Ja
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
| Aanvragers: | Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen |
| De aanvraag omvat: | plaatsen van prefab-units voor tijdelijk gebruik |
| Dossiernummer: | AN8/B/school/20162954 |
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het college sluit zich deels aan bij het advies GSA maar besluit de vergunning toch tijdelijk te vergunnen.
Gezien de aanvraag betrekking heeft op een tijdelijke constructies en de vergunning maar wordt verleent tot september 2019 (max. 2 jaar zoals de aanvrager zelf aangeeft in zijn Plan-mer screening) meent het college dat in deze aanvraag het advies natuur en bos een tijdelijke vergunning niet in de weg staat. Echter bij een definitieve uitbereiding dient men de uitbreidingsplannen maximaal af te stemmen op de draagkracht van het park.
Wat betreft het advies van het agentschap van zorg en gezondheid is de lijn die het college aanhoudt dat in bepaalde zones waar een negatief advies van het agentschap voorligt toch een school kan ingericht worden indien er milderende maatregelen door ontwerp, organisatie en indeling van de constructies worden voorzien om hinder voor de school te minimaliseren.
Specifiek voor dit dossier staan zulke maatregel en investeringen niet in verhouding staan met de tijdelijke karakter van de aanvraag.
Bij de planning van de definitieve uitbreiding van de school dient echter wel het nodige advies worden ingewonnen en maximaal inspanning worden gedaan om de nodige voorzorgmaatregelen te nemen om hinder voor de school te beperken.
Wat betreft de bestemmming merkt het college op dat Gezien de aanvraag betrekking heeft op uitbreiding van een bestaand zonevreemd schoolgebouw kan er beroep worden gedaan op artikel 4.4.19 §1, 5° van de VCRO:
In toepassing van artikel 4.4.19 §1, 5° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening kan, onder voorwaarden, worden afgeweken van de verordenende voorschriften.
In dit artikel wordt gesteld dat het uitbreiden van een bestaande zonevreemde constructie, niet zijnde woningbouw, vergunbaar is, op voorwaarde dat de uitbreiding noodzakelijk is omwille van infrastructurele behoeften ingevolge de uitbreiding van de werking van erkende, gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstellingen of van een erkende jeugdvereniging in de zin van het decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en de stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid en het decreet van 18 juli 2008 houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid of van een erkend jeugdverblijfcentrum overeenkomstig het decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van ‘Toerisme voor Allen’.
De mogelijkheden vermeld in § 1 gelden niet in ruimtelijk kwetsbare gebieden, met uitzondering van parkgebieden.
Rekening houdende met bovenstaande verleent het college de tijdelijke vergunning onder volgende voorwaarden:
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.