Samenstelling en uitbouw van het samenwerkingsverband
Eén partner, de kernpartner, neemt het voortouw.
Die kernpartner kan een voorziening zijn die behoort tot het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp en die een rechtstreeks toegankelijk aanbod heeft, een Huis van het Kind of een lokaal bestuur. De kernpartner fungeert als hét aanspreekpunt voor de overheid bij de ontwikkeling van een samenwerkingsverband. De kernpartner coördineert de totstandkoming ervan en volgt de evoluties en de resultaten, via monitoring ervan, op. Hij doet dat evenwel niet alleen. De Vlaamse overheid ondersteunt en faciliteert dat proces met een projectteam.
Er worden 15 samenwerkingsverbanden opgericht, gespreid over de 5 provincies en Brussel, en wel volgens volgende, op het inwonersaantal gebaseerde verdeling:
|
Antwerpen |
4 |
|
Limburg |
2 |
|
Oost-Vlaanderen |
3 |
|
Vlaams-Brabant en Brussel |
3 |
|
West-Vlaanderen |
3 |
Concreet voor de provincie Antwerpen gaat dit over de regio Mechelen, de regio Turnhout, de periferie rond de stad Antwerpen en (een deel van de) stad Antwerpen zelf.
Voorstel van het samenwerkingsverband en indienings-, advies- en beslissingsprocedure
Het voorstel dat door de kernpartner namens de actoren in het samenwerkingsverband wordt ingediend, bevat finaal in elk geval volgende elementen:
een overzicht van de deelnemende partners, de regioafbakening en een globale omschrijving van de beoogde uitbreiding en aanpak om de engagementen te realiseren;
een gedetailleerd voorstel tot uitbreiding van aanbod, per actor vertaald tot op het niveau van typemodules indien mogelijk;
het concrete afsprakenkader dat de engagementen garandeert zoals hiervoor omschreven onder de noemer ‘Een duidelijk engagement’;
de wijze waarop de coördinatie in het samenwerkingsverband uitgewerkt wordt, alsook hoe opvolging, monitoring, evaluatie en bijsturing worden georganiseerd.
De indienings – en toekenningsprocedure verloopt in twee stappen:
Proces
Uitgangspunten van het samenwerkingsverband
1. Mogelijkheid onderzoeken of het centraliseren van aanmeldingen relevant en efficiënt is, afstemming op dossierniveau om overlap in opvolging door partners uit Brede Instap en het voorveld voor één cliënt te voorkomen.
2. Snelle opstart van een kort, intensief traject waarbij de focus wordt gelegd op vraagverheldering en analyse (gezins)situatie. Indien gewenst start een begeleiding vanuit een krachtgerichte visie en netwerkversterking rond de cliënt zodat een warme overdracht naar vervolghulp of traject kan plaatsvinden.
3. Methodieken worden uitgewerkt, vertrekkende vanuit best practice voorbeelden uit bestaande samenwerkingsverbanden.
4. Specifieke aandacht voor outreachend werken, continuïteit binnen hulpverlening en de rol van een aanspreekpunt.
5. Het optimaal benutten van de verschillende expertises om in het gezin de best mogelijke resultaten te bereiken.
Beoogde uitbreiding
Het samenwerkingsverband heeft als ambitie om minstens 300 gezinnen met kinderen van 0-18 jaar te begeleiden in de afgebakende regio. De focus ligt op het maken van een combinatie van sterke modellen zoals gezinscoaches 0-3 jaar, maar zeker ook andere modellen die nu al bestaan zoals CMP onderwijs, ondersteuningsnetwerk onderwijs_welzijn, ketenaanpak CO3, infopunt contextbegeleiding of modules PHO (positieve heroriëntering). Het model moet generalistisch en outreachend werken mogelijk maken, waarbij expertise aangewend wordt om de meest gepaste vorm van aanbod aan te reiken op basis van een vraaggerichte werking. Daarnaast moet snelle doorverwijzing naar bijvoorbeeld contextbegeleiding of een CKG actief opgenomen worden in het project.
Het samenwerkingsverband wil, vanuit de noodzaak ervaren door cliënten en binnen de Brede Instap en basisvoorzieingen enerzijds en Integrale Jeugdhulp + haar partners anderzijds, een brug creëren om sneller en op maat een antwoord te bieden aan de ondersteuningsbehoeften van cliënten.
Het gaat dus over de onmiskenbare complementariteit tussen de Brede Instap/basisvoorzieningen/voorveld enerzijds en Jeugdhulp anderzijds.
Brede Instap en het voorveld bereiken cliënten op een laagdrempelige manier, via een niet-probleemgebonden benadering en capteren via diverse kanalen jeugdhulpvragen. Het is cruciaal dat deze partners snel en naadloos kunnen schakelen naar jeugdhulp. Maar ook vice versa moet jeugdhulp linken kunnen leggen met dit voorveld om gezinnen met zorg te laten uitstromen uit jeugdhulp.
Dit samenwerkingsverband kan vorm krijgen dankzij een breed partnerschap, gedragenheid en engagement binnen de sectoren zodat dit partnerschap een antwoord biedt op de omschreven uitdagingen.
Op 20 juli 2017 lanceerde de Vlaamse overheid, bij monde van Minister Jo Van Deurzen, een oproep om in te tekenen op het ontwikkelen van de versterking van de rechtstreeks toegankelijke hulpverlening volgens het principe: één gezin, één plan.
Met deze oproep wordt 15 miljoen euro, 7 miljoen euro in 2018 en 8 miljoen euro in 2019 ter beschikking gesteld voor de uitbreiding van de rechtstreeks toegankelijke hulp. De focus ligt op snelle inzetbaarheid van het aanbod, afgestemd in een zeer operationeel samenwerkingsverband.
Finaliteit van de oproep is dat:
Er wordt expliciet gevraagd om hiervoor een samenwerkingsverband op te richten.
Het college keurt de kandidaatstelling en de daarbijhorende intentieverklaring voor de oproep 'één gezin, één plan', goed.