In het traject De Lageweg wenst de stad Antwerpen een perceelsoverschrijdende ontwikkelingsdynamiek te realiseren met bestaande eigenaars. In de coalitie-dynamiek gaat de overheid ervan uit dat er een proces kan worden ontwikkeld dat uiteindelijk kan leiden tot de creatie van een grondcoalitie, hiervoor is een financieel model opgemaakt (college 28 augustus 2015, jaarnummer 7210). In tegenstelling tot vorige stadsontwikkelingsprojecten heeft de overheid in deze site weinig eigendom, werkt niet top-down en is de eigendomsstructuur complex (meerdere eigenaars, vereffening, enzovoort).
Voor het opmaken van een masterplan werd de Lageweg geselecteerd als 'Pilootproject Terug in Omloop' (TIO) (college 22 januari 2016, jaarnummer 541). TIO is het resultaat van de samenwerking met de OVAM, Team Vlaams Bouwmeester, Ruimte Vlaanderen, het Vlaamse Stedenbeleid en VLAIO (Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen).
TIO stimuleert gemengde en geïntegreerde projecten die innovatie beogen op het vlak van herontwikkeling van verontreinigde terreinen met een doorgedreven aandacht voor nieuwe economische ontwikkelingen en kringloopdenken.
TIO financiert een intensieve begeleiding door het voorzien van een projectregisseur, experten (juridisch, transitiemanager, enzovoort) en een ontwerpteam voor de opmaak van een masterplan. De financiering loopt drie jaar voor de opmaak van:
Het college keurde op 23 december 2016 (jaarnummer 11051) een samenwerkingsovereenkomst goed. De overeenkomst regelt de samenwerking tussen de stad en de grondeigenaars om tot een gebiedsontwikkeling te komen en daarbij de principes van een grondenbank te onderzoeken.
De stad Antwerpen wenst een kwalitatieve ontwikkeling op de site de Lageweg te bekomen in samenwerking met de eigenaars, bewoners en district.
Kwaliteitseisen die de stad vertaald wenst te zien in het masterplan worden bepaald door enerzijds in te zetten op de kwaliteiten van de site en de omgeving en anderzijds op de kansen van de vernieuwing en verdichting van dit gebied en de koppelingen met de ontwikkelingen in de omgeving zoals Blue Gate en andere.
De stad Antwerpen gaat na hoe een financieel gezond project ook een ruimtelijk kwalitatief en maatschappelijk relevant project kan zijn. Het gebied moet opnieuw een levendig stadsdeel worden zonder de huidige bedrijven te verdringen.
Het stadsbestuur werkt aan een stadswijk van morgen. Doelstelling is een sociaal levend weefsel, een nieuwe woonbeleving, een stedelijke economie en een slimme leefomgeving, met andere woorden: een verbetering van het gebied en de buurt door het wegwerken van de tekorten van voorzieningen, creëren van betaalbare woningen, ruimte voor tewerkstelling, en een duurzame of milieu intelligente ontwikkeling.
De projectdefinitie bevat volgende onderdelen:
De procesaanpak: Begin 2015 startte er een co-creatief traject. Dit was de verkennende fase en was opgevat als een leertraject. In de komende fase in het proces, krijgt de dialoog een vervolg. De ontwikkelingsstrategie en het masterplan moeten op hun beurt slimme instrumenten zijn om de dialoog te ondersteunen. De opmaak zal verlopen in twee fasen: het verkennend Masterplan, dat loopt van januari tot en met mei 2018 en het robuust masterplan dat loopt van september 2018 tot december 2018. In de tussenperiode worden de verschillende stakeholders hun opmerkingen en bezwaren gevraagd.
Het masterplan dient een ontwikkelingsstrategie volgens twee principes aan te leveren. Enerzijds is er de perceelsoverschrijdende strategie en anderzijds de perceelsgebonden strategie.
Er dienen vier ruimtelijke randvoorwaarden onderzocht te worden in het masterplan.
Een gemengd gebied:
Het masterplan dient exploitabel te zijn zowel op korte als lange termijn. De financiële haalbaarheid dient telkens onderzocht te worden. Dit gebeurt op basis van het financieel rekenmodel uit de verkennende fase.
De duurzaamheidsprincipes van het gebied dienen voor water, materialen, energie en hinder geïntegreerd in het masterplan opgenomen te worden.
Het masterplan dient een publieke ruimtestructuur op te stellen die het kader vormt voor de verder ontwikkeling van het gebied.
Samenvattend beoogt het masterplan:
Er wordt gewerkt vanuit het bestaande (bedrijvigheid, onderwijs, woningen, groene ruimte, hergebruik gebouwen) en niet vanuit een tabula rasa gedachte. Vele stadsvernieuwingsprojecten lopen op het einde van de rit vast op de financiële haalbaarheid van het project, de Lageweg is ermee gestart en werkt van hieruit verder. Het financieel model bevat eveneens de maatschappelijke en stedenbouwkundige meerwaarde voor de stad door middel van het voorzien van stedelijke voorzieningen. De finale return aan de stad zal aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Elke fase in het proces van samenwerking houdt in dat er andere mogelijkheden en uitdagingen ontstaan. Bij elke stap vooruit hoort een aangepast akkoord en dit akkoord resulteert in een verfijnder en ruimtelijk voorstel.
Aan De Lijn wordt een intentieverklaring gevraagd betreffende de inplanting van de tramstelplaats (gemengd programma) op de site, dat past binnen de hoger beschreven doelstellingen.
Het masterplan wordt herwerkt op basis van dialoog met bewoners en stakeholders.
Het college keurt de projectdefinitie van het masterplan voor de Lageweg, district Hoboken, goed
Het college geeft opdracht aan:
|
Dienst |
Taak |
|
SW/Ruimte |
|
|
SW/Ruimte in samenwerking met SW/Communicatie en Participatie |
om bewonersoverleg te organiseren en een periodieke nieuwsbrief bij het masterplan te voorzien. |
|
SW/Ruimte in samenwerking met SB |
om ondersteuning te zoeken in functie van de financiële haalbaarheid door de toepassing van het financieel model |
|
SW/Ruimte in samenwerking met EMA |
om het project op te volgen in functie van duurzaamheid en klimaatadaptatie |
|
SW/Ruimte in samenwerking met SW/Ontwerp en uitvoering |
om het project op te volgen in functie van water en de structuur van de publieke ruimte |
|
SW/Ruimte in samenwerking met SW/Mobiliteit |
om de inplanting van de tramstelplaats op te volgen |
|
SW/Ruimte in samenwerking met OS/Business & Innovatie |
om leegstand en de oorzaken van die leegstand in kaart kunnen te brengen voor de omliggende bedrijventerreinen en om de potentiele bedrijven voor de Lageweg te benoemen. |
|
SW |
opmaak van dit plan moet parallel lopen met het proces van de ontwikkeling van de stelplaats van De Lijn maar dit mag geen vertraging met zich meebrengen |