Terug

2017_CBS_02889 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Transport Nagels nv, Romeynsweel 1C, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/540/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 31/03/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_02889 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Transport Nagels nv, Romeynsweel 1C, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/540/AVG - Goedkeuring 2017_CBS_02889 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Transport Nagels nv, Romeynsweel 1C, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/540/AVG - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Transport Nagels nv - Vaartdijk 1-3 - 2170 Merksem (Antwerpen). De aanvraag omvat: een uitbreiding van een transportbedrijf.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Transport Nagels nv, Vaartdijk 1-3, 2170 Merksem, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Romeynsweel 1C, een transportbedrijf uit te breiden.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de exploitant de algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

De KWS-afscheider met coalescentiefilter moet aan volgende voorwaarden voldoen:

  • de installatie moet voldoende groot gedimensioneerd zijn en voorzien van een automatische afsluiter;

  • de installatie moet regelmatig gereinigd worden;

  • de afvalstoffen die hierbij vrijkomen moeten opgehaald worden door een daartoe erkende ophaler en afgevoerd worden naar een vergunde verwerker. De overeenstemmende attesten worden bijgehouden en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.

Uiterlijk een jaar na vergunningverlening worden volgende documenten bezorgd aan de dienst milieuvergunningen van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be):

  • installatie attest van de KWS-afscheider met coalescentiefilter (reeds bijzondere voorwaarde in aktename klasse 3 met referentie MV2016/35);

  • het koelmiddel van de airconditioningsinstallatie.

Uiterlijk drie maanden na vergunningverlening worden volgende documenten bezorgd aan de dienst milieuvergunningen van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be):

  • de veiligheidsstudie waarvan sprake in het aanvraagdossier;

  • een kopie van originele analyses van het bedrijfsafvalwater.

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen

Kantoorruimtes:

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen: trappenhuizen: 1 exemplaar op elke bouwlaag.

Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt.

Magazijn/werkplaats:

Men dient snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 100 m² beschikt. Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 -bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

Snelblustoestellen van het type 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dienen in overtal aangebracht op volgende plaatsen:

  • nabij de toegang tot de hoogspanningscabine

  • in de omgeving van elk belangrijk elektriciteitsbord

  • nabij de toegang tot iedere liftmachinekamer

Opstelplaats luifel (ADR voertuigen);

Minstens 1 snelblustoestel van minstens 10 bluseenheden conform NBN EN 3-7- bij voorkeur 50 kg poeder type ABC - dient geplaatst te worden ter hoogte van de luifel (standplaats ADR voertuigen).

Muurhaspels + muurhydrant

Magazijn, werkplaats en kantoorruimtes

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Bovengrondse hydranten

Rondom het gebouw dienen minstens 2 bovengrondse hydranten BH 100, conform de norm NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dienen voorzien Voor de parking dienen bovengrondse hydranten voorzien worden met een maximale tussenafstand van 80 m.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt, hetzij in eigen beheer gevoed.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydranten.

De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH100 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van het gebouw.

De afstand tussen de gevel en de bovengrondse hydranten bedraagt minimaal 10 m.

De te voorziene bovengrondse hydranten moeten beveiligd worden tegen aanrijding. Rondom de bovengrondse hydranten dient een zone van 1 m x 1 m vrijgehouden worden.

De primaire bluswatervoorziening is vastgelegd op een voeding door middel van het openbaar leidingnet van minimaal diameter 150 mm met een onmiddellijke beschikbaar debiet van ten minste 3 600 lpm, gedurende tenminste 2 uur [debiet over twee bovengrondse hydranten type BH100].

Bij ontstentenis van het vereiste debiet van tenminste 3 600 lpm door middel van de voeding van het openbaar leidingnet van minimaal diameter 150 mm, zoals hierboven bepaald, dient men over een eigen (ring)leidingnet op druk in eigen beheer te beschikken. De bewijsvoering van het vereiste debiet is ten laste van de eigenaar/exploitant en dient op eenvoudige vraag voorgelegd te kunnen worden. Voor wat betreft de openbare waterleiding kan een debietmeting aangevraagd worden bij de waterleverancier.

De primaire bluswatervoorziening dient voorzien op niveau van het perceel.

Op de ring(leiding) dienen op oordeelkundige plaatsen afsluiters aangebracht worden die het mogelijk maken, bij eventuele breuk, het getroffen deel af te sluiten zodat nog een gedeeltelijk gebruik mogelijk blijft.

Bluswateropvang

De vloer van de opstelplaats van ADR vrachtwagens onder de open luifel dient vloeistofdicht en chemisch inert met voldoende mechanische weerstand uitgevoerd te worden. De vloer dient licht hellend (minimaal1,5 %) uitgevoerd te worden naar één of meerdere opvanggoten zodat elke vloeistoflek veilig afgevoerd wordt naar de daartoe voorziene opvang, en hierbij de kortste contacttijd heeft met de vrachtwagens. De opvang bestaat in tanks/bekkens van minstens 10 m³ elk. Het inkuipingsvolume dient minstens 0,5 m³ per ton opgeslagen product te bedragen. Het volume voor bluswateropvang dient steeds supplementair voorzien te worden bovenop het volume voor productopvang. De opvangtanks moeten bij brand op een veilige manier geledigd kunnen worden. Ze dienen bijgevolg buiten de zone van de vloeistofdichte vloer voorzien worden.

Er dient op het eigen terrein een afsluiter voorzien te worden die het mogelijk maakt om dit rioleringsstelsel af te sluiten van het openbare net.

De toezichtputjes dienen uitgerust te zijn met een vloeistofniveaudetectie.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 31 maart 2017 en eindigt op 31 maart 2037.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.