het verdiepte en verbrede mobiliteitsplan goed. |
| 13 februari 2015 | 1252 | Het college keurt de organisatie- en samenwerkingsstructuur voor de minderhinderaanpak en de realisatie van ‘Antwerpen bereikbaar’ goed. |
| 23 oktober 2015 | 8845 | Het college neemt kennis van de ‘harde’ maatregelen die door de partners impactmanagement en de stad zijn uitgewerkt en keurt de communicatiestrategie en de mogelijke mediamix voor de uitrol van ‘Slim naar Antwerpen’ goed. |
| 4 maart 2016 | 1862 | Het college neemt kennis van de minderhinderopgave tijdens de verdere uitrol van het Masterplan 2020 en keurt het plan van aanpak voor de uitrol van de ‘zachte’ maatregelen ‘Slim naar Antwerpen’ goed. |
| 1 juli 2016 | 5918 | Het college keurt de lijst met het uitgebreide pakket flankerende (‘harde’ en ‘zachte’) maatregelen goed als indicatief kader voor de verder uitwerking en uitvoering van de minderhinderaanpak in het kader van het Masterplan 2020. |
Vlotter verkeer, veiligere wegen en een modal split van 50/50 zijn de ambities van het Masterplan 2020 (goedgekeurd op 24 september 2010 door de Vlaamse regering). Voor de opvolging en uitrol van de verschillende infrastructuur- en mobiliteitsprojecten uit dit Masterplan werd eind 2011 een stadsbrede samenwerking opgestart. Hiervoor werd een multidisciplinair team samengesteld met experten op het vlak van ruimtelijke planning, mobiliteit, uitvoeringstechnieken, communicatie en participatie, die de voorbije jaren een nauwe samenwerking aangingen met de Vlaamse partners.
Op basis van deze werking besliste het college op 15 november 2013 dat de stad Antwerpen voor het Masterplan 2020-project Brabo 2 de communicatie ook in de uitvoeringsfase gaat coördineren.
De verdere uitrol van dit Masterplan 2020 vormt de basis voor de acties 2014-2020 in het uitgebreide en verdiepte stedelijke mobiliteitsplan (goedgekeurd door de gemeenteraad op 2 maart 2015). In dit kader starten er dit jaar en de komende jaren in de stad Antwerpen verschillende werven die een grote impact zullen hebben op de mobiliteit in en de bereikbaarheid van de stad Antwerpen en de haven. Zowel het personen- als het vrachtvervoer zullen tijdens de verschillende werffasen hinder ondervinden. De hinder zal zich voordoen in de bredere regio rond de stad Antwerpen, maar in het bijzonder in het noordelijk, oostelijk en westelijk deel van de stad Antwerpen.
Naar bereikbaarheid en doorstroming is er nood aan een doorgedreven minderhinderaanpak voor de stad Antwerpen. Daarom is minderhinder (1SMB05) als prioritaire doelstelling opgenomen in het meerjarenplan 2014-2019. In de loop van 2014 werd hiervoor tussen de bedrijfseenheden Stadsontwikkeling, Ondernemen en Stadsmarketing en Samen Leven een projectstructuur ‘Antwerpen bereikbaar’ uitgewerkt. Deze werd op 13 februari 2015 goedgekeurd door het college.
Met hetzelfde besluit keurde het college ook goed dat de stad Antwerpen optreedt als trekker en coördinator van de stedelijke minderhindermaatregelen en van de communicatie rond de bereikbaarheid van de Antwerpse regio. Deze mindermaatregelen vallen uiteen in ‘harde’ of infrastructurele maatregelen en ‘zachte’ of gedragssturende maatregelen.Vanuit communicatieperspectief diende ook werk te worden gemaakt van reisadvies op maat en van kwaliteitsvolle mobiliteitscommunicatie.
Op 23 oktober 2015 keurde het college de communicatie-aanpak ‘Slim naar Antwerpen’ goed. Onder deze koepel wordt de komende jaren ingezet op de vlotte bereikbaarheid van de Antwerpse regio. Tegelijk nam het college ook kennis van de ‘harde’ of infrastructurele maatregelen die tot dan toe door de partners impactmanagement en de stad werden uitgewerkt:
Tegelijk keurde het college het plan van aanpak met zachte maatregelen onder de noemen 'Slim naar Antwerpen' goed. ‘Zachte’ maatregelen omvatten:
De laatste twee soorten maatregelen worden gebundeld onder de noemer ‘Marktplaats voor mobiliteit’. Het college gaf de opdracht aan de bedrijfseenheid Stadsontwikkeling om in samenwerking met de bedrijfseenheid Ondernemen & Stadsmarketing, de Gemeenschappelijke Aankoopcentrale en het Havenbedrijf de voorgestelde maatregelen verder uit te werken.
Ondertussen werd de lijst met minderhindermaatregelen verder verfijnd en uitgebreid. Deze lijst werd op 1 juli 2016 aan het college voorgelegd en omvat een uitgebreid pakket flankerende (‘harde’ en ‘zachte’) maatregelen. Deze lijst vormt nu het indicatief kader voor de verder uitwerking, uitvoering en budgettering van de minderhinderaanpak in het kader van het Masterplan 2020.
Voor de uitwerking van de maatregelen die vallen onder de noemer ‘Marktplaats voor mobiliteit’ deed het projectteam ‘Slim naar Antwerpen’ een beroep op de expertise van de Rebel Group. Het volgende voorstel focust op de snelle uitbreiding van mobiliteitsdiensten in de Antwerpse vervoersregio.
Doel van de ‘Marktplaats voor mobiliteit’
De ‘Marktplaats voor mobiliteit’ dient het aanbod aan mobiliteitsdiensten in de Antwerpse vervoersregio zodanig uit te breiden dat er tijdens de uitrol van de grote infrastructuurwerken voldoende spitsmijdingen worden gerealiseerd. Het gaat bij voorkeur om duurzame spitsmijdingen of om structurele en blijvende gedragsveranderingen, waardoor de bereikbaarheid in de regio Antwerpen voor bewoners en werkgevers wordt versterkt.
Daarom wordt er ingezet op de uitbreiding van het aanbod aan mobiliteitsdiensten gericht zowel op personenverkeer als op vrachtverkeer. Werkgevers, reizigers, verladende partijen en logistieke dienstverleners die behoefte hebben aan comfortabele en efficiënte mobiliteits- en logistieke oplossingen, moeten terecht kunnen op de ‘Marktplaats voor mobiliteit’.
Het aanbod of de dienstverlening moet gelden in de bredere regio rond de stad Antwerpen, maar in het bijzonder in het noordelijk, oostelijk en westelijk deel van de stad Antwerpen waar de meeste hinder wordt verwacht.
De Marktplaats als online platform
Binnen de website www.slimnaarantwerpen.be wordt een centraal platform gecreëerd waar leveranciers of aanbieders van producten, diensten of projecten zich kenbaar kunnen maken en waar de gebruiker een duidelijk overzicht krijgt van het aanbod. Dit aanbod zorgt direct of indirect voor minder vracht- of personenwagens op de weg tijdens de spitsuren.
Driesporenaanpak werving mobiliteitsaanbieders
Om voldoende mobiliteitsaanbieders te werven, wordt er op drie sporen gewerkt:
Spoor 1 – Partnerschap ‘Slim naar Antwerpen’
Het partnerschap in spoor 1 is gericht op bedrijven of dienstverleners die zich vooral beter bekend willen maken bij de Antwerpse doelgroepen en zich willen profileren met hun bestaande aanbod. Deze ondernemingen hebben geen nood aan bijkomende financiële ondersteuning maar wel aan zichtbaarheid op de virtuele ‘Marktplaats voor mobiliteit’. Daarom kunnen ze gebruik maken van het ‘Slim naar Antwerpen’ beeldmerk en worden ze actief benoemd in de communicatie van ‘Slim naar Antwerpen’ naar andere deelnemende partners of ondernemingen en naar de relevante doelgroepen.
Om in aanmerking te komen voor een partnerschap, dienen kandidaat-partners aan de volgende criteria te beantwoorden:
Dienstverleners kunnen een partnerschap aanvragen via een formulier op de website www.slimnaarantwerpen.be. Het projectteam ‘Slim naar Antwerpen’ evalueert de aanvraag en beslist of het logo van het bedrijf samen met een korte beschrijving van het aanbod en een link naar de website van het bedrijf op het platform wordt geplaatst. Als het aanbod geen bijdrage levert aan de beoogde spitsmijdingen in de hinderzones, heeft het projectteam het recht de plaatsing van het bedrijfslogo te weigeren.
Na de toezegging van een ‘plaats’ op de website ontvangt het partnerbedrijf bijkomend een aantal formats voor het gebruik van het logo ‘Slim naar Antwerpen’. Het logo ‘Slim naar Antwerpen’ mag uitsluitend worden gebruikt door de bedrijven met een ‘plaats’ en conform de aangeleverde formats.
Het projectteam ‘Slim naar Antwerpen’ doet periodiek een bevraging bij de partner-bedrijven naar de stand van zaken van het aangeleverde aanbod en de resultaten van de specifieke acties. Indien hierop geen of onvoldoende antwoord wordt gegeven, heeft ‘Slim naar Antwerpen’ eenzijdig het recht het bedrijfslogo van de website te verwijderen. Anderzijds zal ‘Slim naar Antwerpen’ op verzoek (na een aangetekend schrijven van de zaakvoerder) het bedrijfslogo onmiddellijk verwijderen van de website.
Per kwartaal rapporteert het projectteam aan het college welke dienstverleners een partnerschap hebben aangevraagd, met wie er een partnerschap is aangegaan en met wie een partnerschap is stopgezet.
Spoor 2 – Projectoproep
De projectoproep is gericht op projecten met korte doorlooptijd van maximaal zes maanden en focust op effectieve mobiliteitsoplossingen voor personen en/of vracht. Hoewel projecten met een innovatief karakter zeker niet uitgesloten zijn, heeft de oproep als doelstelling bestaande diensten en mobiliteitsoplossingen in Antwerpen aan te trekken en verder te ontplooien.
Via de projectoproep kunnen potentiële mobiliteitsaanbieders een beroep doen op:
In dit kader zal een toelagereglement worden opgemaakt en ter goedkeuring voorgelegd aan college en gemeenteraad.
Actieve begeleiding houdt dat het projectteam ‘Slim naar Antwerpen’ zowel in het voortraject als in de uitrol van de projecten en de hieraan verbonden oplossingen de rol opneemt van actieve partner. Dit betekent dat marktpartijen én het projectteam samen oplossingen op maat van de voorliggende bereikbaarheidsuitdaging in Antwerpen uitwerken.
Daarnaast organiseert het projectteam zowel in het voortraject als in de uitrol van de projecten verschillende netwerkmomenten. Deze momenten zijn gericht op het ontplooien van synergie-effecten.
Door de intensieve dialoog en projectsamenwerking kan het projectteam de juiste informatie delen met enerzijds andere dienstverlenende marktpartijen en anderzijds met potentieel toekomstige klanten. Tegelijk krijgt de project-partner ook een ‘plaats’ binnen de virtuele ‘Marktplaats voor mobiliteit’ en de mogelijkheid om zijn oplossingen te branden met het ‘Slim naar Antwerpen’-beeldmerk.
Ten slotte kan de project-partner als tegenprestatie voor zijn investering eenmalig een beperkte starttoelage aanvragen van maximaal 50.000,00 EUR. Deze toelage dient als een stedelijke korting aan de klanten te worden doorgerekend en gecommuniceerd.
Een onpartijdige jury beoordeelt de ingediende projectvoorstellen op de volgende criteria:
Mobiliteitsaanbieders kunnen intekenen op de projectoproep door middel van een intekenformulier.
De procedure verloopt in drie fasen:
Tijdens het voortraject werken de kandidaat-indieners een projectaanvraag uit. Het projectteam ‘Slim naar Antwerpen’ investeert in deze periode in de begeleiding van de indieners bij het scherpstellen van hun projecten en samenwerkingsverbanden.
Wanneer een aanvraag tot deelneming wordt aanvaard, wordt het project opgestart en treedt het projectteam op als actieve partner in het project.
Er is voorzien dat begin januari 2017 een aantal projectovereenkomsten kunnen worden afgesloten.
Deze overeenkomsten hebben een looptijd van maximum zes maanden.
Tegen het einde van een project wordt een evaluatiemoment ingepland en wordt het project geëvalueerd. Het stadsbestuur heeft dan het recht de starttoelage terug te vorderen, als blijkt dat de indiener zich niet gehouden heeft aan de afgesproken engagementen. Het gaat hierbij om engagementen die beheersbaar zijn voor de indiener. Op dit evaluatiemoment wordt ook onderzocht hoe het project verankerd kan worden als een duurzame mobiliteitsoplossing, zonder verdere ondersteuning van het stadsbestuur.
Spoor 3 – Opstart Europese onderhandelingsprocedure
Ten slotte kunnen mobiliteitsaanbieders ook een offerte indienen in het kader van een Europese onderhandelingsprocedure, die wordt voorbereid door de Gemeenschappelijke Aankoopcentrale. Deze procedure wil aanbieders van bestaande mobiliteitsdiensten stimuleren om hun diensten en producten intensiever of voor het eerst aan te bieden in Antwerpen en meer bepaald in de gebieden die het meest getroffen worden door de wegenwerken.
Bedoeling is met meerdere dienstverleners een overeenkomst te sluiten om spitsmijdingen te realiseren. Het aantal dienstverleners en de vereiste ambitie per dienstverlener naar aantal spitsmijdingen wordt in het bestek ‘Marktplaats voor mobiliteit’ bepaald.
De procedure verloopt in een selectie- en een offertefase. De Gemeenschappelijke Aankoopcentrale bereidt momenteel de eerste fase voor van de gunningsprocedure. Aankondiging en publicatie van de selectieleidraad is voorzien op 6 september 2016. De huidige indicatieve planning voorziet de start van de geselecteerde uitvoeringovereenkomsten mobiliteitsdiensten begin maart 2017. Een apart collegebesluit is in opmaak.
Het college keurt principieel de driesporenaanpak voor de ‘Marktplaats voor mobiliteit’ goed. Hierdoor kunnen mobiliteitsaanbieders: