Terug

2016_CBS_10615 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Star Container Services nv, Scheldelaan 601, 2040 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/356/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 09/12/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_10615 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Star Container Services nv, Scheldelaan 601, 2040 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/356/AVG - Goedkeuring 2016_CBS_10615 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Star Container Services nv, Scheldelaan 601, 2040 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/356/AVG - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Star Container Services nv, Schaliënstraat 3, 2000 Antwerpen. De aanvraag omvat: een nieuwe inrichting voor het onderhoud en reparatie van lege zeecontainers.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Star Container Services nv, Schaliënstraat 3, 2000 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2040 Antwerpen, Scheldelaan 601, een inrichting voor het onderhoud en reparatie van lege zeecontainers te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de exploitant de algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:

  • opslag brandbare vloeistoffen min 2 stuks;

  • opslagplaats voor gevaarlijke gassen min 3 stuks;

  • werkposten voor laswerkzaamheden (1 per werkpost).

Snelblustoestellen van het type 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 – dienen in overtal aangebracht op volgende plaats: in de omgeving van elk belangrijk elektriciteitsbord

Hydranten

Minstens twee bovengrondse hydranten BH 100, conform de norm NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dienen voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt, hetzij in eigen beheer gevoed.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydranten.

De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH100 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van het gebouw.

Indien dit niet mogelijk is dient een bluswatervoorraad op het terrein voorzien te worden van 240 m³. In de omgeving hiervan dient een opstelplaats voor de voertuigen van de brandweer voorzien te worden.

Alarm

In het bedrijf dienen maatregelen genomen om melding van brand en alarm door te geven.

Veiligheidsverlichting

De inrichting moet voorzien worden van pictogrammen en van veiligheidsverlichting die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden.

De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 9 december 2016 en eindigt op 9 december 2036.

Artikel 5

De vergunde inrichting dient in gebruik genomen te worden binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze vergunning, zoniet vervalt deze vergunning van rechtswege.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.