De stad Antwerpen beheert twee residentiële woonwagenterreinen: één in Wilrijk en één in Deurne. De stad wordt als beheerder van woonwagenterreinen met verschillende uitdagingen geconfronteerd. Enerzijds is er de doelgroep die bijzondere aandacht vraagt, niet in het minst omwille van hun eerder zwakke socio-economische situatie. De stad zet dan ook actief in op de maatschappelijke positieverbetering van de groep. Anderzijds vraagt ook de specificiteit van de woonvorm, het wonen in woonwagens op woonwagenterreinen, om bijzondere aandacht. Op dat punt wordt de opdracht van de stad in de praktijk vaak bemoeilijkt door hiaten in de hogere wetgeving.
De stad plant de renovatie van het woonwagenterrein in Deurne (voorziene startdatum: voorjaar 2018). Het woonwagenterrein aan de Krijgsbaan in Deurne telde aanvankelijk een 24-tal standplaatsen. Momenteel wonen er een 48-tal gezinnen. Het terrein vormt een onoverzichtelijk geheel van gezinnen, standplaatsen, constructies, enzovoort. Na de renovatie zullen er 48 kavels gerealiseerd zijn, met een oppervlakte van elk 193,6 m². De maximale afmetingen van de woonwagens worden 7m x 13,6m. De meeste huidige bewoners zullen een nieuwe standplaats toegewezen krijgen. De woonwagens waarin zij nu wonen, worden verplaatst naar de vernieuwde standplaatsen. Aangezien de stad na de heraanleg verder wil breken met de wantoestanden uit het verleden, worden de problemen die ze ervaart met hiaten in de hogere wet- en regelgeving nu aangekaart bij de hogere overheid.
Problemen in de wet- en regelgeving, die het beheer bemoeilijken:
1. Begrip “woonwagen”
Het begrip woonwagen wordt enkel gedefinieerd in de Vlaamse Wooncode, maar de term wordt ook gebruikt in de ruimtelijke ordening. De definitie is vaag, terwijl de realiteit concreet is: “een woongelegenheid, gekenmerkt door flexibiliteit en verplaatsbaarheid, bestemd voor permanente en niet-recreatieve bewoning” (Art2§1°33).
Zaken die aan een definitie zouden kunnen toegevoegd worden zijn de volgende:
Het begrip woonwagen bestaat ook in de ruimtelijke ordening, maar wordt daarin niet omschreven.
2. Bouwvergunning op woonwagenterreinen
Op vergunde woonwagenterreinen hoeven de woonwagens zelf geen aparte bouwvergunning te hebben. Doordat het woonwagenterrein op zich vergund is, zijn alle niet-verankerde constructies die erop staan dat automatisch ook. In de meeste stedenbouwkundige vergunningen voor woonwagenterreinen zijn geen of enkel ruim omschreven stedenbouwkundige voorschriften opgenomen die gelden voor de constructies (woonwagens) die er geplaatst worden. Het begrip ‘woonwagen’ kan erg ruim geïnterpreteerd worden.
Dit maakt het handhaven in de praktijk erg moeilijk; dit geeft problemen op vlak van controleerbaarheid en sanctionering.
3. Beperking van het volume (subsidiereglement)
In het subsidiereglement is er enerzijds sprake van een beperking van woonwagens tot volumes van 200m³; anderzijds wordt er aandacht voor woonkwaliteit gevraagd: dit is met elkaar in tegenspraak. Om op een kwalitatieve manier een gezin met kinderen te huisvesten heb je meer dan 200m³ nodig.
De stad vindt het logisch dat er beperkingen in volumes gelden voor de woonwagens die worden toegelaten op een gesubsidieerd terrein. De maximumnorm van 200m³ lijkt echter ongelukkig gekozen.
Subsidiereglement Art3§4.
De initiatiefnemer verbindt zich er toe de woonwagenbewoners te sensibiliseren inzake de kwaliteit van hun woonwagen aan de hand van het richtinggevend model van technisch verslag van het onderzoek van de kwaliteit van woonwagens, dat de minister vaststelt.
De initiatiefnemer van een residentieel woonwagenterrein verbindt er zich toe geen woonwagens toe te laten groter dan 200m³.
Bovendien brengt de begrenzing tot volumes van 200m³ in de praktijk heel wat moeilijkheden met zich mee. Hoe meten? Hoe sanctioneren (geen vergunningsplicht)? Gevolgen voor te grote woonwagens op het te renoveren woonwagenterrein in Deurne?
Doordat de Vlaamse overheid de bouwvergunning voor de individuele woonwagen heeft geschrapt, kan de procedure bouwovertreding niet gebruikt worden en dient elk bestuur op zoek te gaan naar sanctiemechanismen. De enige sanctie die op het overschrijden van de 200m³ staat is een sanctie die niet opgelegd wordt aan de overtreder, maar aan het lokale bestuur dat het woonwagenterrein heeft ingericht: het weigeren of terugvorderen van de subsidie.
De beperking tot 200m³ stelt op het woonwagenterrein van Deurne zonder twijfel een probleem voor een aantal bestaande woonwagens (aantallen zijn richtinggevend, niet exact):
Door de Vlaamse administratie werd het waarom van de beperking uitgelegd (e-mail van Hugo Schoevaerts, Vlaamse overheid, Agentschap Wonen-Vlaanderen, Afdeling Tegemoetkomingen, van 07 november 2016):
“Het volume van de woonwagens werd opgenomen na advies van de Vlaamse Woonraad. Tijdens deze bespreking werd er sterk gepleit voor maximale oppervlaktenormen en het feit dat sommige woonwagens eruit zien als villa’s. Iedereen was het ermee eens dat zo’n toestanden moeten vermeden worden, zeker met de 100% subsidiëring van de terreinen in het achterhoofd.
Op basis van deze vraag werd een maximaal volume van 200 m³ ingeschreven voor woonwagens op een residentieel woonwagenterrein en 150 m³ voor woonwagens op een doortrekkersterrein. De hoogte van de normen is gebaseerd op de maximumnormen gehanteerd in het project kleinschalig wonen in Vlaams-Brabant, die op hun beurt tot stand gekomen zijn na een onderzoek van de VMSW- en VWC-normen (…). De max. normen voor het PRUP kleinschalig wonen zijn vastgesteld op 160 m³ voor een woning zonder verdieping en 240 m³ voor een woning met verdieping. De normen die werden vastgesteld voor de woonwagens zijn in vergelijking daarmee niet onredelijk.
Voor de meetmethode van het volume van de woonwagen en de verbintenis voor de initiatiefnemer wordt het onderstaande verstaan:
Rekening houdend met het bovenstaande zijn er geen elementen die noodzaken tot een aanpassing van de maximumvolumes.”
Hierbij wenst het stadsbestuur toch twee kanttekeningen te maken, die misschien tot een aanpassing van de maximumvolumes noodzaken.
1. De verwijzing naar het project kleinschalig wonen: in dit project zijn woningen van dit volume slechts geschikt voor gezinnen van twee personen. Op het woonwagenterrein wonen echter gezinnen met kinderen. De opties die zich dan aandienen: geen gezinnen meer toelaten of de woonkwaliteit van deze gezinnen beperken. Géén van beide opties lijkt aangewezen.
2. In de praktijk zal deze beperking omzeild kunnen worden door meerdere woonwagens naast elkaar te plaatsen op eenzelfde perceel, waarbij elke woonwagen max. 200m³ bevat. Ook dit is niet wenselijk en komt de woonkwaliteit niet ten goede.
Vragen aan de hogere overheid
1. Duidelijke bepaling van welke constructies onder de definitie van een woonwagen vallen, zowel in de wooncode als in de regelgeving ruimtelijke ordening.
2. Probleem van de vergunbaarheid (her)bekijken.
3. Beperking van het volume in het subsidiebesluit (her)bekijken.
Decreet houdende een subsidie voor investeringen in residentiële woonwagenterreinen en doortrekkersterreinen voor woonwagenbewoners van 28 maart 2014.
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de subsidiëring van de verwerving, de inrichting, de renovatie en de uitbreiding van terreinen voor woonwagenbewoners van 11 december 2015.
Het college keurt de collegiale brief goed, waarin drie vragen worden gesteld aan de Vlaamse overheid omtrent de definitie van een woonwagen in de regelgeving, de vergunbaarheid van plaatsing van een woonwagen en de beperking van het volume in het subsidiebesluit.