De budgettaire gevolgen van deze principiële beslissing zullen budgetneutraal verwerkt worden in de aanpassing van het meerjarenplan 2014-2019 bij budgetopmaak 2018.
Naar aanleiding van het voornemen van de Vlaamse Regering om de taakstelling van de provincies te beperken en bevoegdheden over te dragen naar andere bestuursniveaus zijn de provincies vanaf 1 januari 2018 niet langer bevoegd voor de persoonsgebonden bevoegdheden zoals Cultuur, Jeugd, Welzijn en Sport.
Op 21 oktober 2016 (jaarnummer 9285) keurde het college de collegiale brief, gezamenlijk opgesteld door stad Antwerpen en de provincie Antwerpen, over de oormerking van de verevende middelen cultuur van de provincie Antwerpen aan Vlaams minister van Cultuur, de heer Sven Gatz goed.
Op 9 november 2016 werd het decreet betreffende de nieuwe taakstelling van de provincies goedgekeurd in het Vlaamse Parlement.
Om een duurzame overdracht te bereiken, wordt 2018-2019 een overgangsperiode waarin verschillende maatregelen voor cultuur en jeugd het waardevolle regionale culturele veld ondersteunen. Ondertussen worden de krachtlijnen van het regionaal cultuurdecreet uitgeketend tegen 1 januari 2020.
In de beleidsnota van 27 juni 2017 ("Beleidskeuzes in het kader van de overdracht bevoegdheden cultuur en jeugd van de provincies naar de Vlaamse Overheid") van de minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, Sven Gatz, wordt de overdracht van de provinciale cultuur- en jeugdbevoegdheden verder uitgewerkt.
In de brief van 24 augustus 2017 van de minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, Sven Gatz, wordt het budget voor de overdracht aan de stad Antwerpen voorgesteld. Aan de stad Antwerpen wordt een formele bevestiging ter goedkeuring van dit bedrag gevraagd tegen uiterlijk 15 september 2017 met het oog op de begrotingsopmaak 2018.
De voorgestelde bedragen voor de Museumstichting en Arenbergschouwburg werden berekend op cijfers uit de jaarrekening 2014-2015. Hierop werd een marge doorgerekend. Een echte actualisering naar 2018 lijkt de stad Antwerpen echter wenselijk om een negatieve impact op de werking van de culturele instellingen de komende jaren te vermijden. De gehanteerde marge is daarbij beperkt (lager dan 2%) en strookt niet met de reële evolutie.
In het budgetvoorstel worden de bedragen investeringsmiddelen voor de Museumstichting en de Arenbergschouwburg overgedragen naar het Fonds voor Culturele infrastructuur binnen de Vlaamse overheid (FOCI). Stad Antwerpen vraagt om de middelen die de provincie Antwerpen had voorzien voor investeringen in infrastructuur niet onder te brengen in het FOCI maar toe te voegen aan het bedrag dat overkomt naar stad Antwerpen. Indien dit niet mogelijk zou zijn, zou er jaarlijks bij FOCI een trekkingsrecht voor stad Antwerpen voor dit bedrag gegarandeerd kunnen worden.
Stad Antwerpen vraagt om de middelen voor de musea te labelen als middelen voor de musea en niet als middelen voor de Museumstichting. Hoewel stad Antwerpen het grootste deel via een dotatie aan de Museumstichting ter beschikking zal stellen, moet namelijk nog exact bepaald en overlegd worden welke delen eventueel rechtstreeks door de stad zullen besteed worden (bijvoorbeeld het eigenaarsonderhoud en eventueel de betaling van pensioenen).
- Graag verduidelijking over de samenstelling van het bedrag voor De Studio dat jaarlijks wordt ingeschreven.
- Zekerheid over de hoogte van het groeipercentage van de middelen die aan het Gemeentefonds worden toegevoegd.
- Verduidelijking over het aandeel en de berekening van de middelen voorzien voor pensioenen in het vereveningsbedrag.
Het college keurt de collegiale brief met de reactie op de verevende middelen cultuur van de provincie Antwerpen aan de Vlaams minister van Cultuur, de heer Sven Gatz, goed.
Het college keurt de collegiale brief met de reactie op de verevende middelen cultuur van de provincie Antwerpen aan de Vlaamse overheid, Departement Cultuur, Jeugd en Media ter attentie van de secretaris-generaal, de heer Luc Delrue, goed.