Terug

2017_CBS_06093 - Aanvraag verkavelingsvergunning. Reguliere procedure - 20173 - district Wilrijk - Berkenlaan 10 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/07/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_06093 - Aanvraag verkavelingsvergunning. Reguliere procedure - 20173 - district Wilrijk - Berkenlaan 10 - Goedkeuring 2017_CBS_06093 - Aanvraag verkavelingsvergunning. Reguliere procedure - 20173 - district Wilrijk - Berkenlaan 10 - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Onderzoek

Ja

Aanleiding en context

Eigenaars: Martine De Bruijn, Roger De Bruijn, Serge De Bruijn, Jacques Deneef, Louis Deneef, Victoria Deneef
Aanvragers: Martine De Bruijn
De aanvraag omvat: opdelen van een terrein in 2 loten voor woningbouw
Dossiernummer: WI/2017/V/0002/20173

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over de aanvraag tot verkavelingsvergunning.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:
  • de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de verkavelingsvergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is volgende (last)voorwaarden na te leven:
Voorwaarden
  1. de bijgevoegde stedenbouwkundige voorschriften moeten strikt worden toegepast. Ze
    worden evenwel met volgende bepalingen gewijzigd en aangevuld:
    • het voorschrift wat betreft hoofdbestemming hoofdgebouwen (artikel 1.1.A.) wordt  aangevuld met de bepaling dat ook zorgwonen is toegelaten; 
    • in het voorschrift wat betreft bestemming niet-bebouwd gedeelte (artikel 1.3.) worden de delen over de bescherming van hoogstammige bomen en over het kappen van hoogstammige bomen geschrapt;
    • het voorschrift wat betreft bestemming niet-bebouwd gedeelte (artikel 1.3.) wordt gewijzigd met de bepaling dat verhardingen in de voortuin een afstand van minimum 4 meter moeten bewaren tot de zijdelingse perceelsgrenzen;
    • het voorschrift wat betreft inplanting hoofdgebouwen (artikel 2.1.B.) wordt gewijzigd met de bepaling dat de footprint voor de woning op lot 2 maximum 196 m² is;
    • het voorschrift wat betreft het bouwvolume hoofdgebouwen (artikel 2.1.C) wordt aangevuld met de bepaling dat er binnen de opgegeven kroonlijsthoogtes maximaal 2 bouwlagen kunnen worden voorzien;
    • het voorschrift wat betreft de inplanting bijgebouwen (artikel 2.2.A) wordt aangevuld met de bepaling dat bijgebouwen rekening moeten houden met de nieuwe en de te behouden bomen;
    • het voorschrift wat betreft verhardingen niet-bebouwd gedeelte (artikel 3.2.) wordt gewijzigd met de bepaling dat de verhardingen een minimale afstand moeten houden van 4 meter tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen;
      o het voorschrift wat betreft inrichtingselementen niet-bebouwd gedeelte (artikel 3.3.) wordt gewijzigd met de bepaling dat de totale kroonlijsthoogte van bijgebouwen niet meer dan 3 meter mag bedragen;
    • het voorschrift wat betreft afsluitingen niet-bebouwd gedeelte (artikel 3.4.) wordt geschrapt;
  2. de boom op het voetpad, voor de woning dient voldoende beschermd te worden tijdens de werken. Om te vermijden dat de bomen op lange termijn afsterven, is het belangrijk de bomen en vooral hun wortelzone tijdens de werken goed te beschermen. Verdichting van de bodem, door stockage van materialen of door de zware druk van (zware) voertuigen, beschadigt de wortels en leidt op lange termijn tot aftakeling en zelfs het afsterven van de
    boom. Indien het werfverkeer toch over de boomwortels moet rijden, is het zeer belangrijk voldoende rijplaten te leggen die de druk verdelen;
  3. bij een te behouden boom moeten volgende zaken in acht genomen worden:
    • in het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom onaanvaardbaar moeten beschadigd worden, noch nu, noch in de toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
      • het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
      • graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20% van het totale wortelpakket moet verwijderd worden;
      • de boom drastisch te snoeien. ( dit wil zeggen hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8 cm);
    • als er werken (zowel bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden.
      De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen.
      Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
      • er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst worden die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt
        idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie + 2 meter. In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren.
        (niet graven, niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, …);
      • er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade
        berokkend wordt;
      • Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is.
        Naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden. Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken, een voldoende hoge kraan voorzien. Als de kraan rond
        draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of, … Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen. Op www.baas-isa.be is een lijst beschikbaar van deze mensen. (U kunt ook gewoon in Google ‘lijst ETT’ ingeven).
  4. bij het aanplanten van een nieuwe boom moeten volgende zaken in acht genomen worden:
    Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil onder andere zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte. Indien er onvoldoende onverharde ruimte is om bomen te voorzien, moeten er bomen in de verharding voorzien worden, eventueel moet er een tweede maaiveld voorzien worden.
    In onderstaande tabel is weergegeven hoeveel geschikt doorwortelbaar volume er bij een boom in verharding minimaal moet voorzien worden, indien men wil rekening houden met het aspect duurzaamheid.

    Voor informatie omtrent ‘geschikt doorwortelbaar volume’ en ‘tweede maaiveld’ is het aangewezen om een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen. Op www.baas-isa.be is een lijst beschikbaar van deze mensen. (U kunt ook gewoon in Google ‘lijst ETT’ ingeven).
  5. voor de nieuw aan te planten bomen een hoogstammige boomsoort aan te planten; 
  6. wanneer een bemaling of tijdelijke grondwaterwinning noodzakelijk is om de
    bouwwerken in de diepte te realiseren, dient gebruik gemaakt te worden van een retourbemaling waarbij het opgepompte water terug in de bodem wordt gebracht om verdroging tegen te gaan. Vooral voor de 2 monumentale beuken in de voortuin is deze regel van toepassing.

Lastvoorwaarden 

  1. alle constructies en verhardingen op het te verkavelen perceel moeten worden verwijderd vooraleer de verkaveling ten uitvoer gebracht kan worden. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de verkavelingsvergunning zelf, niet is voldaan, de verkavelaar niet kan overgaan tot de verkoop van een kavel in de zin van artikel 4.2.16 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.