Opname regisseursrol op het vlak van de organisatie wijk-werken door oprichting van een “organisator wijk-werken”
Binnen het Wijk-werkendecreet dient het lokale bestuur de keuze te maken de organisatie van het wijk-werken (a) over te laten aan VDAB, (b) op te nemen binnen een samenwerkingsverband van lokale besturen of (c) het wijk-werken zelf op te nemen:
Het college opteert ervoor om als lokaal bestuur op te treden als organisator Wijk-werken.
In het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017 wordt in art 14 dieper in gegaan op de keuzes die een lokaal bestuur heeft met betrekking tot de oprichting van een “organisator Wijk-werken”:
Art. 14. §1. De gemeente heeft de volgende taak inzake de organisatie van het wijk-werken:
1° hetzij het oprichten van een organisator als het een gemeente betreft die minstens zestigduizend inwoners heeft;
2° hetzij het vormen van een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid als vermeld in Hoofdstuk III van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, dat als organisator zal optreden of een organisator zal oprichten, op voorwaarde dat het samenwerkingsverband een grondgebied van zestigduizend inwoners omvat, of een OCMW-vereniging als vermeld in titel VIII, hoofdstuk I, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, oprichten, dat als organisator zal optreden of een organisator zal oprichten, op voorwaarde dat die OCMW-vereniging een grondgebied van zestigduizend inwoners omvat;
3° hetzij de organisatie van Wijk-werken over te laten aan de VDAB.
Voor de taak, vermeld in het eerste lid, 2°, kan de gemeente ervoor kiezen om een bestaand samenwerkingsverband of een bestaande vereniging als vermeld in het voormelde punt 2°, te belasten met de organisatie van Wijk-werken.
Voor de taken, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, wordt verstaan onder oprichten van een organisator: het oprichten van een rechtspersoon of het aanduiden van een bestaande rechtspersoon die als organisator zal optreden. De Vlaamse regering bepaalt welke vormen van rechtspersoonlijkheid in aanmerking komen als organisator.
…
§3. Er kan worden afgeweken van de vereiste van zestigduizend inwoners vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2° als de gemeente daartoe een gemotiveerde aanvraag indient en voldoet aan de voorwaarden. De Vlaamse regering bepaalt voor de toepassing van deze paragraaf aan welke voorwaarden moet worden voldaan en hoe een gemotiveerde aanvraag moet worden ingediend.
In het ontwerp van uitvoeringsbesluit “wijk-werken” van 7 juli 2017 worden bovenstaande bepalingen verder geconcretiseerd in art 17 tot en met art 19:
Art. 17. De organisatoren die opgericht zijn met toepassing van artikel 14, §1, eerste lid, 1°, van het Wijk-werkendecreet van (datum), zijn gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen als vermeld in titel VII, hoofdstuk II, afdeling III, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005. Ze hebben de vorm van een vzw.
Art. 18. De organisatoren die opgericht zijn met toepassing van artikel 14, §1, eerste lid, 2°, van het Wijk-werkendecreet van (datum), hebben een van de volgende vormen:
1° een projectvereniging als vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;
2° een dienstverlenende vereniging als vermeld in hoofdstuk III, afdeling 3, van het voormelde decreet van 6 juli 2001;
3° een opdrachthoudende vereniging als vermeld in hoofdstuk III, afdeling 3, van het voormelde decreet van 6 juli 2001;
4° een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid als vermeld in hoofdstuk II van het voormelde decreet van 6 juli 2001, als de overeenkomst bepaalt dat een van de deelnemende gemeenten aangesteld wordt als beherende gemeente;
5° een OCMW-vereniging als vermeld in titel VIII, hoofdstuk I, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Art. 19. De gemeente richt een organisator op door een beslissing van de gemeenteraad, of door een beslissing van het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de OCMW-vereniging, vermeld in artikel 14 van het Wijk-werkendecreet van (datum). De VDAB wordt van die beslissing met een aangetekende brief op hoogte gebracht.
Het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017 betreft een hervorming van het huidige Plaatselijk WerkgelegenheidsAgentschapstelsel (PWA). De lokale verankering, het uitvoeren van maatschappelijk relevante taken en de laagdrempelige opstap naar werk voor de werkzoekende zijn belangrijke kenmerken van Wijk-werken. Werkzoekenden (inclusief leefloongerechtigden) die nood hebben aan een zeer laagdrempelige opstap bij aanvang van een traject naar werk, zullen in de toekomst die opstap kunnen nemen via gebruik van het nieuwe activeringsinstrument “Wijk-werken”. Er is een sterke link voorzien tussen Wijk-werken en "Tijdelijke Werkervaring (TWE)" dat als doelstelling heeft om competenties en werkervaring op te bouwen binnen een reële arbeidsmarktomgeving, met het oog op het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt en doorstroom naar het Normaal Economisch Circuit (NEC).
Op 7 juli 2017, werd het ontwerp van uitvoeringsbesluit "Wijk-werken" principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
Zowel het decreet als het uitvoeringsbesluit “Wijk-werken” treden in werking op 1 januari 2018.
Op 7 augustus 2017 richtte VDAB een schrijven aan het college met de vraag welke rol de stad Antwerpen zal opnemen in de organisatie van wijkwerken via een principebeslissing voor 30 september 2017.
De gemeenteraad keurt de beslissing om als lokaal bestuur zelf Wijk-werken te organiseren vanuit de stad principieel goed.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| OS/BI | om de verdere inhoudelijke invulling van Wijk-werken uit te werken. Rekening houdend met de voorwaarden opgenomen in het decreet en de uitvoeringsbesluiten en in overleg met VDAB, OCMW en andere relevante partners; om een afsprakenkader voor te bereiden tussen de stad, VDAB en OCMWvoor de uitwerking van het wijk-werken |