Terug

2017_CBS_07441 - Parkeergebouwen Merksem, Wommelgem en Noordersingel - Afvaardiging en Mandatering. Collegiaal standpunt - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 25/08/2017 - 09:00 Brouwershuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_07441 - Parkeergebouwen Merksem, Wommelgem en Noordersingel - Afvaardiging en Mandatering. Collegiaal standpunt - Goedkeuring 2017_CBS_07441 - Parkeergebouwen Merksem, Wommelgem en Noordersingel - Afvaardiging en Mandatering. Collegiaal standpunt - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Argumentatie

Voor het project Noordersingel heeft BAM als initiatiefnemer de aanvraag voor een projectvergadering ingediend en hierbij een nota gevoegd waarom het project volgens hen vergunbaar is en het project kan beschouwd worden als een project van algemeen belang met beperkte ruimtelijke impact. De dienst mobiliteit stelt voor de argumentatie van BAM te volgen en de vergunbaarheid van het betreffende parkeergebouw te ondersteunen op basis van volgende argumenten:

  • Juridisch kader
    • gelet op het gemeenschapsnut van een publiek toegankelijk parkeergebouw en een containerpark, kunnen beide voorzieningen in de vooropgestelde zone aangevraagd worden;
    • gelet op de zeer geringe overschrijding met de zonering voor weginfrastructuur, en het reeds opgemaakte ontwerp voor de nieuwe afrit waaruit blijkt dat deze ruimte niet noodzakelijk is, kan men besluiten dat het gebouw kan gerealiseerd worden met deze lichte overschrijding.
  • Mobiliteit
    • in de huidige toestand en in de definitieve toestand kan het verkeer (zowel gemotoriseerd verkeer als zwakke weggebruikers) vlot afgehandeld worden;
    • tijdens de werffase is er een conflict met de onderbreking van Schijnpoort. Hierdoor ontstaan er langere wachtrijen. Hiervoor is er een technisch haalbare oplossing voor de ontsluiting van het parkeergebouw ontworpen die zal uitgerold worden indien er zich problemen voordoen tijdens de werken OWV.
  • Milieu
    • gelet op de geringe impact op de milieukwaliteit van de huidige site kan het parkeergebouw door middel van de M.E.R.-screening ingediend worden;
    • wel dient de grond en grondwatervervuiling opgevolgd te worden in het geval van een grondwaterverlaging voor de bouwwerken.

Voor het project Merksem heeft BAM als initiatiefnemer de aanvraag voor een projectvergadering ingediend en hierbij een nota gevoegd waarom het volgens hen een project betreft van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact, waardoor het mogelijk moet zijn volgens de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke Ordening (VCRO) een afwijking toe te staan op de geldende juridische context. De dienst mobiliteit stelt voor de argumentatie van BAM te volgen en de vraag om een afwijking toe te staan, te ondersteunen op basis van volgende argumenten:

  • waarom het een project van algemeen belang betreft:
    • de uitvoering van het parkeergebouw is ontstaan uit de nood om een verkeersinfarct door de uitvoering van het Masterplan 2020 te vermijden. Om tijdens de grote infrastructurele werken afdoende wagens uit het verkeer te kunnen halen, en om aldus de verkeersintensiteiten te verlagen, werd er geopteerd om maximaal in te zetten op een verschuiving naar duurzame verplaatsingsmodi. Hiertoe dient men op een vlotte manier te kunnen overstappen van de personenwagen naar het publiek of zacht transportnet. In dit geval betreft dit hoofdzakelijk de aansluiting op de bestaande traminfrastructuur;
    • het voorzien van deze mogelijkheid met het oog op een haalbare verkeersintensiteit in en rond de stad Antwerpen, kan zonder meer gezien worden als een algemeen belang;
    • het gebouw zal zowel tijdens de werken, als na de werken kunnen fungeren als overstapplaats tussen wagen en publiek transport. Hierdoor is dit gebouw niet enkel een meerwaarde van algemeen belang tijdens de werken, maar ook na de werken;
  • waarom de afwijking een beperkte ruimtelijke impact heeft:
    • het gebouw is gelegen in een multimodale knoop met aansluiting op verschillende openbare netten (fiets/tram/bus);
    • de ruimtelijke impact is wel degelijk gering daar er in de directe omgeving geen gevoelige constructies zijn. Aan de ene kant bevindt zich de reservatiestrook, en aan de andere zijde de sportvelden. Voor beide zaken is de ruimtelijke impact zeer gering. Ook aan de overzijde van de Bredabaan is er geen impact daar hier reeds het winkelcomplex (Carrefour) gelegen is;
    • het huidige ontwerp van het parkeergebouw, beperkt zich tot 4 parkeerdekken (inclusief het maaiveld). Hierdoor bevindt de bovenste vloer zich op 12.15m boven het maaiveld, wat dus maar gering is in vergelijking met de in de buurt opgetrokken woonblokken;
    • men kan dus zeker stellen dat de uitvoering van dit gebouw slechts een geringe ruimtelijk impact heeft;
  • er is altijd de mogelijkheid om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken, waardoor er geen afwijking meer zou moeten aangevraagd worden. Dit heeft echter in dit geval geen meerwaarde, want:
    • de uitvoering van dit gebouw past in het reeds bestaande BPA Keizershoek;
    • tevens werd dit ondertussen aangevuld met de verschillende studies die in het kader van de opmaak van dit dossier zijn opgemaakt (onder andere MOBER, MER-screening). Hieruit blijkt dat er geen negatieve invloed is door de verhoging van de parkeercapaciteit;
    • het opmaken van een RUP zou dan ook geen andere resultaten opleveren.

Voor het project Wommelgem heeft BAM als initiatiefnemer de aanvraag voor een projectvergadering ingediend en hierbij een nota gevoegd waarom het volgens hen een project betreft van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact, waardoor het mogelijk moet zijn volgens de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke Ordening (VCRO) een afwijking toe te staan op de geldende juridische context. De dienst mobiliteit stelt voor de argumentatie van BAM te volgen en de vraag om een afwijking toe te staan, te ondersteunen op basis van volgende argumenten, die grotendeels gelijkaardig zijn aan het project te Merksem:

  • Waarom het een project van algemeen belang betreft:
    • de uitvoering van het parkeergebouw is ontstaan uit de nood om een verkeersinfarct door de uitvoering van het Masterplan 2020 te vermijden. Om tijdens de grote infrastructurele werken afdoende wagens uit het verkeer te kunnen halen, en om aldus de verkeersintensiteiten te verlagen, werd er geopteerd om maximaal in te zetten op de verschuiving naar duurzame verplaatsingsmodi. Hiertoe dient men op een vlotte manier te kunnen overstappen van de personenwagen naar het publiek of zacht transportnet. In dit geval betreft dit hoofdzakelijk de aansluiting op de bestaande traminfrastructuur;
    • het voorzien van deze mogelijkheid met het oog op een haalbare verkeersintensiteit in en rond de stad Antwerpen, kan zonder meer gezien worden als een algemeen belang;
    • het gebouw zal zowel tijdens de werken, als na de werken kunnen fungeren als overstapplaats tussen wagen en publiek transport. Hierdoor is dit gebouw niet enkel een meerwaarde van algemeen belang tijdens de werken, maar ook na de werken;
  • waarom de afwijking een beperkte ruimtelijke impact heeft:
    • het parkeergebouw is gelegen op de bestaande P+R. Door het gebouw een zo compact mogelijke footprint te geven, is de ruimtelijke impact gering voor de omgeving. Zo wordt bijvoorbeeld de bestaande winkel op de P+R gespaard, en blijft het gebouw binnen dezelfde contouren als de huidige P+R (ondanks dat het GRUP een grotere oppervlakte heeft voorzien). Door deze compacte uitvoering blijft de afstand naar de woongebouwen ook afdoende om geen impact te veroorzaken;
    • het huidige ontwerp van het parkeergebouw, beperkt zich tot 6 compacte parkeerdekken (inclusief het maaiveld). Hierdoor bevindt de bovenste vloer zich op 20.85m boven het maaiveld. Dit gebouw bevindt zich tussen de woonwijk en de autosnelweg. De impact van het gebouw zal dus eerder positief zijn in functie van geluidsdemping. Ook naar zicht toe heeft men getracht om steeds de maximale afstand te bewaren tot de woonhuizen, vandaar dat de brandweg tussen het gebouw en de wijk geplaatst is;
    • door deze afstanden en de concrete inplanting te bewaken kan men dus zeker stellen dat de uitvoering van dit gebouw slechts een geringe ruimtelijk impact heeft;
  • er is altijd de mogelijkheid om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken, waardoor er geen afwijking meer zou moeten aangevraagd worden. Dit heeft echter in dit geval geen meerwaarde, want:
    • de inplanting van dit gebouw past in de voorzieningen binnen het GRUP Grootstedelijk gebied Antwerpen;
    • het opmaken van een RUP zou dan ook geen andere resultaten opleveren.

Projectvergaderingen worden nu – binnen de bestaande procedure van stedenbouwkundige vergunningen – in de regel door de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren bijgewoond. De dienst mobiliteit stelt dan ook voor om de projectvergaderingen te laten bijwonen door de gemeentelijke omgevingsambtenaren. De dienst mobiliteit stelt voor hen te laten vergezellen door de betrokken schepenen of hun afgevaardigden. Samen zullen ze - zoals gevraagd door het Vlaamse Gewest - het standpunt van het college dat hierboven gesteld is, behartigen.

Gezien de stad Antwerpen mede investeerder is voor het project op grondgebied Wommelgem stelt de dienst mobiliteit voor dat ook deze projectvergadering wordt bijgewoond door de stad of haar afgevaardigde. Gezien dit niet op het grondgebied van de stad Antwerpen gelegen is, is er geen gemeentelijk omgevingsambtenaar bevoegd. De dienst mobiliteit stelt voor om de stad Antwerpen op deze vergadering te laten vertegenwoordigen door de betrokken schepenen of hun afgevaardigden.

Juridische grond

De modaliteiten omtrent het houden van een projectvergadering worden bepaald in artikel 8 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en artikel 6 van het uitvoeringsbesluit bij het decreet omgevingsvergunning.

Aanleiding en context

De Vlaamse Overheid organiseert binnen de procedure van het Omgevingsvergunningsdecreet (OVD) en haar uitvoeringsbesluiten projectvergaderingen omtrent parkeergebouwen te Merksem, Wommelgem en aan de Noordersingel. Op een projectvergadering worden nog geen definitieve beslissingen genomen. Het zijn dan ook eerder, zij het formele, voorbesprekingen over projecten met een mogelijk aanzienlijke impact. De projectvergaderingen zullen doorgaan op 31 augustus 2017. 

Overeenkomstig artikel 8 van het omgevingsvergunningenbesluit wordt de stad voor de parkeergebouwen te Merksem en aan de Noordersingel als adviesinstantie verzocht om uiterlijk op de projectvergadering haar advies over de projecten te geven. Gelet op het belang van de projecten en de meerwaarde van de projectvergadering als formele procedure, vraagt de Vlaamse Overheid dan ook de aanwezigheid van een gemandateerd vertegenwoordiger van de stad. 

Er zijn voorlopig nog geen afspraken gemaakt over wie van de stad welke taken zal uitvoeren binnen de nieuwe procedure van het OVD. 

De stad Antwerpen heeft een koepelovereenkomst met de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) gesloten - onder andere voor de parkeergebouwen in Merksem en Wommelgem - waarin afgesproken is dat de stad een investeringstoelage aan BAM zal betalen om de kwaliteit van de parkeergebouwen te ondersteunen. 

Tussen BAM nv en de stad Antwerpen werd een overeenkomst afgesloten omtrent het recht van opstal voor het oprichten van een parkeergebouw op gronden aan de Noordersingel die in eigendom zijn van de stad.

Beleidsdoelstellingen

3 - Mobiele stad
1SMB04 - Het Masterplan 2020 verhoogt de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in en rondom Antwerpen
1SMB0402 - Begeleiding, planning en regie garanderen een kwalitatieve, gebiedsgerichte en geïntegreerde aanpak van de infrastructuurprojecten van het Masterplan 2020
1SMB040206 - Flankerende maatregelen in het kader van Masterplan 2020

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college volgt de argumentatie van BAM en ondersteunt de vergunbaarheid van het project aan de Noordersingel en ondersteunt de vraag om een afwijking toe te staan voor de projecten te Merksem en Wommelgem en Noordersingel.

Artikel 2

Het college beslist om de betrokken gemeentelijk omgevingsambtenaar af te vaardigen om deel te nemen aan de projectvergaderingen omtrent de parkeergebouwen van Merksem en Noordersingel. De gemeentelijk omgevingsambtenaar zal hierbij vergezeld worden door de betrokken schepenen of hun afgevaardigden. Samen zijn ze gemandateerd om het standpunt van het college te verdedigen.

Artikel 3

Het college beslist om als mede investeerder deel te nemen aan de projectvergadering omtrent het parkeergebouw te Wommelgem en vaardigt hiervoor de betrokken schepenen of hun afgevaardigden af. Deze zijn gemandateerd om het standpunt van het college te verdedigen.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.