Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd. Het college volgt niet de beoordeling van de GSA om de vergunning te weigeren. Dit argumenteert ze als volgt:
Betreffende de regels opgenomen in de bouwcode:
- art. 38 : plat dak van het bijgebouw wordt niet voorzien als een groendak; De vaststelling dat er geen groendaken voorzien zijn, is correct, doch is dit geen reden tot weigering aangezien dit via een voorwaarde opgelegd kan worden;
- art. 12: geen levendige plint aanwezig: Dit is ook correct echter dient het voorgestelde ontwerp steeds bekeken te worden in de bebouwingswijze van de straat. Hier is vast te stellen dat het recent opgetrokken gebouw aan de rechterzijde een gelijkaardige gevelopbouw met garage en voordeur kent. Bijkomend heeft men ervoor geopteerd om de inkomzone maximaal transparant te bouwen. Naast de glazen deur is er ook een glazen paneel dat maximaal inkijk vanuit de straat verschaft. Om de levendigheid te bekomen dient er dus zeker transparant glas voorzien te worden;
- art. 21: slaapkamers in de dakverdieping hebben onvoldoende vrije hoogte: deze vaststelling is correct.
- De slaapkamer aan de voorzijde zal conform. art 24 opgelegd worden om als berging te gebruiken. Deze moet minimaal 2.20m hoog zijn volgens de bouwcode. Dit voldoet dus
- De slaapkamer aan de achterzijde moet met een verhoogde dakkapel voorzien worden. De plafondhoogte van 2.30 moet opgetrokken worden naar 2.60.
- art. 24: slaapkamer vooraan in de dakverdieping heeft onvoldoende inval van licht en lucht: Deze vaststelling is correct. De functie slaapkamer wordt omgevormd naar berging. Gelet op de bruikbaarheid als gezinswoning is het aangewezen deze ruimte ook te voorzien van een voldoende hoge dakkapel. Dit zal in een volgende bouwaanvraag beoordeeld moeten worden aan de geldende voorschriften.
- art. 43: er is geen septische put voorzien: De plannen voorzien inderdaad geen septische put. Gelet op de vormgeving van het perceel, de voor en achtertuin, is het mogelijk een septische put te voorzien.
- art 17: De tuinzones worden maximaal groen ingetekend. Aan de achterzijde zijn reeds grote bomen aanwezig op het achterliggende perceel. Dit geeft een mooi en waardevol groenbeeld aan het binnengebied. Aan de straatzijde zijn de voortuinen vooral voorzien van verharding en lage beplanting. In deze is het aan te raden een hoogstammige boom, van 2de grote orde te voorzien in de voortuin.
De voorziene verharding in voor- en achtertuin zijn acceptabel gelet op de resterende groene tuinzone die overblijft. In deze mag er niet meer verhard worden dan voorzien op het inplantingsplan.
Betreffende de regels opgenomen in de verkavelingsvergunning:
- Art 2: Bouwhoogte bijgebouw moet 3m zijn: In de aanvraag lijnt de bouwheer zijn bijgebouw uitop het recent gebouwde bijgebouw van de rechterbuur. Deze is iets hoger uitgevoerd van 3m. Om de harmonie en continuering van de gevellijn en volumewerking te eerbiedigen, is het aangewezen dat deze aanvraag zijn bijgebouw naar hoogte afstemt op de buur, afwijkend dus van de max hoogte van 3m.
- Art 2: kleur dakpannen: De recent vergunde woning links van deze aanvraag is tevens vergund met een voorwaarde om rode daken te voorzien. Om de harmonie maximaal te bekomen word dit ook in deze aanvraag opgelegd.
- Art 2: zadeldaken dienen aansluitend te zijn met de aanpalende buur links: Dergelijke ambitie is via eenvoudige voorwaarde op te leggen. Op de bouwplannen staat aangegeven dat ze de gabaritlijn van het zadeldak van de buur exact gaan volgen. Echter is er verwarring binnen zowel het onzorgvuldig opgemaakt verkavelingsplan en voorgaande vergunnen inzake de nokhoogtes en dakhellingen. In deze primeert de gebouwde realiteit van het naburige panden links van dit perceel. Hierop dient aangesloten te worden.
De parkeerparagraaf dient aangepast te worden aangezien de garagepoort hierboven , met aanvullende argumentatie, vergunbaar geacht is.
Aan te passen in de paragraaf:
“Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats.
De aanvraag omvat een nieuwbouwwoning, volgens artikel 30 dient hiervoor een parkeerbehoefte van 1/woning te worden voorzien.
De plannen voorzien in 1 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1.
De bouwplannen voorzien een inpandige garage die conform de afmetingen van de bouwcode is. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaats.”