Artikelen 201 tot 204 van het Gemeentedecreet bepalen de randvoorwaarden en procedure voor het behandelen van een verzoekschrift aan de organen van de gemeente.
De heer Charles Van Dyck richtte op 9 januari 2017 een verzoekschrift aan de gemeenteraad.
De heer Van Dyck stelt verschillende vragen omtrent de vervuiling in sommige straten van bepaalde buurten in Antwerpen Noord en verwijst naar de gemeenteraad van 12 november 2007 (jaarnummer 2368) waar een verzoekschrift werd behandeld omtrent maatregelen tegen het ergerlijk spuwgedrag op de voetpaden in deze buurt.
Met het huidig verzoekschrift wordt aan de gemeenteraad en het college gevraagd om dit probleem in behandeling te nemen en samen met alle betrokken stadsdiensten na te gaan wat bijkomend mogelijk is, zowel preventief als repressief.
Het college van burgemeester en schepenen gaat na of het verzoekschrift voldoet aan de voorwaarden van artikel 109 §§ 2 en 3 van het basisreglement bestuurlijke organisatie stad Antwerpen.
Het verzoekschrift is ontvankelijk en voldoet aan de gestelde voorwaarden.
Het college van burgemeester en schepenen bereidt een antwoord aan de verzoeker voor en legt dit ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.
Artikelen 109 tot en met 112 van het basisreglement bestuurlijke organisatie regelen de procedure van de verzoekschriften aan de raad. Het college dient het verzoekschrift ontvankelijk te verklaren, en legt een ontwerpantwoord ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor.
Het college neemt kennis van het verzoek van de heer Charles Van Dyck en verklaart het verzoekschrift ontvankelijk.
Het college keurt het ontwerpantwoord aan de heer Charles Van Dyck goed en legt dit ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.