Nee
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
| Aanvragers: | BOUWPROJECTEN COGGHE |
| De aanvraag omvat: | bouwen van een eengezinswoning |
| Dossiernummer: | ANL/B/digitaal/20172158 |
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Volgens de gemeentelijke stedenbouwkundig ambtenaar voldoet de garage niet aan de voorschriften van artikel 30 – “Autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen” -, meer specifiek §3 –“Inrichting” -, van de bouwcode. De diepte van de garage is 5.12 m daar waar deze minimaal 5.50 m zou moeten zijn, met inbegrip van de fietsstalling. In de bouwcode wordt aangegeven dat de maten / maatvoering richtinggevend zijn en dat hiervan kan afgeweken worden, de maatvoering in de bouwcode gaat ook eerder over parkeren in het kader van een openbare weg of over parkings met een hogere bezetting en niet over eengezinswoningen. Het uitrekken van de garage heeft een negatieve impact op de zitplaats, deze wordt met bijna 15 % gereduceerd. Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat de kwaliteit van de verblijfsruimte primeert boven de praktische inrichting van de garage. Als voorwaarde zal evenwel opgelegd worden om de fietsten overdekt in de voortuin te stallen conform de voorwaarden van artikel 29 van de bouwcode : “Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen”.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar.