Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Aanvrager: Modelmakerij - Vormenbouw G. De Feyter bvba - Maccabilaan 11 - 2660 Hoboken - Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een inrichting voor het vervaardigen van producten uit metaal, kunststof en hout.
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Modelmakerij - Vormenbouw G. De Feyter bvba om op de percelen gelegen op het zelfde adres een inrichting voor het veraardigen van producten in metaal, kunststof en hout te exploiteren.
Het college wijst erop dat de exploitant de algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven.
Het college wijst erop dat de exploitant onderstaande standaardbrandweervoorwaarden en bijzondere voorwaarden dient na te leven.
standaardbrandweervoorwaarden:
B1: Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst;
S1: Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht;
S23: Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 29 september 2017 voor onbepaalde duur.