Terug

2016_CBS_10648 - Privacy en informatieveiligheid. Vraag van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer - Raadpleging van het Rijksregister. Collegiale brief - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 09/12/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_10648 - Privacy en informatieveiligheid. Vraag van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer - Raadpleging van het Rijksregister. Collegiale brief - Goedkeuring 2016_CBS_10648 - Privacy en informatieveiligheid. Vraag van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer - Raadpleging van het Rijksregister. Collegiale brief - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Op 23 november 2016 ontving de stad een schrijven van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waarin deze het standpunt van de stad vraagt ten aanzien van de registratie van de reden voor elke raadpleging van het Rijksregister. Zij verwijzen daarbij naar hun eerdere vraag over het gebruik van de bevolkingstoepassing Hera, en de daarin voorziene mogelijkheid voor registratie. 

Argumentatie

De stad beschikt over de bevolkingstoepassing Hera. De raadplegingen van het rijksregister worden gelogd, maar de reden voor elke afzonderlijke raadpleging wordt niet geregistreerd. 

Het is in de praktijk immers een weinig realistische verplichting om dit op een systematische en gestructureerde wijze te doen, gelet op het enorme aantal raadplegingen en wijzigingen. Een manuele registratie van elke verrichting zou een personeelskost vertegenwoordigen die in verhouding tot het potentiële risico op ongeoorloofde toegang door medewerkers disproportioneel hoog is, en dus niet te verantwoorden is.

Een eerdere rondvraag bij een aantal centrumsteden leert dat zij dit standpunt delen.

Artikel 16 §4 2e lid van de privacywet (8 december 1992) stelt dat de technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn voor de de bescherming van de persoonsgegevens tegen toevallige en ongeoorloofde (...) toegang tot persoonsgegevens een passend beveiligingsniveau moeten verzekeren, rekening houdend, enerzijds met de stand van de techniek ter zake en de kosten voor het toepassen van de maatregelen, en anderzijds met de aard van de te beveiligen gegevens en de potentiële risico's.

Verder voeren we een zeer streng beleid voor het raadplegen van persoonsgegevens in het rijksregister door de medewerkers die beroepshalve toegang krijgen tot die gegevens. Ze zijn bij hun indiensttreding verplicht om een verklaring te ondertekenen waarbij ze zich verbinden de toegang tot deze gegevens te beperken tot het strikt noodzakelijke voor de uitoefening van hun taken of voor de behoeften van de dienst. Elke vastgestelde inbreuk leidt zonder uitzondering tot een intern onderzoek en een mogelijke sanctie.

Juridische grond

Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de brief van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Artikel 2

Het college keurt de collegiale brief aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer goed.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen