Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het college vraagt onderstaande voorwaarden aan te passen als volgt:
Het college vraagt de parkeerparagraaf aan te passen als volgt:
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen.
In de bouwcode vinden we geen normen terug voor deze functie. Voor een vleesverwerkend bedrijf gaan we daarom uit van de kengetallen uit de CROW. Het kengetal dat wordt toegepast voor een bedrijfsgebouw met arbeidsextensieve- en bezoekersextensieve functies. Het kengetal dat hierbij hoort is 0,75 parkeerplaats per 100m² BVO. De totale oppervlakte van het nieuw te voorziene gebouw is 4081m². De parkeerbehoefte wordt bijgevolg 4081m²/100m² x 0,75 = 30,6 = 31 parkeerplaatsen.
Bijstelling mobiliteit: De architect laat weten dat er met minder parkeerplaatsen toegekomen wordt. In opstart zullen er 10 medewerkers in het gebouw werken, om later te groeien tot 17 medewerkers. Ze verwachten een modal split van 60/40. Gelet op de mobiliteitsdruk in deze industriezone is het noodzakelijk dat er een toereikend aantal parkeerplaatsen voorzien wordt op eigen terrein. Tevens is de ontsluiting van het perceel met het openbaar vervoer matig waardoor de vooropgestelde model split zoals beargumenteerd wordt door de archiotect met enige voorzichtigheid te beoordelen. In deze onderschrijft het de stelling om een voldoende aantal parkeerplaatsen te voorzien, om zo geen bijkomende parkeerlast op het openbaar domein te realiseren. Om deze reden is het aangewezen om rekening te houden met de CROW berekening in relatie tot de toekomstige groei in personeel. 20 parkeerplaatsen geven voldoende zekerheid naar de toekomst, gelet op het grote bouwvolume en bijhorende werkvloer.
De plannen voorzien in 15 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 20.
De bovengrondse 15 plaatsen dienen steeds beschikbaar te zijn voor zowel bezoekers als werknemers. Buitenopslag hierop is niet toegestaan. De ontbrekende 5 parkeerplaatsen dienen voor het gebouw, naast de fietsenstalling voorzien te worden. Indien deze niet fysiek aangelegd wordenmet een afwijkend materiaal ten opzichte van de circullatiezones, zullen deze 5 parkeerplaatsen als niet gerealiseerd/ontbrekende beschouwd worden.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.
Aandacht: indien de 5 parkeerplaatsen voor het gebouw niet gerealiseerd worden zal het aantal ontbrekende parkeerplaatsen 5 zijn, of lager naargelang het aantal dat wel gerealiseerd is voor het gebouw.
Het college vraagt onder “Beoordeling afwijking van de voorschriften” volgende aan te passen:
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
In het bijzonder plan van aanleg is opgenomen dat de circulatieruimten op het perceel maximaal ingegroend moeten worden met hoogstammige bomen. Per lineair geheel van 100 lopende meter dienen 8 hoogstammige bomen te worden voorzien. Ook op de parkings dienen 4 hoogstammige bomen per 100 vierkante meter parking worden voorzien. De circulatieweg rond het bouwvolume meet een totale lengte van ongeveer 94 lopende meter. De oppervlakte van de voorziene parkeerplaatsen is ongeveer 170 vierkante meter. Er zal bijgevolg opgelegd worden in voorwaarden dat er in totaal 15 nieuwe hoogstammige bomen voorzien moeten worden rond de circulatieruimte rondom het gebouw. Deze bomen moeten zo ingeplant worden dat de 15 parkeerplaatsen steeds vlot beschikbaar blijven. De hoogstammige bomen die in aanmerking komen volgens het bijzonder plan van aanleg zijn zomereik, tamme kastanje, es, els, iep, beuk, haagbeuk, linde en knotwilg.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Ja
| Aanvragers: | Peter Van Hulle, Eric Electeur |
| De aanvraag omvat: | bouwen van een vleesverwerkend bedrijf met opslag en kantoor |
| Dossiernummer: | ZWI/B/20163017 |
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.