Het college sluit zich deels aan bij het advies GSA en verleent de vergunning onder volgende voorwaarden
Het college besluit echter volgende voorwaarde te schrappen:
Het college is van oordeel dat deze voorwaarde geschrapt kan worden omdat in dit dossier de woondensiteit in de opeenvolgende bouwaanvragen sterk is verminderd. In de vorige aanvraag ging het van 22 appartementen en kantoren, naar een mix van appartementen en geschakelde woningen. In deze aanvraag wordt het aantal wooneenheden nogmaals met 5 verminderd, waardoor minder appn, en meer grote ééngezinswoningen ontstaan (3 slaapkamers) wat een kwalitatiever programma is. Het bouwprogramma is dermate minder dens geworden, dat de draagkracht van de site niet meer in het gedrang komt.
De woonkwaliteit van deze grote woningen is echter sterk gebaat bij deze dakterrassen, de woningen zijn er ook op afgestemd (slapen op gelijkvloers, leefruimte onder dak op 2de verdiep).
Het erfgoedkarakter is ook niet gebaat bij ‘inpandige’ terrassen in beschermde gebouwen, vandaar dat de voorgestelde oplossing van dakterrassen de voorkeur heeft.
De dakterrassen ontlasten ook de beperkte collectieve open ruimte in het blok.
Om bovenstaande redenen wijkt het college af van de interpretatie van de GSA inzake de maximale bouwhoogte, en dus de interpretatie van art. 2.1.2 (harmonie) en art 2.1.4 (bouwhoogte) van het RUP binnenstad.
Voorts stelt art 2.1.11.2 dat een dakterras moet beschouwd worden als een extra bouwvolume.
Enerzijds merkt het college op dat het pand nr 45 en zijn achterhuizen een bouwvolume betreft met een gelijkaardige kroonlijsthoogte waarop nog een hellend dak aanwezig is, met nokhoogte die veel hoger is dan het ‘fictieve volume’ ingenomen door de nieuwe dakterrassen.
Anderzijds moet dit ‘terrasvolume’ gezien worden als een ‘fictief ruimtelijk volume’, zij het met reële impact op de draagkracht, én met een aantal (mobiele) constructies eigen aan het gebruik als terras.
Gezien echter de ‘afbouw ‘ van het woonprogramma doorheen de vergunningen – zoals eerder beargumenteerd – stelt het college vast dat het gehele programma nu dermate is aangepast, dat de draagkracht niet meer in het gedrang komt door inname van een extra daklaag voor terrassen.
Derhalve wijkt het project ook niet af van art. 2.1.11.2 dakterrassen, de ruimtelijke begrenzingen worden gerespecteerd.
Het college besluit wel als het gevolg van het toelaten van de dakterrassen volgende extra voorwaarde op te leggen:
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Ja
| Aanvragers: | MEYER |
| De aanvraag omvat: | verbouwingen / wijzigingen van een residentieel gebouwencomplex |
| Dossiernummer: | AN1/B/digitaal/20162849 |
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Het college sluit zich deels aan bij het verslag van de verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar.