Terug

2017_CBS_08096 - Cultuur. Overheveling provinciale bevoegdheden naar stad Antwerpen - Beleidsnota minister Gatz - Krachtlijnen overname Arenbergschouwburg - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 15/09/2017 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_08096 - Cultuur. Overheveling provinciale bevoegdheden naar stad Antwerpen - Beleidsnota minister Gatz - Krachtlijnen overname Arenbergschouwburg - Goedkeuring 2017_CBS_08096 - Cultuur. Overheveling provinciale bevoegdheden naar stad Antwerpen - Beleidsnota minister Gatz - Krachtlijnen overname Arenbergschouwburg - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

In de voorbereidende werken van het afslankingsdecreet van 18 november 2016 (meer bepaald in een bijlage bij de memorie van toelichting) werd vermeld dat de Arenbergschouwburg zal worden overgeheveld naar de stad. In het decreet zelf staat dit niet vermeld.

In de beleidsnota van minister Gatz van 27 juni 2017 worden de beleidskeuzes voor de overdracht van de bevoegdheden cultuur en jeugd verder toegelicht. In zijn brief van 24 augustus 2017 wordt een budget daarvoor voorgesteld.

De nota somt onder meer de verschillende culturele instellingen op die worden overgeheveld naar de lokale overheid. In totaal betreft dit 11 instellingen, waaronder voor de stad Antwerpen de Arenbergschouwburg.

Het college neemt kennis van deze beleidsnota, en meer bepaald van de vermelding van de geplande overheveling van de Arenbergschouwburg naar de stad Antwerpen. Zij wenst deze overheveling alvast verdere invulling te geven.

Vereiste voorwaarden voor de overheveling van de Arenbergschouwburg naar de stad Antwerpen zijn:

  • overdracht van het patrimonium van de Arenbergschouwburg aan de stad Antwerpen;
  • verevening van alle middelen voor patrimonium, personeel en werking gerelateerd aan de Arenbergschouwburg;
  • behoud van de programmatie en de werking van het Openluchttheater Rivierenhof en ook de daar gegenereerde inkomsten onder de Arenbergschouwburg, zodat alle ontvangsten integraal ten goede blijven komen van de algemene werking van de Arenbergschouwburg.

Bij de overname zal de stad Antwerpen de bestaande werking van de Arenbergschouwburg behouden en de continuïteit (onder andere op inhoudelijk en artistiek vlak) verzekeren, inclusief de daarvoor noodzakelijke personele en financiële middelen.

Het patrimonium van de Arenbergschouwburg zal worden overgedragen aan de stad en beheerd worden door de stad. Het personeel zal stedelijk personeel worden volgens de principes van het decreet 'houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies', zoals goedgekeurd door het Vlaamse Parlement op 9 november 2016 en volgens de overnameprincipes van de rechtspositieregeling van de stad Antwerpen die op dat ogenblik gelden.

De inhoudelijke en artistieke werking van de Arenbergschouwburg zal een afzonderlijke pijler worden binnen de vzw Antwerpen Kunstenstad, met een specifiek budget via een toelage van de stad aan de vzw Antwerpen Kunstenstad. Het dagelijks beheer van dit budget gebeurt door de eindverantwoordelijke van de Arenbergschouwburg zodat binnen het wettelijke kader de ruimte en vrijheid wordt geboden om de continuïteit van de inhoudelijke en artistieke werking te garanderen, inclusief de mogelijkheid tot het aanwerven van tijdelijk personeel.

Er zal in onderling overleg een werkbaar kader worden uitgewerkt, waardoor de werking van de Arenbergschouwburg en de werkwijzes van de vzw Antwerpen Kunstenstad optimaal op mekaar worden afgestemd.  Tevens zullen de nodige overgangsbepalingen worden geformaliseerd en de afstemming met de stedelijke werking rond culturele stadsprojecten worden afgetoetst.

Juridische grond

  • Het regeerakkoord van de Vlaamse regering 2014-2019, waarin is overeengekomen dat de provincies niet langer voor de niet-grondgebonden bevoegdheden bevoegd zullen zijn;
  • Het decreet van 9 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies;
  • De beleidsnota ‘Beleidskeuzes in het kader van de overdracht bevoegdheden cultuur en jeugd van de provincies naar de Vlaamse overheid’ van minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel Sven Gatz van 27 juni 2017.

Aanleiding en context

Naar aanleiding van het voornemen van de Vlaamse Regering om de taakstelling van de provincies te beperken en bevoegdheden over te dragen naar andere bestuursniveaus zijn de provincies vanaf 1 januari 2018 niet langer bevoegd voor de persoonsgebonden bevoegdheden, zoals Cultuur, Jeugd, Welzijn en Sport.

Op 9 november 2016 werd hiertoe het decreet betreffende de nieuwe taakstelling van de provincies goedgekeurd in het Vlaams Parlement.

Om een duurzame overdracht te bereiken, wordt 2018-2019 een overgangsperiode waarin verschillende maatregelen voor cultuur en jeugd het waardevolle regionale culturele veld ondersteunen. Ondertussen worden de krachtlijnen van het regionaal cultuurdecreet uitgetekend tegen 1 januari 2020.

In de beleidsnota van 27 juni 2017 (“Beleidskeuzes in het kader van de overdracht bevoegdheden cultuur en jeugd van de provincies naar de Vlaamse overheid”) van de minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, Sven Gatz, wordt de overdracht van provinciale cultuur- en jeugdbevoegdheden verder uitgewerkt.

In de brief van 24 augustus 2017 van de minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, Sven Gatz, wordt het budget voor de overdracht aan de stad Antwerpen voorgesteld.

De bespreking van dit punt werd verdaagd in zitting van 7 juli 2017 (2017_CBS_06275).

Algemene financiële opmerkingen

De budgettaire gevolgen van deze principiële beslissing zullen budgetneutraal verwerkt worden in de aanpassing van het meerjarenplan 2014 - 2019 bij budgetopmaak 2018. 

Beleidsdoelstellingen

5 - Bruisende stad
1SBR02 - De kunsten en kunstenaars zijn de motor voor vernieuwing en creatie en zorgen mee dat Antwerpen één van de culturele hoofdsteden in Europa blijft

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de beleidsnota van minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, Sven Gatz, van 27 juni 2017 waarin vermeld wordt dat de Arenbergschouwburg wordt overgeheveld naar de stad Antwerpen.

Artikel 2

Het college keurt de overdracht van de Arenbergschouwburg principieel goed, waarbij zij bij de overname de bestaande werking zal behouden en de artistieke en inhoudelijke continuïteit zal verzekeren, inclusief de daarvoor noodzakelijke personele en financiële middelen, en dit onder de volgende voorwaarden:

  • overdracht van het patrimonium van de Arenbergschouwburg aan de stad Antwerpen;
  • verevening van alle middelen voor patrimonium, personeel en werking gerelateerd aan de Arenbergschouwburg;
  • behoud van de programmatie en de werking van het Openluchttheater Rivierenhof en ook de daar gegenereerde inkomsten onder de Arenbergschouwburg, zodat alle ontvangsten integraal ten goede blijven komen van de algemene werking van de Arenbergschouwburg. 

Dit houdt in dat:

  • het patrimonium na overdracht wordt beheerd door de stad;
  • het personeel stedelijk personeel wordt volgens de principes van het decreet 'houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies', zoals goedgekeurd door het Vlaamse Parlement op 9 november 2016 en volgens de overnameprincipes van de rechtspositieregeling van de stad Antwerpen die op dat ogenblik gelden;
  • de inhoudelijke en artistieke werking van de Arenbergschouwburg een afzonderlijke pijler wordt binnen de vzw Antwerpen Kunstenstad, met een specifiek budget via een toelage van de stad aan de vzw Antwerpen Kunstenstad;
  • het dagelijks beheer van dit budget gebeurt door de eindverantwoordelijke van de Arenbergschouwburg zodat binnen het wettelijke kader de ruimte en vrijheid wordt geboden om de continuïteit van de inhoudelijke en artistieke werking te garanderen, inclusief de mogelijkheid tot het aanwerven van tijdelijk personeel.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.

Artikel 4

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
CS In samenwerking met Arenbergschouwburg uitwerken van een werkbaar kader waardoor werking Arenbergschouwburg en werkwijzes vzw Antwerpen Kunstenstad optimaal worden afgestemd, alsook de nodige overgangsbepalingen en mogelijke afstemming met werking rond culturele stadsprojecten.