Terug

2017_CBS_02251 - Plan-MER RUP 'Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok' district Antwerpen. Kennisgevingsnota plan-MER - Plan-MER - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 10/03/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Caroline Bastiaens, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_02251 - Plan-MER RUP 'Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok' district Antwerpen. Kennisgevingsnota plan-MER - Plan-MER - Goedkeuring 2017_CBS_02251 - Plan-MER RUP 'Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok' district Antwerpen. Kennisgevingsnota plan-MER - Plan-MER - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Het plangebied is gelegen op het grondgebied van de stad Antwerpen, meer bepaald in de Damwijk, een gebied dat zich aan de vooravond van een grondige transformatie bevindt. Naast een herontwikkeling van de site van het voormalig slachthuis en omgeving, zal ook de aanwezige infrastructuur in en rond het gebied, met name in het kader van de geplande Oosterweelverbinding maar ook de heraanleg van de IJzerlaan en de Slachthuislaan, grondig wijzigen.

Door de definitieve sluiting van het stedelijk slachthuis in de Damwijk is de huidige bestemming van de Slachthuissite achterhaald. Het gewestplan voorziet 'gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut', het bijzonder plan van aanleg (BPA) voorziet 'groothandelsactiviteit'. Vandaag ligt de site er grotendeels ongebruikt bij. Een kwalitatieve herontwikkeling van deze site zou een enorme impuls voor de gehele wijk betekenen.

Tegelijkertijd vraagt een herontwikkeling van de Slachthuissite ook een toekomstvisie van de aanpalende zone Noordschippersdok (gewestplan: parkgebied en gebied voor dagrecreatie). De toekomstige invulling van de kade Lobroekdok (gewestplan: gebied voor ambachtelijke bedrijven en voor kleine en middelgrote ondernemingen) zal tot slot ook mee bepalen wat er zich aan de overzijde van de Slachthuislaan ontwikkelt en hoe de relatie van de buurt met het Lobroekdok kan gelegd worden.

De stad Antwerpen heeft al geruime tijd de ambitie om dit gehele gebied Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok te gaan herontwikkelen tot een gemengd, kwalitatief en ontsluitbaar project met hoofdbestemming wonen, verweven met diensten, recreatie en bedrijvigheid. Daartoe werd beslist de opmaak van een masterplan op te starten, dit op basis van de door het college op 6 februari 2015 (jaarnummer 1048) goedgekeurde projectdefinitie waarin de ambitie, doelstellingen, randvoorwaarden en programma van eisen voor de herontwikkeling van het gebied werd geformuleerd.

Op 23 september 2016 (jaarnummer 8171) keurde het college het voorontwerp masterplan Slachthuisite-Noordschippersdok-Lobroekdok goed. Met de goedkeuring van het voorontwerp zijn de grote krachtlijnen van het masterplan uitgeklaard. Parallel met de opmaak van het definitief masterplan kan ook reeds gestart worden met de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) dat de bestemmingen moet vastleggen waarbinnen de voorgenomen herontwikkeling mogelijk is. De huidige planologische bestemmingen in het gewestplan en BPA 'Stedelijk Slachthuis en omgeving' laten de toekomstige functies immers niet toe.

De geplande functies maken het RUP 'Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok' tot een van rechtswege plan-MER-plichtig stadsontwikkelingsproject volgens Bijlage ll van het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid, categorie 10b. Het directiecomité van AG VESPA besliste op 14 december 2015 om de opmaak van het plan-MER RUP 'Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok' te gunnen aan Antea Group binnen het raamcontract GAC/2011/972 (college 6 juli 2012). 

Argumentatie

Milieueffectrapportage (kortweg m.e.r.) is een juridisch-administratieve procedure waarbij, voordat een activiteit of ingreep plaatsvindt, de milieugevolgen worden bestudeerd, besproken en geëvalueerd. Via het milieuonderzoek wordt getracht om de voor het milieu mogelijk negatieve effecten in een vroeg stadium van de besluitvorming te kennen zodat ze kunnen worden voorkomen of gemilderd. Op die wijze kan het voorliggend project of plan worden bijgestuurd. Het milieueffectrapport vormt bijgevolg een belangrijk instrument in de besluitvorming. Het is een belangrijk hulpmiddel voor de overheid om te beslissen of een bepaald project of plan toegelaten of vergund zal worden en onder welke voorwaarden.

Het in opmaak zijnde masterplan Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok heeft reeds een heel proces van ontwerpend onderzoek en terugkoppeling doorlopen. Dit proces, op hoofdlijnen beschreven in de kennisgevingsnota, heeft geleid tot een plankaart (januari 2017) waarin rekening is gehouden met diverse adviezen en voorstudies, en zal als basis dienen voor de effectbeoordeling in het plan-MER.

De hoofdstructuur van het plan wordt gevormd door nieuwe openbare ruimte en belangrijke verbindingsroutes in samenhang met aangrenzende bebouwing en functies. Belangrijke onderdelen van dit publieke raamwerk op buurtniveau zijn de Kalverwei als nieuw centraal park in de buurt, het Lobroekplein, het Hallenplein, het Kalverpad en het kadepark op de Lobroekkade. Deze parken en pleinen zijn onderling met elkaar verbonden. Het nieuw raamwerk geeft de buurt een groen en publiek karakter. Bovendien is het ontworpen om de buurt goed te verbinden met bestaande en toekomstige publieke ruimtes in de omgeving, zoals Park Spoor Noord, Spoor Oost, fietsbrug over Albertkanaal, een eventueel park op de overkapping van de Ring, en draagt het ook bij aan een verbeterde waterhuishouding voor de gehele buurt.

In de invulling van de bouwvelden behoudt het plan het gemengd woon-werkkarakter van de Damwijk, dit in combinatie met een voorzieningenprogramma op maat van de wijk. Er zijn vijf duidelijk te onderscheiden bouwvelden, met onderstaand indicatief programma volgens voorontwerp masterplan van september 2016:

  1. fronten op het Noordschippersdok: voornamelijk residentieel programma in diverse woningtypologieën, met eventueel verhuurbare (werk)ruimte in de plint alsook enkele buurtvoorzieningen;
  2. de Kalverweibuurt tussen Kalverwei en hallen: gemengd woon-werk-programma (atelierwoningen, gewone woningen, kleine bedrijvigheid, handelszaken, kleinere kantoren) met nadruk op wonen in diverse typologieën;
  3. Slachthuishallen en nabije omgeving: de Slachthuishallen zijn deels te behouden, deels te vervangen, en worden ingevuld met het accent op werken, aangevuld met onderwijs en kinderopvang, handel, kleinere kantoren, en (zorg)wonen. Tussen de hallen en de Lange Lobroekstraat wordt voorgesteld een woonzorgcentrum in te planten met zicht op Hallenplein en Lobroekplein;
  4. afwerking van de Marbaixwijk met nieuwe bebouwing achter Ceulemansstraat, voornamelijk met grondgebonden woningen;
  5. Lobroekkade: voornamelijk werken (met wonen of kantoren in nevenfunctie) in het zuidoostelijk deel, wonen in centraal deel ter hoogte van Kalverwei, en invulling van het noordwestelijk deel met het kadepark met groen, recreatie en jeugd- en buurtsportinfrastructuur.

Het plan-MER RUP ‘Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok’ onderzoekt de milieueffecten van het plan met bovenstaand programma.

Ook zal het plan-MER RUP ‘Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok’ de geschiktheid van het plangebied voor de geplande functies nagaan. In dit plan-MER is het van belang, meer dan de effecten van het plan zelf op het geluidsdrukniveau en luchtkwaliteit in haar omgeving, de effecten van het omgevingsgeluid en verkeersemissies op het plangebied te kunnen evalueren. Gezien de nabijheid van enkele belangrijke weginfrastructuren zal het gebied immers sterk beïnvloed worden door het geluid en de emissies van het verkeer in de omgeving, vooral van de Antwerpse Ring R1 en de Slachthuislaan. Voor R1 voorziet het Oosterweelproject van de Vlaamse overheid ter hoogte van het plangebied in de afbraak van het huidig viaduct van Merksem en de vervanging ervan door een open sleuf waarop de Oosterweeltunnels aansluiten. Inspelend op het parallel lopend werk van de door de Vlaamse regering aangestelde intendant die het onderzoek en overleg coördineert voor leefbaarheidsmaatregelen in de ringzone, worden in het kader van het in opmaak zijnde project-MER Oosterweelverbinding ook varianten onderzocht waarbij de R1 ter hoogte van het plangebied overkapt zou worden. In het plan-MER RUP ‘Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok’ zal in de disciplines mobiliteit, geluid en lucht de geplande toestand dus niet alleen beschouwd worden met de huidige weginfrastructuur van R1 maar ook met de toestand na herinrichting van de R1 ter hoogte van het plangebied en dat in de twee hiervoor vermelde uitvoeringsvarianten (open sleuf en overkapping met opening). Tevens wordt in functie van de fasering van de ontwikkeling van het plangebied Slachthuisssite-Noordschippersdok-Lobroekdok niet alleen de situatie in 2020 bekeken, maar wordt ook een doorkijk naar de referentiejaren 2025 en 2030 voorzien.

De eerste stap in de opmaak van het plan-MER RUP 'Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok' is de opmaak van een kennisgevingsnota. In deze nota geven de MER-deskundigen aan welke onderzoeken zij noodzakelijk achten om de milieueffecten van een plan te kunnen inschatten. De doelstellingen van deze kennisgeving zijn de volgende:

  • verschaffen van voldoende informatie omtrent het plan en de te bestuderen effecten zodat de burger en de administraties (tijdens de terinzagelegging) kunnen nagaan wat er zal bestudeerd worden en of de geplande MER-studie de te verwachten effecten voldoende zal bestuderen;
  • voldoende duidelijk aangeven wat de intenties van de MER-studie zijn (welke effecten zullen bestudeerd worden en op welke manier?), zodat de kennisgeving bij de beoordeling kan gebruikt worden als controlemiddel (zijn alle effecten wel degelijk bestudeerd en beschreven zoals aangegeven in de kennisgevingsnota en dit volgens de voorgestelde methodologie?).

Het doel van de terinzagelegging van de kennisgevingsnota is ten eerste om de betrokken huidige eigenaars en gebruikers van het plangebied en de inwoners van de stad op de hoogte te stellen van het voorgenomen plan en haar mogelijke gevolgen op de omgeving. Ten tweede is het de bedoeling om concrete, zinvolle reacties uit te lokken waarmee de dienst MER rekening kan houden bij de opmaak van richtlijnen.

Juridische grond

Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.

Fasering

Procedure voor de opmaak van het plan-MER RUP 'Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok' (volgens decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid):

  • opmaak kennisgevingsnota;
  • volledigverklaring van kennisgevingsnota;
  • terinzagelegging gedurende 30 dagen in de stad Antwerpen. Mogelijkheid tot opmerkingen en aanvullingen;
  • bundeling (door de dienst MER) van eventuele vragen en opmerkingen geformuleerd tijdens het ter inzage leggen;
  • bespreking in een overlegvergadering van de kennisgevingsnota en van eventueel geformuleerde inspraakreacties en adviezen met de bevoegde administraties, de erkende MER-deskundigen en de initiatiefnemer;
  • opstellen van richtlijnen door de dienst MER. Deze hebben betrekking op de inhoudsafbakening van het MER. De ontvangen inspraakreacties en adviezen worden hierin meegenomen. De dienst MER maakt binnen de 20 dagen na het beëindigen van de terinzagelegging (termijn van orde) een verslag op dat de richtlijnen voor het MER bevat; deze richtlijnen zijn een openbaar document en elke burger kan ze bij de stad opvragen;
  • opmaken van een ontwerp-MER door de deskundigen, rekening houdend met de richtlijnen;
  • bespreking van het ontwerp-MER met de bevoegde administraties, de erkende MER-deskundigen en de initiatiefnemer;
  • opmaken van het definitief MER rekening houdend met de opmerkingen op het ontwerprapport geformuleerd tijdens de ontwerptekstbespreking;
  • goedkeuringsonderzoek door de dienst Mer. De dienst Mer beslist binnen een termijn van vijftig dagen (termijn van orde) na ontvangst van het plan-MER over de goed- of afkeuring ervan. Het definitief plan-MER maakt deel uit van het RUP en volgt verder dezelfde procedure als het RUP.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de kennisgevingsnota van het plan-MER RUP 'Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok' goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.