Terug

2017_CBS_02779 - Plan-MER Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Petroleum Zuid: gevangenis en technische campus Blue Gate Antwerp - Gebundelde kennisgeving/ontwerp-MER. Advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 24/03/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_02779 - Plan-MER Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Petroleum Zuid: gevangenis en technische campus Blue Gate Antwerp - Gebundelde kennisgeving/ontwerp-MER. Advies - Goedkeuring 2017_CBS_02779 - Plan-MER Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Petroleum Zuid: gevangenis en technische campus Blue Gate Antwerp - Gebundelde kennisgeving/ontwerp-MER. Advies - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Aanleiding

De Regie der Gebouwen en het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs (AGSO) willen een nieuwe gevangenis en een nieuwe technische campus voor secundair en volwassenenonderwijs ter hoogte van Petroleum-Zuid oprichten.

Om de realisatie van die projecten mogelijk te maken, zal Ruimte Vlaanderen een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) opmaken om de huidige planbestemming 'gemengd regionaal bedrijventerrein' te wijzigen in 'zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut'.

Om de mogelijke effecten van dit plan op mens en milieu in kaart te kunnen brengen, is door Ruimte Vlaanderen een procedure voor een plan-milieueffectrapportage (plan-MER) opgestart. Er werd gekozen om de kennisgeving en de uitwerking ervan als ontwerp-MER te bundelen en gezamenlijk in te dienen bij de aanvang van de MER-procedure.

De gebundelde kennisgeving/ontwerp-MER wordt bekendgemaakt en ter inzage gelegd van 3 maart 2017 tot en met 3 april 2017.

Tijdens deze periode kunnen de betrokken gemeente(n) en provincie een advies uitbrengen.

Beleidscontext

Punt 23 van het bestuursakkoord 2013-2018 'Respect voor A' bepaalt: "Het arresthuis in de Begijnenstraat verdwijnt en wordt door de federale overheid vervangen door een nieuw, moderner en groter arresthuis. In samenwerking met de federale overheid wordt gezocht naar de meest geschikte locatie. Op de site die dan vrijkomt, is plaats voor een groot woonproject met buurtpark, vergelijkbaar met het project Groen Kwartier".

Op vraag van de Federale Overheidsdienst Justitie ("FOD Justitie") werd de mogelijke inplanting van een arresthuis op de NMBS-gronden ten oosten van het projectgebied Blue Gate Antwerp onderzocht. Het betreft de grotendeels in onbruik geraakte sporenbundel van Infrabel en NMBS gelegen langs de actieve spoorlijn 52 richting Puurs. Deze gronden sluiten aan ten oosten van Blue Gate Antwerp.

Op 29 april 2016 (jaarnummer 3683) ging het college principieel akkoord met de aankoop door de Regie der Gebouwen van de gronden voor de gevangenis en door de stad Antwerpen ter realisatie van onder andere een deel van de groene corridor. Ook de andere betrokken partijen (Infrabel, NMBS, Regie der Gebouwen, Blue Gate Antwerp) gingen akkoord met de gemaakte principes betreffende de aan- en verkoop. Door de verwerving van de spoorgronden ontstaat een extra kavel in de zone Rand van Blue Gate Antwerp. De stad Antwerpen onderzoekt of deze kavel kan ingezet worden voor de bouw van een technische campus.

Argumentatie

Onderstaand is een geïntegreerd advies gegeven door de afdeling Mobiliteit (bedrijfseenheid Stadsontwikkeling), de afdeling Business Strategie en Innovatie (bedrijfseeneheid Ondernemen en Stadsmarketing) en AG VESPA.

Algemeen
De inplanting van het arresthuis is aanvaard op voorwaarde dat het geen impact zou hebben op de ontwikkeling van Blue Gate Antwerp (BGA), zowel naar timing als financieel.

Er is voor Blue Gate Antwerp een project-MER uitgevoerd en afgerond. In die project-MER is mobiliteit mee opgenomen. De verdere ontwikkeling is gebaseerd op de conclusies van de project-MER.
Het mobiliteitsonderzoek dat nu naar gevangenis en scholencomplex gebeurt moet zich daarom beperken tot de aanvoerroutes naar arresthuis en scholen van buiten het projectgebied Blue Gate Antwerp. De interne infrastructuur van het bedrijventerrein kan en mag geen onderwerp van onderzoek zijn omdat aanpassingen niet mogelijk en wenselijk zijn.

De stad Antwerpen heeft als doelstelling om Blue Gate Antwerp te ontwikkelen als een projectgebied dat vlot multimodaal bereikbaar is. Hierdoor wordt BGA ook gezien als een geschikte locatie voor voorzieningen zoals een gevangenis en een technische campus.

Het onderzoeken van de mobiliteitseffecten gebeurde conform het ‘richtlijnenboek mober’ van MOW en schetst een beeld van de omgeving dat op de meeste vlakken overeen komt met de verwachting. De conclusie geeft aan dat de capaciteit van het onderliggend wegennet de verzadiging nadert, maar dat de effecten van de nieuwe ontwikkeling niet significant zijn ten aanzien van de referentietoestand en dat milderende maatregelen dus strikt gezien niet nodig zijn. Dit is gezien de beperkte omvang van het project volgens de verwachting.

De stad Antwerpen suggereert wel om in deze fase van de voorliggende gebundelde kennisgevingsnota/ontwerp-MER enkele bijkomende onderzoeksvragen mee te nemen. Op basis hiervan kan het plan-MER ook een constructieve bijdrage kan leveren om zo mogelijke manieren om de mobiliteit te verbeteren in beeld te brengen.

Voetgangers
De plan-MER voor de gevangenis en school dient richtlijnen mee te geven voor het onderzoeken van de oversteekbaarheid voor voetgangers. Dit kan door de te verwachten voetgangersstromen duidelijk in kaart te brengen en deze te confronteren met de oversteekvoorzieningen en zwaar verkeersstromen.

Fietsers
Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) maakt op BGA onder meer een school mogelijk op een industrieterrein. Er wordt gerekend op een aanzienlijk aandeel fietsers met bovenlokale herkomst, meer dan bij een louter bedrijventerrein op zich. Bovendien heeft de stad Antwerpen de ambitie om een modal shift te realiseren richting meer fietsers en hecht daarom veel belang aan hoog fietscomfort en verkeersveiligheid.

De studie dient daarom aan te tonen dat de bereikbaarheid van het projectgebied voor fietsers voldoet om de verwachte stijging van het aantal fietsers op te vangen, zonder dat het fietscomfort hier onder dient te lijden. De stad Antwerpen zal kruispunttellingen laten uitvoeren op kruispunten 1, 4, 7 en Herenpolderbrug x Emiel Vloorsstraat en zal deze hiervoor aanleveren.

Zowel de as Emiel Vloorsstraat/Silvertoplaan, als het fietspad langs de Scheldekaaien, als het districtenfietspad via Krugerbrug-verbinding met het Jef Van Lindenfietspad en Hoboken zijn belangrijke invalswegen voor fietsers.

De stad Antwerpen adviseert om:

-  de belangrijkste aanrijroutes voor fietsers te screenen op mogelijke capaciteits- en verkeersveiligheidsknelpunten;
-  de doorrekeningen te doen met een conflictvrije lichtenregeling die fietsers voldoende groentijd geven. Enkel door de gebruikte principes van lichtenregeling mee te vermelden kan een beoordeling worden gemaakt.

Openbaar vervoer:
De realisatie van de gevangenis vereist structureel openbaar vervoer in BGA. Het voorliggende GRUP kan dus een hefboom betekenen voor de investeringen in kwalitatief openbaar vervoer in de omgeving. Er dient echter vermeden worden dat een goeie oplossing voor openbaar vervoer gehypothekeerd wordt. De stad Antwerpen vraagt om rekening te houden met de scenario’s die op dit moment worden onderzocht, zal hiertoe kruispunttellingen laten uitvoeren op kruispunten 1, 4, 7 en Herenpolderbrug x Emiel Vloorsstraat en zal deze hiervoor aanleveren.

De stad Antwerpen  adviseert daarom om in de doorrekeningen rekening te houden met de mogelijke openbaar vervoersscenario’s die momenteel op tafel liggen:

-   Een eerste piste is het inzetten van een vorm van openbaar vervoer langs de Scheldekaaien richting BGA. Er wordt op de kop van Petroleum-Zuid nog steeds de mogelijkheid gelaten om op termijn een sportstadion te realiseren met bovenlokale uitstraling. Als dit stadion er ooit komt zal deze ontwikkeling waarschijnlijk gepaard gaan met investeringen in openbaar vervoer van en naar dit stadion, mogelijks via de Scheldekaaien.
-   De tweede piste is een onderzoek binnen LIVAN 2 om een tramlijn door te trekken op de Emiel Vloorsstraat tot voor de Herenpolderbrug – met andere woorden een tramaanbod  tot aan de kop van Blue Gate.  Met dit tramaanbod kunnen ook de busroutes herdacht worden waarbij men dan busbundel 1 en of 13 door BGA ( en Nieuw Zuid) kan leiden. Deze piste heeft mogelijk gevolgen voor de capaciteit van het kruispunt met de Armstrongweg en Silvertopweg. Het verkeersmodel en de berekeningen houden hier onvoldoende of geen rekening mee.  Dit vergt dus bijkomend onderzoek.

Gemotoriseerd verkeer:
In functie van een verkeersonderzoek op microniveau van de omliggende kruispunten zal de stad Antwerpen tellingen aanbieden van de kruispunten waarmee de sensitiviteit kan worden onderzocht. Deze extra detaillering van de verkeersstromen zullen de mogelijkheid geven om nieuwe kruispunten en verkeerslichtenregelingen in detail te onderzoeken.

In de mobiliteitsstudie wordt voor woon-werkverkeer van de gevangenis gekozen voor een modal split met 89% autogebruik. Dit is een worst case-aanname. De stad Antwerpen wil wel vermijden dat de perceptie ontstaat dat deze modal split ook bij de latere berekening van het mobiliteitsprofiel en parkeerbehoefte wordt gehanteerd. De stad heeft vandaag dagdagelijks reeds een hogere modal shift en heeft samen met Vlaanderen daarin ook hogere ambities Masterplan 2020 en het mobiliteitsplan van de stad Antwerpen.

Om een voor de hand liggende reden wensen we dan ook dat FODJ zich als overheid mee engageert om ook voor woon-werkverkeer te streven naar een hoger modal split te streven. Dit noopt dus bijkomend onderzoek en rekenwerk.

De stad Antwerpen raadt de toekomstige exploitanten aan om een bedrijfsvervoerplan op te maken om het woon-werkverkeer optimaal te kunnen organiseren. Een verhuisbeweging is namelijk een ideaal moment om vervoersgewoontes te herzien. 

Juridische grond

Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM), Belgisch Staatsblad 3 juni 1995, zoals herhaaldelijk gewijzigd en het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s van 12 oktober 2007 (Belgisch Staatsblad 7 november 2007).

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1SWN02 - Wonen, economische functies en publieke voorzieningen zijn gevarieerd, nabij en bereikbaar in elk buurt- en districtscentrum

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college adviseert:

  • om in deze fase van de voorliggende gebundelde kennisgevingsnota/ontwerp-MER enkele bijkomende onderzoeksvragen mee te nemen, zoals onderbouwd in bovenstaande argumentatie:
    • de huidige verkeersintensiteiten (auto, fiets , voetganger) in de directe omgeving te meten (de stad Antwerpen zal deze aanleveren);
    • de te verwachten stromen van gemotoriseerd verkeer in kaart te brengen;
    • de tramverlenging op de Emiel Vloorstraat mee te pakken (cfr. LIVAN 2);
    • de te verwachten voetgangersstromen duidelijk in kaart te brengen en deze te confronteren met de oversteekvoorzieningen en zwaar verkeersstromen;
    • de belangrijkste aanrijroutes voor fietsers te screenen op mogelijke capaciteits- en verkeersveiligheidsoptimalisaties;
    • de doorrekeningen te doen met een conflictvrije lichtenregeling die fietsers voldoende groentijd geven. Controleren of de andere verkeersstromen voldoende capaciteit behouden.
  • dat de Federale Overheidsdienst Justitie zich als overheid mee engageert om ook voor woon-werkverkeer te streven naar een hoger modal split en adviseert de toekomstige exploitanten om een bedrijfsvervoerplan op te maken om het woon-werkverkeer optimaal te kunnen organiseren.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.