Terug

2017_CBS_02927 - Onderwijsbeleid - Regie buitenschoolse kinderopvang - Collegiale brief over het statuut van medewerkers in de voor- en naschoolse opvang - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 21/04/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_02927 - Onderwijsbeleid - Regie buitenschoolse kinderopvang - Collegiale brief over het statuut van medewerkers in de voor- en naschoolse opvang - Goedkeuring 2017_CBS_02927 - Onderwijsbeleid - Regie buitenschoolse kinderopvang - Collegiale brief over het statuut van medewerkers in de voor- en naschoolse opvang - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

De Antwerpse basisscholen investeren in het organiseren van een kwaliteitsvolle voor- en naschoolse opvang. Ze worden hiervoor ondersteund door de stad Antwerpen: een klankbordgroep met vertegenwoordigers uit de onderwijsnetten en oudervertegenwoordigers heeft zich het voorbije jaar gebogen over de randvoorwaarden voor een kwalitatieve binnenschoolse opvang. Het eerste resultaat van dit overlegorgaan is het ‘subsidiereglement binnenschoolse opvang voor basisonderwijs’  (2017_GR_00110) waarbij de scholen die voldoen aan basisvoorwaarden rond een minimum opvangaanbod, aantal kinderen per begeleider, veiligheid etc. een subsidie voor hun binnenschoolse opvang kunnen aanvragen bij de stad Antwerpen. Een belangrijk pijnpunt dat de onderwijspartners in de klankbordgroep aankaarten, betreft de onduidelijkheid van het statuut van hun opvangbegeleiders.

Argumentatie

Scholen organiseren de voor- en naschoolse opvang vanuit hun maatschappelijk engagement, als antwoord op de opvangnood van ouders, maar zonder een duidelijk statuut voor deze opvangbegeleiders of (Vlaamse) middelen om deze begeleiders in een regulier arbeidsstatuut te kunnen aanwerven. De meeste scholen maken nu gebruik van de vrijwilligersvergoeding voor hun opvangbegeleiders, maar de regelgeving van dit statuut vormt een struikelblok voor de continuïteit van de opvangbegeleiding, waarbij scholen voortdurend geconfronteerd worden met de zoektocht naar nieuwe begeleiders.

Het statuut vrijetijdswerk, gelanceerd door Vlaams Minister Muyters voor vrijwiligers in sportverenigingen, biedt ook kansen voor scholen én opvangbegeleiders om deze grijze zone te verlaten en te opereren binnen een duidelijk kader, wat ook de aantrekkelijkheid van de functie van opvangbeleider zal verhogen. Om deze problematiek aan te kaarten richt het college een collegiale brief aan mevrouw de Minister De Block en de heren Ministers Peeters en Van Overveldt.

Beleidsdoelstellingen

4 - Lerende en werkende stad
1SLW02 - Alle scholen werken samen met de stad opdat kinderen, tieners en jongeren de kans krijgen en grijpen om competenties te ontwikkelen en kwalificaties te behalen die leiden tot brede persoonsvorming en toegang tot hoger onderwijs en/of de arbeidsmarkt
1SLW0202 - Randvoorwaarden voor veilige, brede en kwaliteitsvolle leer- en leefomgevingen zijn gegarandeerd
1SLW020204 - Er is een kwalitatief aanbod van voor- en naschoolse opvang dankzij een gecoƶrdineerde aanpak
4 - Lerende en werkende stad
1SLW09 - Er is voldoende onderwijscapaciteit in Antwerpen zodat alle leerlingen een geschikte plaats hebben
1SLW0901 - De capaciteitsuitdagingen werden aangepakt door gegevensverzameling en analyse, afspraken en afstemming met alle partners en het uitwerken van (vernieuwende) oplossingen
1SLW090101 - Voldoende plaatsen voor- en naschoolse opvang zijn voorzien

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de collegiale brief, gericht aan mevrouw de Minister De Block en de heren Ministers Peeters en Van Overveldt, waarin de problematiek van de opvangbegeleiders in de voor- en naschoolse opvang van scholen wordt aangekaart, goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.