Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Ja
| Eigenaars: | Jelle Van Hove, Michel Reynder |
| Aanvragers: | Thomas Collin |
| De aanvraag omvat: | afsplitsen van 1 lot voor woningbouw |
| Dossiernummer: | WI/2016/V/0013/201640 |
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over de aanvraag tot verkavelingsvergunning.
Het college beslist de verkavelingsvergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is volgende (last)voorwaarden na te leven:
de bijgevoegde stedenbouwkundige voorschriften moeten strikt worden toegepast. Ze worden evenwel met volgende bepalingen in het rood gewijzigd en aangevuld:
het voorschrift wat betreft hoofdbestemming hoofdgebouwen (artikel 1.1.A.) wordt aangevuld met de bepaling dat ook zorgwonen is toegelaten;
het voorschrift wat betreft bestemming niet bebouwd gedeelte (artikel 1.2.) wordt aangevuld met de bepaling dat er in de tuin constructies mogen worden opgericht zoals tuinbergingen, overdekte terrassen, poolhouse/sauna en hobbyserres;
het voorschrift wat betreft reliëfwijzigingen bij het niet bebouwd gedeelte (artikel 3.1.) wordt gewijzigd met de bepaling dat reliëfwijzigingen niet zijn toegelaten;
het voorschrift wat betreft inrichtingselementen bij het niet bebouwd gedeelte (artikel 3.3.) wordt gewijzigd met de bepaling dat de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen maximum 40 m² is en dat de nokhoogte ervan maximum 4,50 meter is;
de voorschriften worden aangevuld met artikel 3.4. verschijningsvorm van de bijgebouwen: hout of dezelfde materialen als het hoofdgebouw;
bij een te behouden boom moeten volgende zaken in acht genomen worden:
in het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom onaanvaardbaar moeten beschadigd worden, noch nu, noch in de toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20% van het totale wortelpakket moet verwijderd worden;
de boom drastisch te snoeien (dit wil zeggen hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8 cm);
als er werken (zowel bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden. De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men ervan uitgaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie + 2 meter. In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren (niet graven, niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, …);
er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt;
Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is.
Naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden.
Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken, een voldoende hoge kraan voorzien. Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of, …
Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen. Op www.baas-isa.be of via de zoekfunctie “lijst ETT” is een lijst beschikbaar;
Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil onder andere zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte.Voor informatie omtrent ‘geschikt doorwortelbaar volume’ is het aangewezen om een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen. Op www.baas-isa.be of via de zoekfunctie “lijst ETT” is een lijst beschikbaar.
Lastvoorwaarden