Het college besliste op 26 augustus 2016 om het bijzonder plan van aanleg (BPA) ‘Pelikaanstraat’ te vervangen door het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Pelikaanstraat’ en gunde de opdracht met bijhorende studies aan Sweco Belgium nv binnen het raamcontract GAC/2015/3065 (jaarnummer 4220).
De kosten voor de opmaak van het RUP en benodigde studies worden doorgerekend aan de firma Cordeel (collegebeslissing 26 augustus 2016, jaarnummer 07526).
De doelstelling van het RUP is om de bestemmingen te verruimen en om bepaalde aspecten van het BPA bij te sturen ten behoeve van het creëren van nieuwe kansen voor duurzame ontwikkeling, zoals de densiteit en het aandeel open ruimte, de relatie tot de omgeving, de verbindingen met de omgeving, de woonkwaliteit, de duurzaamheid en maatregelen inzake klimaatadaptatie, leefbaarheid en levendigheid.
De Europese richtlijn 2001/42/EG bepaalt dat alle ruimtelijke uitvoeringsplannen aan een milieueffectenrapportage (MER) onderworpen moeten worden.
De doelstellingen van het RUP 'Pelikaanstraat' vallen onder het toepassingsgebied van de milieueffectenrapportage. Dit wordt bepaald in het 'Decreet houdende algemene bepalingen milieubeleid' van 5 april 1995 met betrekking tot de 'Milieueffectenrapportage over plannen en programma's'. De opmaak van een plan-milieueffectenrapport (plan-MER) is dus noodzakelijk.
Met het oog op de plan-MER is al opdracht gegeven aan Sweco om een Mober op te maken.
Een plan-MER is een informatief instrument en geen beslissingsinstrument. Het plan-MER RUP 'Pelikaanstraat' onderzoekt milieueffecten en alternatieven. De stad Antwerpen beslist dus na de procedure plan-MER RUP ‘Pelikaanstraat' over het al dan niet toelaten of vaststellen van het RUP ‘Pelikaanstraat’.
Bij deze beslissing houdt de stad Antwerpen niet enkel rekening met het plan-MER voor het RUP 'Pelikaanstraat', maar ook met andere sectoren (sociale, economische en technische belangen) en met openbare inspraak.
Het vigerende BPA ‘Pelikaanstraat’ legt beperkingen op inzake de toegelaten bestemmingen. Het voorziet in een mix van kantoren als hoofdbestemming én wonen of andere functies als nevenbestemming. Vandaag is de vraag naar kantoren erg laag, waardoor in de vernieuwing van bestaande gebouwen en/of het bebouwen van braakliggende percelen weinig of niets gebeurt. Nochtans heeft deze omgeving nood aan vernieuwing. Daarnaast zal het RUP focussen op het creëren van nieuwe kansen voor duurzame ontwikkeling.
Het plangebied maakt deel uit van de diamantwijk, de wijk die begrensd wordt door de Rijfstraat in het noorden, de Vestingstraat en de Pelikaanstraat in het oosten, de Lange Kievitstraat in het zuiden en de Lange Herentalsestraat, Schupstraat en Hoveniersstraat in het westen.
Het plangebied wordt gekenmerkt door een hoge bebouwingsdensiteit.
In voorliggende kennisgevingsnota geven de MER-deskundigen aan welke onderzoeken zij noodzakelijk achten om de milieueffecten van een plan (in dit geval het RUP ‘Pelikaanstraat’) te kunnen inschatten.
De doelstellingen van deze kennisgeving zijn:
Het doel van de terinzagelegging van de kennisgevingsnota is:
Het programma dat in het plan-MER zal worden onderzocht dient te worden beschouwd als een worst-case situatie. Enerzijds houdt het programma dat onderzocht wordt rekening met een maximale ontwikkeling van het plangebied. Anderzijds wordt er een programma voorgesteld met de hoogst mogelijke verkeersgeneratie.Over heel het plangebied wordt een stedelijke mix nagestreefd. Er wordt ruimte voorzien voor handel, wonen en zorg-wonen, kantoren, handel en diensten. Volgend overzicht geeft de functies weer gekoppeld aan de maximale oppervlakte van de functie, volgens het voorlopige programma:
Het basisalternatief omvat enkel parkeerplaatsen in functie van de ontwikkeling in het plangebied, namelijk circa 2.945 plaatsen. Dit aantal werd bepaald volgens de Bouwcode.
Een tweede alternatief dat in het plan-MER zal worden onderzocht, voorziet bovenop de noodzakelijke parkeerplaatsen volgens de Bouwcode een rotatieparking van 500 parkeerplaatsen.
Het plan heeft geen locatiealternatieven aangezien het een herziening van een BPA inhoudt.
Naar inrichtingsalternatieven toe zullen, met betrekking tot hoogte-accenten (hoogbouw) in het plangebied, in het plan-MER twee scenario’s worden onderzocht, namelijk het realiseren van hoogte-accenten in de rand van het plangebied of in tweede bouworde.
Vanuit de effectenbeoordeling is het mogelijk dat er milderende maatregelen en randvoorwaarden worden geformuleerd die kunnen worden vertaald in het RUP. Zodanig wordt er door de wisselwerking tussen het plan-MER en de opmaak van het RUP de meest optimale inrichting van de site nagestreefd.
Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.
De procedure voor de opmaak van het plan-MER RUP 'Pelikaanstraat' (volgens decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid) verloopt als volgt:
Het college keurt de kennisgevingsnota van het plan-MER RUP ‘Pelikaanstraat’ goed.