Terug

2017_CBS_03042 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Pelikaanstraat, district Antwerpen - Kennisgevingsnota plan-MER - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 31/03/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_03042 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Pelikaanstraat, district Antwerpen - Kennisgevingsnota plan-MER - Goedkeuring 2017_CBS_03042 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Pelikaanstraat, district Antwerpen - Kennisgevingsnota plan-MER - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Het college besliste op 26 augustus 2016 om het bijzonder plan van aanleg (BPA) ‘Pelikaanstraat’ te vervangen door het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Pelikaanstraat’ en gunde de opdracht met bijhorende studies aan Sweco Belgium nv binnen het raamcontract GAC/2015/3065 (jaarnummer 4220).

De kosten voor de opmaak van het RUP en benodigde studies worden doorgerekend aan de firma Cordeel (collegebeslissing 26 augustus 2016, jaarnummer 07526).

De doelstelling van het RUP is om de bestemmingen te verruimen en om bepaalde aspecten van het BPA bij te sturen ten behoeve van het creëren van nieuwe kansen voor duurzame ontwikkeling, zoals de densiteit en het aandeel open ruimte, de relatie tot de omgeving, de verbindingen met de omgeving, de woonkwaliteit, de duurzaamheid en maatregelen inzake klimaatadaptatie, leefbaarheid en levendigheid.

De Europese richtlijn 2001/42/EG bepaalt dat alle ruimtelijke uitvoeringsplannen aan een milieueffectenrapportage (MER) onderworpen moeten worden.

De doelstellingen van het RUP 'Pelikaanstraat' vallen onder het toepassingsgebied van de milieueffectenrapportage. Dit wordt bepaald in het 'Decreet houdende algemene bepalingen milieubeleid' van 5 april 1995 met betrekking tot de 'Milieueffectenrapportage over plannen en programma's'. De opmaak van een plan-milieueffectenrapport (plan-MER) is dus noodzakelijk.

Met het oog op de plan-MER is al opdracht gegeven aan Sweco om een Mober op te maken.

Een plan-MER is een informatief instrument en geen beslissingsinstrument. Het plan-MER RUP 'Pelikaanstraat' onderzoekt milieueffecten en alternatieven. De stad Antwerpen beslist dus na de procedure plan-MER RUP ‘Pelikaanstraat' over het al dan niet toelaten of vaststellen van het RUP ‘Pelikaanstraat’.

Bij deze beslissing houdt de stad Antwerpen niet enkel rekening met het plan-MER voor het RUP 'Pelikaanstraat', maar ook met andere sectoren (sociale, economische en technische belangen) en met openbare inspraak.

Argumentatie

Het vigerende BPA ‘Pelikaanstraat’ legt beperkingen op inzake de toegelaten bestemmingen. Het voorziet in een mix van kantoren als hoofdbestemming én wonen of andere functies als nevenbestemming. Vandaag is de vraag naar kantoren erg laag, waardoor in de vernieuwing van bestaande gebouwen en/of het bebouwen van braakliggende percelen weinig of niets gebeurt. Nochtans heeft deze omgeving nood aan vernieuwing. Daarnaast zal het RUP focussen op het creëren van nieuwe kansen voor duurzame ontwikkeling.

Het plangebied maakt deel uit van de diamantwijk, de wijk die begrensd wordt door de Rijfstraat in het noorden, de Vestingstraat en de Pelikaanstraat in het oosten, de Lange Kievitstraat in het zuiden en de Lange Herentalsestraat, Schupstraat en Hoveniersstraat in het westen.

Het plangebied wordt gekenmerkt door een hoge bebouwingsdensiteit.

In voorliggende kennisgevingsnota geven de MER-deskundigen aan welke onderzoeken zij noodzakelijk achten om de milieueffecten van een plan (in dit geval het RUP ‘Pelikaanstraat’) te kunnen inschatten.

De doelstellingen van deze kennisgeving zijn:

  • het verschaffen van voldoende informatie omtrent het plan en de te bestuderen effecten zodat de burger en de administraties (tijdens de ter inzage legging) kunnen nagaan wat er zal bestudeerd worden en of de geplande MER-studie de te verwachten effecten voldoende zal bestuderen;
  • het voldoende duidelijk aangeven wat de intenties van de MER-studie zijn (welke effecten zullen bestudeerd worden en op welke manier, zodat de kennisgeving bij de beoordeling kan gebruikt worden als controlemiddel (Zijn alle effecten wel degelijk bestudeerd en beschreven zoals aangegeven in de kennisgevingsnota en dit volgens de voorgestelde methodologie?).

 Het doel van de terinzagelegging van de kennisgevingsnota is:

  • om de betrokken huidige eigenaars en gebruikers van het plangebied en de inwoners van de stad op de hoogte te stellen van het voorgenomen plan en haar mogelijke gevolgen op de omgeving;
  • om concrete, zinvolle reacties uit te lokken waarmee de dienst MER rekening kan houden bij de opmaak van richtlijnen.

Het programma dat in het plan-MER zal worden onderzocht dient te worden beschouwd als een worst-case situatie. Enerzijds houdt het programma dat onderzocht wordt rekening met een maximale ontwikkeling van het plangebied. Anderzijds wordt er een programma voorgesteld met de hoogst mogelijke verkeersgeneratie.Over heel het plangebied wordt een stedelijke mix nagestreefd. Er wordt ruimte voorzien voor handel, wonen en zorg-wonen, kantoren, handel en diensten. Volgend overzicht geeft de functies weer gekoppeld aan de maximale oppervlakte van de functie, volgens het voorlopige programma:

  • Wonen: 96.500 m²                                       
  • Kantoren: 160.800 m²                        
  • Commerciële voorzieningen: 16.100 m²                          
  • Hotel: 24.100 m²                          
  • Diensten, gemeenschapsvoorzieningen: 24.100 m²                           

Het basisalternatief omvat enkel parkeerplaatsen in functie van de ontwikkeling in het plangebied, namelijk circa 2.945 plaatsen. Dit aantal werd bepaald volgens de Bouwcode.

Een tweede alternatief dat in het plan-MER zal worden onderzocht, voorziet bovenop de noodzakelijke parkeerplaatsen volgens de Bouwcode een rotatieparking van 500 parkeerplaatsen.

Het plan heeft geen locatiealternatieven aangezien het een herziening van een BPA inhoudt.

Naar inrichtingsalternatieven toe zullen, met betrekking tot hoogte-accenten (hoogbouw) in het plangebied, in het plan-MER twee scenario’s worden onderzocht, namelijk het realiseren van hoogte-accenten in de rand van het plangebied of in tweede bouworde.

Vanuit de effectenbeoordeling is het mogelijk dat er milderende maatregelen en randvoorwaarden worden geformuleerd die kunnen worden vertaald in het RUP. Zodanig wordt er door de wisselwerking tussen het plan-MER en de opmaak van het RUP de meest optimale inrichting van de site nagestreefd. 

Juridische grond

Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.

Fasering

De procedure voor de opmaak van het plan-MER RUP 'Pelikaanstraat' (volgens decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid) verloopt als volgt:

  • opmaak kennisgevingsnota;
  • volledig verklaring van kennisgevingsnota;
  • ter inzagelegging gedurende 30 dagen in de stad Antwerpen (mogelijkheid tot opmerkingen en aanvullingen);
  • bundeling (door de dienst MER) van eventuele vragen en opmerkingen geformuleerd tijdens het ter inzage leggen;
  • bespreking in een overlegvergadering van de kennisgevingsnota/ontwerprapport en van eventueel geformuleerde inspraakreacties en adviezen met de bevoegde administraties, de erkende MER-deskundigen en de initiatiefnemer;
  • opstellen van richtlijnen door de dienst MER. Deze hebben betrekking op de inhoudsafbakening van het MER. De ontvangen inspraakreacties en adviezen worden hierin meegenomen. De dienst MER maakt binnen de 20 dagen na het beëindigen van de terinzagelegging (termijn van orde) een verslag op dat de richtlijnen voor het MER bevat; deze richtlijnen zijn een openbaar document en elke burger kan ze bij de stad opvragen;
  • opmaken van het definitief MER door de deskundigen, rekening houdend met de richtlijnen en de opmerkingen op het ontwerprapport geformuleerd tijdens de overlegvergadering;
  • goedkeuringsonderzoek door de dienst MER. De dienst MER beslist binnen een termijn van vijftig dagen (termijn van orde) na ontvangst van het plan-MER over de goed- of afkeuring ervan. Het definitief plan-MER maakt deel uit van het RUP en volgt verder dezelfde procedure als het RUP.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de kennisgevingsnota van het plan-MER RUP ‘Pelikaanstraat’ goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • Kennisgevingsnota