Terug

2017_CBS_03380 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20162849 - district Antwerpen - Lange Nieuwstraat 45 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 21/04/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_03380 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20162849 - district Antwerpen - Lange Nieuwstraat 45 - Goedkeuring 2017_CBS_03380 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20162849 - district Antwerpen - Lange Nieuwstraat 45 - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Het college sluit zich deels aan bij het advies GSA en verleent de vergunning onder volgende voorwaarden

  • bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen strikt na te leven;
  • alle scheimuren maximaal te verlagen,
  • de trap achteraan de woning gelegen in de kelderverdieping van huisnummer 43 te verplaatsen naar de zijde waar zich de keuken bevindt, om zodoende te voldoen aan artikel 24 van de bouwcode, zoals in rood aangeduid op de plannen;

Het college besluit echter volgende voorwaarde te schrappen:

  • de dakterrassen en zijn aanhorigheden, zoals in rood aangeduid op de plannen, niet uit tevoeren en het volledige dak aan te leggen als groendak volgens artikel 38 van de bouwcode

Het college is van oordeel dat deze voorwaarde geschrapt kan worden omdat in dit dossier de woondensiteit in de opeenvolgende bouwaanvragen sterk is verminderd. In de vorige aanvraag ging het van 22 appartementen en kantoren, naar een mix van appartementen en geschakelde woningen. In deze aanvraag wordt het aantal wooneenheden nogmaals met 5 verminderd, waardoor minder appn, en meer grote ééngezinswoningen ontstaan (3 slaapkamers) wat een kwalitatiever programma is. Het bouwprogramma is dermate minder dens geworden, dat de draagkracht van de site niet meer in het gedrang komt.

De woonkwaliteit van deze grote woningen is echter sterk gebaat bij deze dakterrassen, de woningen zijn er ook op afgestemd (slapen op gelijkvloers, leefruimte onder dak op 2de verdiep).

Het erfgoedkarakter is ook niet gebaat bij ‘inpandige’ terrassen in beschermde gebouwen, vandaar dat de voorgestelde oplossing van dakterrassen de voorkeur heeft.

De dakterrassen ontlasten ook de beperkte collectieve open ruimte in het blok.

Om bovenstaande redenen wijkt het college af van de interpretatie van de GSA inzake de maximale bouwhoogte, en dus de interpretatie van art. 2.1.2 (harmonie) en art 2.1.4 (bouwhoogte) van het RUP binnenstad.

Voorts stelt art 2.1.11.2 dat een dakterras moet beschouwd worden als een extra bouwvolume.

Enerzijds merkt het college op dat het pand  nr 45 en zijn achterhuizen een bouwvolume betreft met een gelijkaardige kroonlijsthoogte waarop nog een hellend dak aanwezig is, met nokhoogte die veel hoger is dan het ‘fictieve volume’ ingenomen door de nieuwe dakterrassen.

Anderzijds moet dit ‘terrasvolume’ gezien worden als een ‘fictief ruimtelijk volume’, zij het met reële impact op de draagkracht, én met een aantal (mobiele) constructies eigen aan het gebruik als terras.

Gezien echter de ‘afbouw ‘ van het woonprogramma doorheen de vergunningen – zoals eerder beargumenteerd – stelt het college  vast dat het gehele programma nu dermate is aangepast, dat de draagkracht niet meer in het gedrang komt door inname van een extra daklaag voor terrassen.

Derhalve wijkt het project ook niet af van art. 2.1.11.2 dakterrassen, de ruimtelijke begrenzingen worden gerespecteerd.

Het college besluit wel als het gevolg van het toelaten van de dakterrassen volgende extra voorwaarde op te leggen:

  • geen nieuwe vaste of demonteerbare constructies aan de terrassen mogen worden toegevoegd, buiten de op plan vergunde. Dit om visuele vervuiling tegen te gaan.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Onderzoek

Ja

Aanleiding en context

Aanvragers: MEYER
De aanvraag omvat: verbouwingen / wijzigingen van een residentieel gebouwencomplex
Dossiernummer: AN1/B/digitaal/20162849

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:
  • de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt.

Het college sluit zich deels aan bij het verslag van de verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen strikt na te leven;
  • alle scheimuren maximaal te verlagen,
  • de trap achteraan de woning gelegen in de kelderverdieping van huisnummer 43 te verplaatsen naar de zijde waar zich de keuken bevindt, om zodoende te voldoen aan artikel 24 van de bouwcode, zoals in rood aangeduid op de plannen;
  • geen nieuwe vaste of demonteerbare constructies aan de terrassen mogen worden toegevoegd, buiten de op plan vergunde. Dit om visuele vervuiling tegen te gaan;
  • de deuren naar de fietsenberging zo breed mogelijk te voorzien en automatisch open te laten gaan;
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  • indien geen afwijking wordt bekomen van Rio-link in verband met het rechtstreeks aansluiten van het afgevoerde hemel- en afvalwater naar de bestaande straatriolering, de nodige maatregelen op eigen terrein te nemen. Deze moeten volledig  uitgevoerd worden conform artikel 40,41 en 43 van de bouwcode en in overleg met de stedelijke dienst monumentenzorg;
  • de stedelijke dienst monumentenzorg nauw te betrekken bij de werfopvolging en de nog te nemen restauratie – opties;
  • de midden –en laat 16e of vroeg 17e eeuwse fase te zullen vrijwaren en restaureren (funderingen, gewelven, oud muurwerk met deur –en raamopeningen en omlijstingen, oude bepleistering en picturale afwerking, balklagen met sleutels en consoles, hengsel en duimen, schrijnwerk en beslag);
  • de interieurafwerking te zullen vrijwaren en restaureren.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.