MUSEUMSTICHTING
Gelet op de collegiale brief van 8 september 2017 (jaarnummer 7888) aan Minister Homans over de mogelijkheid tot het ter beschikking stellen van contractuele personeelsleden aan de Museumstichting en gelet op het antwoord van Vlaams minister Homans op deze brief wil de stad Antwerpen voor de Museumstichting nog het volgende meedelen/benadrukken:
1. Bereidheid om in de toekomst als bevoegd gezag op te treden
De stad Antwerpen was, is en blijft bereid om in de toekomst als bevoegd gezag voor de huidige provinciale musea op te treden onder de voorwaarden van punt 6 of punt 7. Het is daarbij ook de overtuiging van de stad dat een voldoende vorm van autonomie de museale werking zonder meer ten goede komt.
2. Verevening
De stad Antwerpen gaat er vanuit dat de middelen vanuit de verevening van de provinciale musea aan de stad worden overgemaakt.
3. Publiekrechtelijk karakter
In maart 2016 kwamen stad en provincie daarvoor de uitgangspunten overeen; in september 2016 keurden beide besturen de verdere uitwerking van de stichting goed, onder voorbehoud van het verkrijgen van een publiekrechtelijk karakter, o.a. om een degelijke oplossing voor de personeelsleden te bekomen.
Dit publiekrechtelijk karakter bleek onhaalbaar en de provincie liet unilateraal het overeengekomen voorbehoud vallen.
De stad heeft tot op heden de door de provincie aangepaste statuten nog niet goedgekeurd en het voorbehoud niet opgeheven.
De stad Antwerpen is bereid om het voorbehoud van publiekrechterlijk karakter te schrappen en de statuten van de Museumstichting goed te keuren wanneer de provincie akkoord gaat met de voorwaarden onder punt 6.
4. Delegatie
Ondertussen is de Museumstichting opgericht, werd tot verregaande delegaties beslist en heeft de provincie de personeelsleden in de stichting ondergebracht met ingang van 1 oktober 2017.
5. Ambtshalve overdracht van het personeel met ingang van 1 oktober 2017
De provincie gaat uit van een ambtshalve overdracht van het personeel naar de stichting op grond van enerzijds het afslankingsdecreet en anderzijds de besluitvorming van de provincieraad.
De ambtshalve overdracht gaat volgens de stad niet op en is niet correct omwille van volgende redenen:
In de hiërarchie der normen staat het afslankingsdecreet boven de provincieraadsbeslissingen.
Bovendien haalt een extern juridisch advies ook aan dat er geen sprake is van een ambtshalve overdracht in de zin van de Europese richtlijn “2001/23/EG Overdracht van Ondernemingen”. De overdracht van het personeel en de overdracht van de activa worden immers opgedeeld en in tijd gespreid wat in principe de toepassing van de Europese richtlijn uitsluit.
Hierdoor is er geen juridische grond om de overdracht van het personeel met ingang van 1 oktober 2017 te beschouwen als een ambtshalve overdracht.
6. De piste van een stichting, met als voorwaarde duidelijke krijtlijnen voor personeel, financiën en (samen)werking
Om een toekomstige goede samenwerking te bewerkstelligen zijn deze krijtlijnen essentieel voor de stad. De stad hanteert hierbij volgende uitgangspunten:
a) Verlof voor opdracht voor het contractueel personeel
De stad stelt uitdrukkelijk dat voor het contractueel personeel de piste van ABB dient te worden gevolgd, met name “het verlof voor opdracht”.
Dit lijkt voor de stad geen probleem, gezien de provincie daarvoor enkel de tewerkstelling in de stichting dient “terug te draaien” maar dat is relatief gezien onze twijfels bij deze beslissing (cfr. hierboven punt 5), gezien arbeidsvoorwaarden nog niet werden goedgekeurd, gezien nieuwe arbeidscontracten nog niet werden getekend en de stichting, als werkgever, nog niets heeft uitbetaald aan de personeelsleden.
De provincieraad moet enkel haar besluit voor de overdracht van het personeel met ingang van 1 oktober 2017 intrekken. De provincie zorgt er o.m. voor dat DIMONA-aangifte bij de provincie gebeuren en de uitbetalingen van de lonen voor de maand oktober eind oktober door de provincie gebeuren.
Ook voor de toekomstige personeelsleden van de Museumstichting is het uitgangspunt om deze personeelsleden een verlof voor opdracht toe te kennen. Dit impliceert dat de stad Antwerpen op vraag van en met actieve betrokkenheid van de Museumstichting, de selectieprocedure zal voeren conform de aanwervingsvoorwaarden van de stad Antwerpen.
b) De Financiën
De stad zal de exacte dotatie voor de Museumstichting bepalen. Zij zal zich daarvoor baseren op de middelen die Vlaanderen haar daarvoor ter beschikking stelt en op haar vraag door minister Gatz werden verduidelijkt. De stad zal in haar begroting 2018 een voorlopige dotatie bepalen, waarin ook rekening wordt gehouden met eigenaars- en huurdersonderhoud, alsook aspecten van overhead en onderhandelingen over de pensioenlast. Uitgangspunt van de stad is continuïteit van de museale werking binnen de daarvoor beschikbare middelen.
c) Arbeidsvoorwaarden Museumstichting
Conform het advies van ABB verwacht de stad dat de Museumstichting maximaal de arbeidsvoorwaarden van de rechtspositieregeling van de stad Antwerpen toepast en meer in het bijzonder voor volgende onderwerpen:
Deze uitgangspunten van de stad werken ook een ongelijkheid weg tussen de personeelsstatuten van toepassing op het statutair en het contractueel personeel. Het statutair personeel kan enkel ter beschikking gesteld worden aan de Museumstichting met als gevolg dat de arbeidsvoorwaarden van de stad Antwerpen van toepassing zijn.
Daarnaast is vanuit de stad ook het uitgangspunt om de nachtvergoeding voor het contractueel personeel de regeling van de arbeidswetgeving en PC 329.01 toe te passen. In de particuliere sector is de nachtvergoeding van toepassing vanaf 20:00 uur en bedraagt deze 20% van het uurloon. Dit terwijl in de lokale sector, conform het BVR RPR, de nachtvergoeding 25% van het uurloon bedraagt en van toepassing is tussen 22:00-06:00 uur. Momenteel is het voorstel van de provincie om een nachtvergoeding van 25% voor de contractuele personeelsleden toe te kennen van 20:00-06:00 uur. Dit zal in de toekomst voor het statutair personeel overkomen als ongerechtvaardigd, daarom is het beter om in de Museumstichting de wettelijke regeling te voorzien namelijk een nachtvergoeding van 20% tussen 20:00-06:00 uur en eventuele uitsluitingen te voorzien voor bepaalde categorieën conform de wettelijke regeling.
d) (Samen)werking
De stad zal ook een samenwerkingsovereenkomst afsluiten met de museumstichting binnen de krijtlijnen van het Gemeentedecreet en overeenkomstig de afspraken in het charter van groepsbrede samenwerking zoals goedgekeurd door het college op 26 september 2014 (jaarnummer 9727). Dit groepscharter is de basis voor samenwerking binnen de groep Antwerpen, waartoe ook de museumstichting vanaf 2018 haar plek zal innemen in deze laatste piste.
Naast de erkenning van de democratische spelregels (het primaat van de politiek, de beginselen van behoorlijk bestuur e.d.m.), zijn in dit charter principes voor samenwerking vastgelegd zoals onder meer wederkerigheid, transparantie, éénmerkstrategie en samenwerkingen met derden.
7. De piste van een autonoom gemeentebedrijf
Deze piste werd tijdens het overleg op het kabinet van minister Gatz op 11 oktober 2017 in eerste instantie niet weerhouden, omdat ervan werd uitgegaan dat een autonoom gemeentebedrijf niet meer zou kunnen opgericht worden een jaar voor de verkiezingen. Dit blijkt echter juridisch nog wel mogelijk te zijn, waardoor het voor de stad een valabele piste blijft.
Overeenkomstig artikel 227 van het Gemeentedecreet kan namelijk de beslissing tot oprichting van of deelname in een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap niet worden genomen in de loop van een periode van twaalf maanden voor de datum van de volledige vernieuwing van de gemeenteraden. Dit betekent voor de stad dat de oprichtingsbeslissing door de gemeenteraad dus moet genomen worden vòòr begin januari 2018. De stad meent dat het hierbij niet vereist is dat ook de goedkeuring door de toezichthoudende overheid nog voor begin januari 2018 moet gebeuren.
De stichting op provinciaal vlak is reeds opgericht. Indien de stad en de provincie alsnog zou opteren voor een AG, dan zou het aangewezen zijn dat de stad een nieuw AG opricht tegen 1 januari 2018 en alle activiteiten van de provinciale stichting worden overgedragen aan het stedelijk AG. Nadien zal de stichting dan moeten vereffend worden.
8. Geen andere pistes
Andere pistes lijken de stad momenteel geen valabel alternatief; het gaat dan met name over een uitstel van de beslissing (kan enkel overwogen worden met sluitende afspraken over timing, traject en finaliteit van het uitstel) of een volledig private stichting, zonder een bevoegde overheid (sterke vragen bij wenselijkheid, ook al gezien profilering van de musea en de collectie).
ARENBERG
1. Bereidheid om in de toekomst als bevoegd gezag op te treden
Voor Arenberg lijken er geen onduidelijkheden meer te bestaan. De stad Antwerpen was, is en blijft bereid om in de toekomst als bevoegd gezag voor Arenberg op te treden. Het is daarbij ook onze overtuiging dat een voldoende vorm van autonomie de artistieke werking zonder meer ten goede komt.
2. Verevening
De stad Antwerpen gaat er dan ook vanuit dat de middelen vanuit de verevening van de provinciale musea aan de stad worden overgemaakt.
3. Artistieke werking
Momenteel loopt overleg om in functie van de continuïteit van de artistieke werking de werkwijzen van de vzw Antwerpen Kunstenstad doordacht aan te passen.
MUSEUMSTICHTING EN ARENBERG
1. Overgangsbepalingen personeel
De stad Antwerpen voorziet voor het statutair personeel van de Museumstichting en het contractueel- en statutair personeel enkel in volgende overgangsbepalingen.
a) Pensioencheque
De provincie voorziet voor hun personeelsleden bij pensionering een pensioencheque ten bedrag van 35 euro per gepresteerd jaar met een maximum van 875 euro. De provincie voorziet daarentegen geen functioneringstoelage voor hun personeelsleden. Uit individuele berekeningen bleek dat de (jaarlijkse) functioneringstoelage voordeliger is dan de eenmalige uitgekeerde pensioencheque. Maar dit is niet het geval voor de personeelsleden die in 2018 en in 2019 op (vervroegd) pensioen gaan. De stad Antwerpen voorziet daarom dat de personeelsleden, die overgekomen zijn van de provincie en die in 2018 of in 2019 op (vervroegd) pensioen gaan nog een pensioencheque toegekend krijgen onder de voorwaarden zoals bepaald bij de provincie i.p.v. bij de stad.
b) Afbouwende ziektekredietdagenteller
De statutaire personeelsleden in dienst bij de provincie voor 2009 hebben bij vaste benoeming een totaal van 666 ziektedagen als ziektekrediet toegekend gekregen die afgebouwd wordt bij ziekte. De stad Antwerpen zal de afbouwende ziektekredietdagen overnemen, want volgens het BVR RPR behouden deze personeelsleden, voorzien bij de invoering van het BVR RPR, de afbouwende ziektekredietdagen teller ten persoonlijke titel.
Bij de eerste volgende wijziging aan de rechtspositieregeling van de stad Antwerpen, zal de afbouwende ziektekredietdagenteller van deze personeelsleden ingeschreven worden bij de overgangsbepalingen.
2. Pensioenconventie
Voor de overname van de personeelsleden is het wenselijk dat de provincie en de stad een pensioenconventie afsluiten. Deze pensioenconventie moet uiterlijk tegen maart 2019 zijn ingediend bij de Pensioendienst.
Uit de contacten met de provincie blijkt dat voor zowel de stad als de provincie het uitgangspunt is dat een budget neutrale conventie wordt opgemaakt waarbij de extra responsabiliseringsbijdrage voor de stad door de overgenomen pensioenlast, overeenstemt met het aandeel responsibilisering dat door de provincie in het vereveningsbedrag is overgedragen.
3. 2de pensioenpijler
Voor de overgenomen personeelsleden van de provincie en/of de autonome provinciebedrijven zal de stad Antwerpen een 2de pensioenpijler voorzien onder de voorwaarden van de 2de pensioenpijler van de stad, zoals van toepassing op de andere personeelsleden van de stad Antwerpen en de Groep Antwerpen. Indien de Museumstichting wenst om alsnog een 2de pensioenpijler toe te kennen conform de modaliteiten van de 2de pensioenpijler van de provincie, kan de toekenning enkel binnen het (personeels)budget dat de stad Antwerpen voor de Museumstichting voorziet.
Naar aanleiding van het voornemen van de Vlaamse Regering om de taakstelling van de provincies te beperken en bevoegdheden over te dragen naar andere bestuursniveaus zijn de provincies vanaf 1 januari 2018 niet langer bevoegd voor de persoonsgebonden bevoegdheden, zoals Cultuur, Jeugd, Welzijn en Sport.
Op 9 november 2016 werd hiertoe het decreet betreffende de nieuwe taakstelling van de provincies goedgekeurd in het Vlaams Parlement.
De nieuwe taakstelling van de provinciën heeft tot gevolg dat het 'Autonoom provinciebedrijf (APB) Fotomuseum', het 'APB Modemuseum', het 'APB Museum voor Edelsmeedkunst, Juwelen en Diamant' (DIVA) en het 'APB Arenberg' onder gebracht worden onder de stad of een verzelfstandiging van de stad.
Het 'Autonoom provinciebedrijf (APB) Fotomuseum', het 'APB Modemuseum', het 'APB Museum voor Edelsmeedkunst, Juwelen en Diamant' (DIVA) werden ondergebracht in de Museumstichting SON.
'APB Arenberg' wordt ondergebracht bij de stad Antwerpen behalve de inhoudelijke en artistieke werking van de Arenbergschouwburg deze wordt ondergebracht binnen een afzonderlijke pijler bij de vzw Antwerpen Kunstenstad.
Het college is en blijft bereid om in de toekomst als bevoegd gezag voor de huidige provinciale musea (van de Museumstichting) op te treden onder volgende voorwaarden:
Het college is en blijft bereid om in de toekomst als bevoegd gezag voor Arenberg zoals bepaald in het collegebesluit van 15 september 2017 (jaarnummer 8096), waarbij de stad Antwerpen er vanuit gaat dat de middelen vanuit de verevening van de provinciale musea aan de stad worden overgemaakt.
Het college keurt voor het personeel dat overgenomen wordt vanuit de provincie of aan autonoom provinciebedrijf enkel volgende overgangsbepalingen van toepassing zijn:
Het college keurt goed dat een budget neutrale pensioenconventie voor zowel de stad als de provincie zal voorgelegd worden aan de gemeenteraad.
Het college beslist dat de stad Antwerpen voor de contractuele personeelsleden overgenomen vanuit de provincie en/of een autonoom provinciebedrijf enkel een 2depensioenpijler voorziet onder voorwaarden zoals van toepassing op de andere personeelsleden van de stad Antwerpen.